4 februari 2013
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor WELKOM

WELKOM

Welkom op de website van Scholare

Scholare is al vanaf 2000 actief in het voortgezet onderwijs met beeldbegeleiding en trainingen voor docenten en scholieren.

Daarnaast verzorgt Scholare overblijfcursussen en bijeenkomsten voor ouders,

Scholare is sponsor van Edukans; wereldwijd gaan 57 miljoen kinderen niet naar school. Onderwijs maakt weerbaar, geeft kinderen vaardigheden waar ze hun leven lang profijt van hebben. Daarom werkt Edukans aan meer scholen, schoolbanken, schoolborden, meer boeken en leraren in ontwikkelingslanden.

noname

 

 

 

9 oktober 2017
door admin
Reacties uitgeschakeld voor Film jezelf en bespreek het samen

Film jezelf en bespreek het samen

Sinds een maand maak ik gebruik van NOTIVID, een handig platform waar ik , maar ook de docenten die ik begeleid, filmpjes kunnen uploaden. Het is veilig (alleen degenen met de link en aangemeld met mailadres, kan het filmpje zien), makkelijk (iedereen met digitale ervaring kan dit) en handig.

Het meest praktische vind ik de mogelijkheid van het toevoegen van opmerkingen bij de filmpjes. Op de foto zie je een fragment van mij tijdens een presentatie: de opmerkingen zijn goed te lezen en ook te zien in een dubbele tijdlijn onderaan m.b.v. grijze bolletjes die aangeven waar de opmerkingen in de film zijn geplaatst.

Wat?

Ik heb een aanvulling bedacht m.b.v. NOTIVID op mijn aanbod als beeldbegeleider op scholen: film jezelf (met je telefoon, tablet, camera of vraag een leerling). Je kiest een fragment waarover je feedback wilt en je laadt zelf dit filmpje op via NOTIVID. Vervolgens bekijk ik het, plaats er opmerkingen bij, jij kijkt het thuis zelf weer en samen praten we of via facetime, skype, telefoon of live over de opmerkingen.

Waarom?

-Je krijgt professionele, veilige feedback wat jou net dat zetje in je zelfvertrouwen kan geven.

-Beeldbegeleiding is gericht op het vergroten van het zelfvertrouwen, je professionele ontwikkeling en positief gericht; wat gaat goed? Het kan fijn zijn dat iemand die jij niet kent, met een professioneel en nieuw oog kijkt naar jouw gedrag voor de klas en de reacties van jouw leerlingen.

-Als docent kun je de beschikking krijgen over jouw scholingsbudget krijgen, in overleg met je leidinggevende en naar keuze inzetten. Op deze manier bespaar je tijd en kosten.

-Deze mogelijkheid is ook mogelijk tijdens een traject Beeldbegeleiding 

Hoe?

Je neemt contact op met mij (nettiekramer@scholare.nl).

Je krijgt een link toegestuurd waarmee je jouw fragment kunt uploaden en we maken afspraken.

Kosten:

-1 filmpje uploaden en samen bespreken €75,- (max. een half uur per film).

-Extra gesprek (op locatie) € 75,- (max. 1 uur bij een reistijd van max. 1 uur)

 

15 september 2017
door admin
Reacties uitgeschakeld voor Begeleiding van startende docenten; wat werkt?

Begeleiding van startende docenten; wat werkt?

In onderstaande link het artikel dat ik schreef voor het magazine Beter Begeleiden van de LBBO (Landelijke Beroepsvereniging voor Begeleiders in het Onderwijs)

BegeleidingStartendeDocentenLBBO_BB_sept2017

 

7 januari 2016
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Mogelijkheden met video-opnames bij problemen in de klas

Mogelijkheden met video-opnames bij problemen in de klas

Negatief script

Soms gaat het niet goed met een klas; de samenwerking is verstoord, geklaag van docenten, van leerlingen, en prestaties blijven onder de maat. Er kan sprake zijn van een negatief script voor deze klas wat ontstaat door cruciale gebeurtenissen in de eerste fasen van het bestaan van een klas, bijvoorbeeld al in de brugklas. Zo kreeg ik ooit een tweede klas die de eerste les bij mij binnenkwam met de mededeling dat zij erg druk waren. Deze leerlingen hadden zelf al een negatief script over hun eigen gedrag in de klas en zo legitimeerden zij het ook. ‘U had ons vorig jaar eens moeten zien. Alle docenten vonden ons druk.’ Een negatief script herken je ook doordat er sprake kan zijn van pesten, leerlingen niet of nauwelijks samenwerken, slecht samenwerken met docenten, gevoelig of ongevoelig voor straf en belonen, niet bereid om leertaken te aanvaarden en elkaar niet of juist blindelings steunen. Bij het minste of geringste klagen ze en er ontstaat kliekjesvorming. Wat nu?

Erkennen

Modder niet te lang door als je een negatief script vermoedt, maar trek zo snel mogelijk aan de bel bij de mentor en je direct leidinggevende. Als je collega-docenten, de mentor van jouw klas en je leidinggevende erkennen dat jouw klacht gegrond is, geeft dat steun en is dat een goed begin voor verdere actie.

Met hulp van de klas

Er zijn verschillende mogelijkheden om van een negatief script een positief te maken. Een manier is met hulp videobeelden. Een traject  met beeldbegeleiding kan er zo uitzien:

-Informatie van de klas

-Observatie van een dagdeel van de klas

-Nabespreking en afspraken over wat en wanneer er gefilmd wordt

-Filmen van de klas (tijdens een lesuur of meerdere momenten op de dag)

-Nabespreking met docent/docententeam/klas en afspraken

Vooraf wordt aan de leerlingen uitgelegd waarom er iets gaat gebeuren: ‘Het gaat niet goed op dit moment, wij willen graag dat het beter gaat en we gaan kijken hoe we dat kunnen doen. Hiervoor hebben we jullie medewerking nodig.’ De klas moet hier uiteindelijk wel mee instemmen. Die kans is groot omdat de meeste leerlingen zich niet veilig zullen voelen.

Na een eerste observatie en nabespreking (wat gaat goed en wat kan beter) vragen we de klas waar zij trots op zijn; wat willen zij dat gefilmd wordt en wat zij vinden wat beter kan. Ze krijgen te horen dat de beelden alleen worden bekeken door de begeleider en de docenten die ze les geven. Ze worden niet gebruikt voor beoordeling of anderszins. De leerlingen krijgen een brief mee met informatie voor de ouders (of andere opvoeders) met een korte uitleg en de vraag of zij met hun kinderen ook willen spreken over de klassensituatie. Hierbij kunnen praktische suggesties worden toegevoegd in de vorm van vragen.

Positief

Wat ga ik vervolgens filmen? Het kan zijn dat er docenten zijn die geen problemen ervaren met deze klas of docenten waar de klas van zegt dat het daar wel goed gaat. Interessant natuurlijk! Een opname van deze docent(en) kan verheldering geven. Het is niet bedreigend (want positieve insteek) en boeiend voor de docenten die wel problemen ervaren. De focus bij beeldbegeleiding ligt namelijk vooral op het versterken van dat wat goed gaat in de interactie tussen docent en leerling.

Na montage volgt de nabespreking met de betreffende docent(en) waarvan de opnamen is gemaakt en daarna met het docententeam. Vragen daarbij zijn: wat zie je, wat gaat goed, wat werkt hier, wat werkt niet, wat gebeurt er, herkennen we dit? Of juist niet?

Het is ook mogelijk om van elke docent (of wie aangeeft dat er bij hem of haar gefilmd mag worden) een opname te maken van bijvoorbeeld alleen de ontvangst bij de deur en de start, of de instructie, of welk onderdeel je maar afspreekt met elkaar.

Afspreken elkaar aan te spreken

Gezamenlijk afspraken maken is vervolgens de belangrijke vervolgstap. Hoe gaan we deze klas benaderen? Wat spreken we met elkaar af? Wat kan ikzelf doen? Waar ga ik op letten? Wat heeft de individuele docent daarvoor nodig en wat heeft het team nodig. Hoe kunnen we elkaar helpen en stimuleren? Wie kan mijn maatje hierbij zijn? Kunnen we samen lessen voorbereiden, kijken we bij elkaar in de klas. Wanneer spreken we hier weer over met elkaar en hoe evalueren we en wat verwachten we van de leiding?

Eventueel volgt hierna nog een filmopname na een afgesproken periode, met weer een nabespreking.

Ouders en leerlingen en school

We weten uit onderzoek dat het belangrijk is de driehoek ouders, leerling en school goed te onderhouden. Daarom moet de ouders regelmatig worden betrokken bij de voortgang in dit proces. Dat kan door gesprekken op school met de leerling erbij, dat kan door de leerlingen een positieve brief mee te geven voor hun ouders waarin wordt verteld hoe goed zij presteren en samenwerken in de klas. De focus ligt op het gezamenlijke belang en doel; een betere samenwerking met de klas waardoor docent en klas, beter gaan presteren en ouders zich betrokken voelen bij dit proces.

 

 

 

 

 

 

13 november 2015
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Ander gedrag raakt ook de overblijf

Ander gedrag raakt ook de overblijf

Docenten in het basisonderwijs hebben behoefte aan meer scholing nu er meer zorgleerlingen zijn vanwege het passend onderwijs, meldde Trouw op 9 november. Die mogelijkheid wordt hun geboden door bijvoorbeeld de lerarenbeurs waarmee collegegeld en studieverlof kunnen worden betaald.

Behoefte aan pedagogische scholing

Maar ook overblijfmedewerkers worden geconfronteerd met ander gedrag. Ook bij het overblijven zijn nu meer kinderen met ADHD, autisme en kinderen met het downsyndroom of kinderen met andere problematiek. Wat mij als trainer van overblijfmedewerkers opvalt is dat scholen soms vergeten de overblijf hierover te informeren en hen geen pedagogische scholing bieden.

Filmen van ander gedrag

Zo’n twee jaar geleden werd mij gevraagd of ik tijdens de overblijf wilde filmen op een school. Het was te onrustig en medewerkers zaten met de handen in het haar. Ik moest de directeur van de school erop wijzen dat het van belang was dat hij bij de nabespreking aanwezig zou zijn. Tijdens het overblijven waren er namelijk ook twee kinderen met ernstig ADHD waarover de medewerkers nauwelijks pedagogische informatie hadden gekregen. De filmbeelden spraken voor zich. Na afloop zei de directeur: ‘ Ik zie nu dat dit boven jullie macht gaat. Wij mogen dit eigenlijk niet van jullie vragen.’ Die erkenning gaf lucht en ruimte voor hoe nu verder.

Subsidie scholing

In het verleden is vanuit de overheid geld beschikbaar gesteld om overblijfmedewerkers te trainen. Deze subsidie is in 2012 stopgezet. Michel Rog (CDA) heeft nu een initiatiefnota ingediend om onder meer de vergoeding voor deze vrijwilligers te verhogen maar helaas niet om het broodnodige scholingsgeld te betalen. Scholen krijgen wel geld – €25,12 per leerling, per jaar –  via de lumpsum om de overblijf te organiseren maar dit is helaas niet geoormerkt.

Warm pedagogisch klimaat

Overblijven is en blijft de verantwoordelijkheid van de school en die is gebaat bij een warm pedagogisch klimaat, dat niet stopt tussen de middag als het overblijven begint. Het leren van de kinderen wordt bevorderd door een rustige en fijne overblijf. Een goed middel hierbij is onder meer regelmatig overleggen en scholing bieden.

Scholing

Eén van de modules die veel wordt aangevraagd voor pedagogische scholing bij SCHOLARE, gaat over gedrag op de overblijf. Wat is gedrag, wat vinden wij druk gedrag en wat is ADHD en autisme? Ik merk een enorme honger naar informatie en een grote bereidheid tot leren bij overblijfmedewerkers.

Kijken naar gedrag

We kijken naar filmbeelden en vooral naar onszelf. Wat zie je als je naar een kind kijkt. Wat is er aan de hand, wat is jouw oordeel en wat gebeurt er echt. Wat gebeurt er met jou? Hoe kun je reageren. Wat is druk gedrag, wat is ADHD en wat is autisme en welke tips kunnen we elkaar omgeven in het goed omgaan met ander gedrag.

 Leren van elkaar

De ervaring is iedere keer weer dat het zinvol is dat je als overblijfteam dezelfde informatie krijgt, leert van elkaar en afspraken maakt. Daarin zit de waarde van scholing.

 

 

3 november 2015
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Huiswerk leren maken

Huiswerk leren maken

De afgelopen weken heb ik  ingevallen als docent Nederlands op een school voor VMBO, 2 brugklassen en 2 tweede klassen, BB en BK en TL//H. Invallen is een pittige klus; je moet je binnen no-time de mores van de school eigen maken, zo voor de klassen stappen binnen de al ontstane groepsdynamiek en proberen zo snel mogelijk de draad op te pakken waar ze waren gebleven.

Heb je je huiswerk af?

Ik moest onwillekeurig weer denken aan mijn eigen brugklastijd en hoe ik die eerste weken werkelijk geen idee had hoe ik mijn huiswerk moest aanpakken. Ik herinner mij mijn eerste dikke onvoldoende op een overhoring voor geschiedenis. ‘Moest je dat leren dan?’ Gelukkig kregen we de weken daarop studieles van onze sectorleider en langzamerhand kwam het wel goed met mij. Het hielp niet echt dat mijn ouders ook geen idee hadden wat ik thuis moest doen en niet verder kwamen dan de vraag of ik mijn huiswerk af had. Uiteraard zei ik daar altijd ja op. Overigens is dit de meest gestelde vraag aan pubers.

Verschillen

Ondanks een betere voorbereiding nu op de basisschool en veel meer kennis over leren, zag ik toch grote verschillen tussen kinderen bij het gebruiken van de agenda en het plannen van het huiswerk. Slechts een klein aantal meisjes en een enkele jongen, lukte dit wel goed. Ook verbaasde ik mij over de studiewijzers die kinderen nog steeds in de brugklas krijgen voor een periode van 8 weken! Daarbij de veronderstelling dat kinderen alles wel op Magister konden opzoeken. Alsof het niet veel anders is of je iets voor je ziet op papier of op een scherm. Breininformatie leert ons iets anders en vandaar ook dat scholen weer overgaan op papieren agenda’s en deze zelfs weer verplicht stellen.

Leren leren

Tijdens de ouderavond ‘Heb je je huiswerk af?‘, vertel ik ouders naast veel breininformatie over het puberende brein, ook iets over leren uit het boekje ‘Zo is leren leuk‘. Hierin zit o.a. een handig testje waarbij kinderen en ouders meteen kunnen zien waar het mogelijk aan schort. Een overzichtelijk, praktisch en informatief boekje.

Een ouderavond die ouders echt helpt kinderen goed te begeleiden bij het maken met huiswerk, is geen overbodige luxe. Als je oudste kind naar het voorgezet onderwijs gaat, is het net zo nieuw voor ouders als voor de kinderen!

Dit filmpje is gebaseerd op de breininzichten en geeft handige tips hoe te leren.

1 september 2015
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor September is het nieuwe januari

September is het nieuwe januari

Goeie voornemens maken past bij januari maar als je docent bent ook heel erg bij de start van het nieuwe schooljaar. In de vakantie heb je bedacht hoe je goed wilt starten met nieuwe klassen of wat je anders gaat doen in bekende klassen. Met een gezonde spanning weer beginnen en wellicht na enkele weken bedenken dat dezelfde valkuilen weer gereed staan en dat patronen lastig te doorbreken zijn. Het lijkt wel januari…

Valkuilen en patronen

Hoe kun je die patronen doorbreken bij jezelf? Mijn valkuil is bijvoorbeeld dat ik niet consequent genoeg ben, te veel begrip heb (kan toch gebeuren je boek vergeten?) en daardoor weer dingen door de vingers zie die ik eigenlijk niet wil. Tijdens coaching weet ik dat ik bij het woordje ‘eigenlijk’ op mijn hoede moet zijn. Zo maakte ik ook nog weleens de fout bepaalde afspraken zo vanzelfsprekend te vinden dat ik die toch niet hoefde te benoemen? Zeg hoe jij het wilt hebben in de klas en wat jij belangrijk vindt. Ook al horen ze dat van iedere docent, ze moeten het echt uit jouw mond horen!

Consequent zijn

Uit de theorie en door ervaring weet ik dat consequent zijn in de eerste weken veel uitmaakt voor de rest van het schooljaar. Hoe kun je jezelf trainen? Als je de eerste weken elke les herhaalt wat jij belangrijk vindt en hoe jij het wilt hebben in je les, werpt dat uiteindelijk vruchten af. Maar dan moet je daarin wel consequent zijn, weten wat je zegt en hoe je handelt als leerlingen zich niet aan die afspraak houden.Wat mij hielp was om goed te bedenken of op te schrijven waar ik last van had en tijdens die eerste weken daar op in te zetten en afspraken over te maken. Een of twee afspraken per week is genoeg. Je kunt dat ook aan de klas vertellen. Bijvoorbeeld deze week ga ik er speciaal op letten of jullie je boeken bij je hebben. Want daar begint het gedoe al…‘Mag ik nog even naar mijn kluisje? Ik heb mijn boek daar nog in liggen.’ Je weet dat het weer een paar minuten kost en jij gestoord wordt in je les of dat je moet wachten. Het kost je in het begin tijd en energie maar doorzetten loont.

Hoe dan?

-Geef vanzelfsprekend zelf het goede voorbeeld.
-Benoem de afspraken positief, ga uit van gewenst gedrag: Je hebt elke les je boek bij je, je komt op tijd in de les, we wachten tot de bel gaat met opruimen, enzovoort.
-Bedenk voor elke afspraak wat de consequentie is als leerlingen zich daar niet aan houden. Bijvoorbeeld boek niet mee? Zorg dat je bij iemand anders mee kunt kijken, je doet gewoon mee in de les en ik maak er een aantekening van. Bij de tweede keer (dan wordt het een patroon) neem je contact op met de ouders, trakteren of iets anders wat vervelend is. Het moet wel vervelend zijn. En bij te laat komen in de les niet ‘Ga gauw zitten…’ maar ‘Je kent de afspraak.’
-Schrijf de afspraken voor jezelf op, inlegvel in je agenda bijvoorbeeld, maak er eventueel een poster van, neem die mee in je tas en plak deze naast het digibord zodat je daarnaar kunt verwijzen zonder steeds in discussie te moeten gaan.
-Maak een A4 met deze afspraken voor jezelf, hang boven je bureau, zet elke dag een plus bij de afspraken waar jij tevreden bent over jouw reactie daarop en omgekeerd een min. Na een tijdje zie je waar jij de fout ingaat. Of vind je die afspraak toch niet zo belangrijk? Lijdt de les eronder of jij dan toch weer inzetten op ander gedrag (bij jezelf en bij de leerlingen).
-Concentreer je bijvoorbeeld elke week op 1 afspraak waar jij op gaat letten.
-Beloon de klas na 1 week bijvoorbeeld met een leuk filmpje, kleine traktatie o.i.d.
-Beloon jezelf!

SUCCES!

lukt het niet om je patronen te doorbreken of je valkuilen te omzeilen; neem gerust contact op voor een vrijblijvend gesprek voor video-coaching: nettiekramer@scholare.nl

5 juni 2015
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor De overblijf in het zonnetje gezet

De overblijf in het zonnetje gezet

 

Overblijfmedewerkers in het zonnetje gezet

De nationale overblijfdag was in alle opzichten een zonnige dag! De zon scheen volop op donderdag 4 juni en overblijfmedewerkers in het hele land werden ook figuurlijk in het zonnetje gezet.

In de gemeente Noordenveld viel die eer te beurt aan het overblijfteam van CBS De Hoeksteen. Nettie Kramer van SCHOLARE kwam een doos met heerlijke tompoucejes brengen met het logo van deze dag waarop geprint stond: ‘Voor alle lieve overblijfjuffen.’ En natuurlijk was dit ook voor de vaders die gelukkig steeds vaker ook overblijfmedewerker zijn.

Het was een genoeglijk samenzijn bij het overblijfteam van De Hoeksteen dat met verve gecoördineerd wordt door Mirjam van der Let. Samen met 13 vrijwillige ouders verzorgen zij samen de overblijf. Dit betekent met de kinderen tussen de middag eten en spelen op het plein als het weer het toelaat. Overblijven is niet altijd een gemakkelijke klus; het is geen vrije tijd en ook geen schooltijd. Overblijfmedewerkers willen het graag gezellig hebben met de kinderen en doen dit werk omdat ze hart hebben voor kinderen, een goeie overblijf belangrijk vinden en ook betrokken willen zijn bij school.

Overblijfteams worden ook geschoold , de overheid stelt dit verplicht. Minstens de helft van de medewerkers moet in het bezit zijn van een certificaat. Deze cursussen behandelen vaak basisvaardigheden om met groepen kinderen om te gaan.

Voor meer informatie over SCHOLARE en Nettie Kramer, 0612797669 of www.scholare.nl.

19 mei 2015
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Monteren is liegen

Monteren is liegen

Deze uitspraak van een regisseur las ik laatst op internet. Ik dacht meteen: ‘Doe ik dat dan ook?’ Liegen is bewust niet de waarheid vertellen. Of de waarheid verdraaien om de werkelijkheid wat mooier te maken. Liegen voor je eigen bestwil; we kennen de varianten. Doen we op social media niet hetzelfde? We delen alleen de hoogtepunten uit ons leven en laten de ellende liever weg. Denk ik aan mijn eigen praktijk van beeldbegeleider waarbij ik docenten met behulp van video-opnames begeleid, moet ik ook wel ja zeggen op de vraag of monteren liegen is.

Kijken en weglaten

Bij beeldbegeleiding is er eerst  een intakegesprek waarna een eerste filmopname in de klas volgt. In de uren daarna bekijk ik de opnames met behulp van hun leervragen en mijn eigen observaties. In het vervolggesprek zijn verschillende opties mogelijk:

-Ik vraag wat de docent wil zien.

-Ik laat bepaalde scènes zien en vraag of dit past bij de vraag die de docent heeft.

-We beginnen te kijken bij het begin en de docent bepaalt wanneer we stoppen met kijken of ik zet de opname stop.

-De docent neemt de film mee naar huis en kijkt die zelf en bepaalt zelf waar hij/zij het over wil hebben.

We kijken niet alles opnames terug, soms knip ik, soms laat ik inderdaad bepaalde opnames bewust niet zien. Heb ik dan gelogen?

 Kijken naar je eigen falen

Ik herinner mij uit mijn eerste jaar als docent dat een collega bij mij in de les een video-opname kwam maken. Ik had zelf om hulp gevraagd. Het ging niet goed in deze klas en ik wist niet waar ik moest beginnen om het beter te laten gaan. De docent kwam, filmde de les  (toen nog met een joekel van een camera op een statief) en ook deze les liep gierend uit de hand. Ik durfde na afloop mijn collega amper aan te kijken en schaamde mij. Mijn collega zei niets, gaf mij de videoband en zei dat ik thuis maar moest kijken. Ik was verbluft. Zelf kijken heb ik niet eens gedaan! Ik kon het niet, ik wist wel wat er op die band stond. Waarom moest ik naar mijn eigen falen kijken? Het was te confronterend op dat moment. Hij heeft mij er nooit meer naar gevraagd wat voor mij een teken van onmacht was.

 Van complimenten groei je

Gelukkig kreeg ik een herkansing, ik gaf niet op en meldde mij vrijwillig bij een videocoach in opleiding. Hij begon voorzichtig; liet mij na de eerste opname alleen de start van de les zien. Hoe ik bij de deur stond, hoe ik leerling ontving en contact maakte. Gaf mij daar een mooi compliment over waardoor ik mij goed ging voelen en mijn zelfvertrouwen groeide , beetje bij beetje, langzaam. Ik ben gelukkig daarna nog tien jaar docent gebleven, ik kan wel zeggen dankzij deze begeleider.

Dus ja.. soms is de waarheid te pijnlijk en kan het leren in de weg staan. Pas als het zelfvertrouwen is gegroeid, kan er weer worden geleerd!

22 april 2015
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Andere schooltijden & de overblijf

Andere schooltijden & de overblijf

Op dit moment zindert het in de samenleving als het gaat over onderwijs; niet alleen inhoudelijk maar ook wanneer, op welke tijden. Scholen voeren andere roosters in of experimenteren eerst met andere tijden. Waarom willen scholen dit? Welke modellen zijn er. Tijdens overblijfcursussen komen hier vragen over: mag dit zo maar worden ingevoerd? Wat betekent dit voor het overblijven, welke positie neem wij in als overblijfteam en kun je ook invloed uitoefenen?

Waarom andere schooltijden?

Uit onderzoek uit 2013 blijkt dat  de vraag om verandering van schooltijden vooral is ingegeven  vanuit trends in de samenleving of vanuit ontevredenheid over de huidige situatie. De schooltijden sluiten bijvoorbeeld niet meer goed aan bij de werktijden en bij de behoeften van ouders en kinderen.  Vanuit de school kan de vraag om andere tijden ingegeven zijn  doordat er een nieuwe school wordt gebouwd, de overblijf moeilijk loopt of dat er geen ouders of andere vrijwilligers meer te vinden zijn die de  overblijf  willen doen. Meer rust en regelmaat is ook vaak een argument van scholen.

Welke modellen zijn er?

Globaal gezien zijn er 4 schooltijdmodellen  die gebruikt worden in Nederland:

Het agrarisch of traditionele model: van 08.30 – 15.15 u. met pauze van 12.00 u. – 13.00 u. /13.15 u. Voor veel kinderen betekent dit BSO voor en na school en TSO tussen de middag.

Het vijf gelijke dagen model: van 08.30 u. – 14.00 u., dus ook op woensdagmiddag school .

Het continurooster: kortere schooldagen meestal tot 14.45 u. en wel een vrije woensdagmiddag maar kortere lunchtijd, vaak een half uur. De precieze tijden kunnen verschillen per school of per plaats.

Het 7-7 model: kinderen zijn binnen één gebouw de hele dag onder de pannen; voor BSO en school. Ouders kunnen flexibel vakantie opnemen en zelf de tijd indelen. Een aantal scholen experimenteert hier nu mee.

Verder heb je nog het bioritmemodel, het Hoornsmodel en scholen die zelf een model bedenken. Als Scholen hebben sinds 2006 veel meer vrijheid gekregen om hun eigen schooltijden te kiezen, mits ze het aantal lesuren van 940 uur per jaar maar halen .

Onze directeur wil een andere schooltijden invoeren m.i.v. volgend schooljaar, mag dat zo maar?

Nee, dat mag niet zo maar en het zal ook niet zo maar worden ingevoerd. Hier gaat een heel traject aan vooraf dat wel twee jaar in beslag neemt. Het begint met een vraag, oriënteren (welke mogelijkheden zijn er), informeren (wat zijn de voor- en nadelen van de modellen), overleggen met het team, de MR en natuurlijk ook de ouders informeren en raadplegen, proberen overeenstemming te krijgen d.m.v. bijvoorbeeld een enquête . De oudergeleding van de MR  heeft  uiteindelijk instemmingsrecht als het gaat om het invoeren van andere schooltijden.

 Invloed van ouders

Ouders hebben echt een belangrijke stem en moeten die laten horen. Laat je dus in elk geval goed informeren over de voor- en nadelen van een ander schooltijdenmodel. Dat kan ook tijdens een overblijfcursus of tijdens een overleg. Overblijfadviseurs kunnen dit. Vraag naar argumenten; waarom wil de school of de vereniging dit? Wat zijn de motieven van de school, van de ouders? Welke voordelen denken zij dat het oplevert? Informeer ook bij andere scholen naar hun ervaringen.

Wiens belang

Als de vraag is ingegeven door de ouders of de leerkrachten is het goed om ook naar de belangen van de kinderen te kijken. Wat zijn hun behoeften en hoe kan daaraan voldaan worden tijdens de pauze? Kinderen kunnen ook hun mening geven!

MR

Het is altijd handig als iemand van het overblijfteam in de MR zitting heeft. Zo houd je een korte lijn. De MR heeft ook instemmingsrecht over de begroting van de school (en dus ook over het financiële gedeelte van de overblijf).

Nieuwe CAO

Met de invoering van de nieuwe CAO voor het basisonderwijs m.i.v. volgend jaar lijkt het invoeren van nieuwe schooltijden problematischer te worden. Docenten hebben recht op een half uur onafgebroken pauze. Er rouleren echter al genoeg ideeën om dit op te lossen, al vergt het wel enige creativiteit.

Goede overblijf

De beste tactiek die de wind uit de zeilen kan nemen: zorg voor een overblijf die loopt als een trein! Als de kinderen, de school en de ouders tevreden zijn, zal de roep om andere schooltijden niet zo hard klinken. Als de school wel andere tijden wil, kom dan als ouders en overblijf op voor de belangen van de kinderen!

* Evaluatie TSO van de stichting LOS, 2013 onder 700 schoolleiders (AVS)

17 maart 2015
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Rodermarkt en ouderbetrokkenheid 3.0

Rodermarkt en ouderbetrokkenheid 3.0

Vorige week was ik bij een regiobijeenkomst van de Landelijke Beroepsgroep Begeleiding in het Onderwijs (LBBO) in Groningen waar Peter de Vries van het CPS sprak over ouderbetrokkenheid 3.0. Echt contact en betrokkenheid tussen ouders en school realiseren. Eén advies was bijvoorbeeld om een nieuwjaarsreceptie voor ouders in september te organiseren zodat ouders elkaar leren kennen.  Ik moest opeens aan onze Rodermarktwagens denken op de basisschool van mijn kinderen, De CBS de Haven, 1989.

Toen mijn oudste dochter naar deze basisschool in Roden ging, was het voor mij als moeder ook helemaal nieuw. Ik woonde daar al wel 6 jaar maar was nog niet bekend met de scholen, laat staan met de ouders. Ik weet nog dat ik met mijn dochter de bassischool ging bekijken en we vonden het allebei net zo spannend.

Het fenomeen waar wij als kersverse schoolouders meteen mee te maken kreeg toen ze in augustus naar school ging, was de Rodermarktwagen. De vierde dinsdag in september is al jaren Rodermarkt en de zaterdag daarvoor is er optocht in het dorp met versierde wagens. Alle kleuterouders  van groep 1 en 2 werden geacht daaraan mee te bouwen en ieder gezin werd ingedeeld  om koffie te brengen bij de wagenbouw. Ik kreeg een tas met heel veel thermosflessen in mijn hand geduwd, een adres van een boerderijschuur ergens achteraf met het verzoek of daar om acht uur ’s avonds met  koffie en koek te verschijnen.  Het was daar een gezellige drukte en al gauw gingen ook wij ons steentje bijdragen aan de wagenbouw met als thema ‘Scheveningen.’ Er bleek een bouwgroep, een naaigroep, een lasgroep en een verfgroep en een bloemengroep te zijn. En dit functioneerde alle kleuterjaren zo. Er ontstonden vriendschappen voor het leven en wij stroomden na de kleuterklassen van onze kinderen, moeiteloos door in commissies; werden leesouder, luizenouder, zaten in OR, MR en bestuur van de school.

Om een lang verhaal nog langer te maken; na 30 jaar hebben wij nog steeds contact met ouders uit die tijd. Onze groep heet ‘De Havenstappers’ en organiseert één keer per jaar een reünie. We zijn nog steeds dol op ‘onze’kleuterjuf (inmiddels met pensioen),  informeren naar het wel en wee van onze kinderen en vinden elkaar ook nog steeds leuk.

Als dat geen ouderbetrokkenheid 3.0 is

OUDERS IN SCHOOL