Schoolcijfers openbaar?

In Trouw van 27 augustus 2007 stond een artikel over hoe gemakkelijk docenten cijfers van leerlingen op het internet publiceren, vaak op een eigen website of op die van school waar leerlingen hun cijfers van af kunnen lezen. Niks mis mee toch?

Jawel. Leerlingen hoeven niet altijd de cijfers te weten van hun klasgenoten.

“Ja maar”, zeggen docenten soms, “We hebben het gevraagd in de klas en iedereen was het er mee eens.”

Stelt u zich even voor; u zit in die klas als leerling, bent onzeker over je prestaties, bang voor een slecht cijfer. Wanneer de docent vraagt of de cijfers gepubliceerd mogen worden, wil jij geen spelbreker zijn. Toch willen leerlingen wel weten hoe ze scoren t.o.v. de rest van de klas. Als docent kunt u dan het gemiddelde geven en de slechte presteerders individueel aandacht geven.

Recht op privacy! Dat is mijn tweede argument. Cijfers kunnen een eigen leven gaan leiden en blijven rondhangen of opgeslagen worden door iemand op internet. Niemand heeft daar iets mee nodig en eigenlijk moeten de ouders van leerlingen onder de 18 toestemming geven om persoonlijke zaken op internet te publiceren!

Zelf ben ik als docent ook regelmatig in de valkuil gestapt van openbare bekendmaking van cijfers, bijvoorbeeld tentamencijfers op een prikbord. Toch denk ik dat het uitdelen van proefwerken en tentamens en vragen of iedereen eerst zijn eigen cijfer wil bekijken zonder meteen aan de ander te vragen wat die voor cijfer heeft, meer recht doet aan alle leerlingen.

Te vaak hoor ik nog dat docenten niet de tijd nemen om hun proefwerken te bespreken en ze niet eens teruggeven aan leerlingen om te bekijken! Hiermee kunnen leerlingen nu juist leren wat belangrijk is en hoe ze dingen de volgende keer moeten aanpakken.

Te vaak wordt voorbijgegaan aan de gevoelens van leerlingen als het gaat om cijfers.

Wilt u een veilige site voor leerlingen om individueel hun cijfers te kunnen bekijken en ook de gemiddelde score? Kijk op www.puntenlijst.eu

Effectief startgedrag

Een goed begin is het halve werk, zeker in een les. Als coach praat je vaak met docenten over de eerste paar minuten van de les.

Wij hebben een aantal tips voor u op een rijtje gezet. Herkenbaar? Aanvullingen en tips uit eigen ervaring zijn welkom!

  • Zorg voor een centrale positie in de klas
  • Maak jezelf groot (ga staan)
  • Gebruik grote gebaren, verhef eventueel je stem 
  • Geef een duidelijk startsignaal (bv. deur dichtdoen, OK, we gaan beginnen, in je handen klappen, op het bord tikken). Kies hierbij wat bij jou past. 
  • Straal enthousiasme uit m.b.v. activerende gebaren (mouwen opstropen, in je handen wrijven), vriendelijk kijken. 
  • Daarna kom je met relevante informatie (wat gaan we doen deze les...., hoe gaan we dat doen). Kijk ondertussen goed rond.
  • Maak oogcontact en blijf doorpraten op groepsniveau. Laat je niet afleiden. 
  • Eventuele vragen verbreden (d.w.z. de hele klas erbij betrekken door bijv. te zeggen: "Deze opmerking is voor iedereen interessant" of "Dit is een interessante vraag en daar geef ik straks antwoord op").
  • Noteer de volgorde van je les kort op de zijkant van het bord of schrijf het al pratende op. Het middenstuk van het bord kun je dan gebruiken voor herhalen van de vorige les of voor kernbegrippen die deze les aan de orde komen.

Interactie!

Voor het overdragen van informatie is de monoloog nog altijd een zeer geschikte werkvorm. Je hebt als docent volledig de controle over inhoud en tijdsduur, grote voordelen.

Maar komt je informatie ook over bij je toehoorders? Hoe kun je daar meer greep op krijgen?

Door gericht vragen te stellen.

Tijdens lesbezoeken zie ik docenten daar soepel mee spelen: interactie, betrokkenheid, geintje, leerlingen met mooie persoonlijke antwoorden op het puntje van hun stoel. Kortom: in een prettige sfeer zie ik de lesstof als het ware landen in de hoofden van leerlingen.

Andere docenten zie ik er mee worstelen. Ze stellen wel een vraag, maar als er iets geroepen wordt, zijn ze al snel blij en gaan vervolgens over tot de zo vertrouwde monoloog, en de bedoeling was toch echt anders.

Als ik in de nabespreking dan nog eens de voordelen van interactief lesgeven op een rijtje zet (betrekken en activeren van je leerlingen, dwingen tot nadenken, controle of de stof wel is overgekomen, checken van hun denkniveau, leren formuleren en naar elkaar te luisteren, stimuleren, motiveren), is het antwoord vaak: “Maar ze doen gewoon niet mee.”

Tja, en dan krijgen we het over de invloed die jij als docent hebt op het gedrag van je leerlingen. In de psychologie heet dat ‘systeemdenken’: actor en reactor beïnvloeden elkaar wederzijds zodanig dat ze samen een hecht systeem vormen met vaste patronen die maar moeilijk te veranderen zijn.

Als docent kun je je leerlingen consumptief gedrag aanleren door na halve antwoorden weer te gaan monologen. Je kunt ze ook leren dat je niet verder gaat met je verhaal als zij zich niet willen inzetten om hun kennis en inzichten met elkaar te delen. Daar hoort natuurlijk wel een goede vraagstrategie bij: hoofdvragen, doorvragen, prikkelen, juiste stapgrootte.

Waar is de leraar?

Zondag 16 september 2007, 20.30 u. – 21.15 u. was deze documentaire te zien op Zembla.

Zembla kijkt op twee scholen in Spijkenisse en Doorn, en vraagt zich af hoe het zit met het lerarentekort. Is er eigenlijk wel een tekort? Of moeten leraren te veel andere dingen doen waardoor ze niet meer toekomen aan lesgeven? De moeite waard van het bekijken via deze link: http://player.omroep.nl/?aflID=5537362#

U ziet beelden van docenten, klassensituaties, interviews met leidinggevenden, met een vroegere favoriete docent, opnames van leerlingen van docenten… opleiden van leraren binnen de school waarbij de school het collegegeld betaalt, ASD’ers (aanstormende docenten, oftewel leerlingen die voor de klas staan) intensief of extensief lesgeven en nog meer tips en trucs om aan die 1040 uren te komen.

Feedbackscan Docenten

Vraagt u zich wel eens af hoe u overkomt op leerlingen? Daar is nu een gemakkelijke methode voor, een vragenlijst op de computer: www.feedbackscan.nl .

Deze vragenlijst brengt kwaliteiten van de leraar in beeld zoals die door leerlingen wordt ervaren. Met deze scan kunnen leraren het effect van hun handelen als leraar testen, 95 vragen verdeeld over 21 schalen.

Bijv. de leraar is betrouwbaar, duidelijk, een persoonlijkheid, heeft persoonlijke aandacht voor leerlingen, is aardig, vriendelijk, ontspannen en goed gehumeurd.

Het is de bedoeling dat een docent de leerlingen uitnodigt om deze scan in te vullen, bijv. tijdens een mentoruur in de mediatheek. Het invullen kost maximaal 20 min. De leerlingen krijgen de items willekeurig voorgeschoteld, dus per leerling verschillend en zonder schaalaanduiding.

De leraar krijgt gerapporteerd per schaal.

De gegevens van leerlingen worden anoniem en als gemiddelden aan de leraar gerapporteerd. Ze zijn dus niet herleidbaar tot individuele leerlingen.

Met deze gegevens kan de docent zichzelf ontwikkelen, het POP-gesprek ingaan, etc.

Zie ook het praktijkblad voor het voortgezet onderwijs ‘12-18’ www.van12tot18.nl . Ga naar nr.2 februari 2007- Professionalisering themanummer

Gezien met SVIB

‘Ik krijg vaak te horen van leerlingen dat ik niet goed luister.’ Een opmerking van een docent die u wellicht herkent. ‘Toch heb ik zelf het idee dat ik prima luister.’

Bij het maken van een filmopname na dit gesprek besluit ik goed te letten op de basiscommunicatie. Bij het terugkijken valt op dat het beter kan bij de afstemming; de docent gaat te snel over op het volgende onderdeel. De leerlingen zijn nog niet zover. Opmerkingen als: “Kan ik verder gaan?” of “Zijn er nog vragen?”, voorkomen dat leerlingen niet volgen en afhaken.

In de individuele communicatie werkt dit ook zo. Het contact afsluiten met een knikje, oogcontact, vragen of ze het hebben gesnapt, werkt vaak heel goed.

Het gevolg is dat de leerling zich gezien en begrepen voelt. De docent die ik begeleidde voor deze opname zag het ook. Dat is de kracht van het beeld!

Wilt u meer weten over basiscommunicatie? Vraag gratis een reader over dit onderwerp aan bij

nettiekramer@scholare.nl

SOVA

Nee, geen enge ziekte maar een afkorting van SOciaal VAardig. Een oud begrip maar weer erg actueel. In juli en augustus berichten in kranten en tv over de 2-daagse training: ‘Plezier op school’. Deze wordt gegeven voordat de school begint door de GGZ.

Het blijkt dat het werkt: werken aan je zelfvertrouwen, aan je houding en veel oefenen vooral. Zo overleef je beter de eerste weken op school en beland je niet zo gauw onderaan in de pikorde en kun je zelfs met plezier naar school!

 

Wij als Scholare hebben ervaring met het geven van Sociale Vaardigheidstrainingen op middelbare scholen.

Niet alleen voor brugklassers maar ook tweedeklassers worden hiervoor steeds vaker aangemeld. Vaak blijkt dat de problematiek van deze leerlingen dan pas duidelijk wordt; de mentor kent de leerling wat langer en kan   beter inschatten wat er aan de hand is. Hij of zij maakt bijvoorbeeld moeilijk contact, heeft niet echt aansluiting in de groep, is agressief of juist erg timide. Dit kunnen ook signalen zijn dat er iets anders aan de hand is. Daarom is het belangrijk dat er professioneel wordt getraind en er intensief contact is tussen mentoren, school en ouders. Voor scholen daarom soms een reden om deze training extern te laten verzorgen.

Wilt u meer informatie over wat Scholare te bieden heeft op dit gebied? Kijk op bij: >Wat doet Scholare? >Cursussen voor leerlingen

Leerwerkgemeenschap SVIB

De vakantie weer achter de rug. Misschien ook nagedacht over het schooljaar dat achter je ligt en het nieuwe dat nu gaat beginnen.

Wellicht goeie voornemens daarvoor gemaakt?

Die klas die vorig jaar zo lastig was en die nu weer op je rooster staat; nu maar eens iets anders aanpakken. Wel wat ideeën daarover maar nog niet echt concreet.

Een andere opstelling van de klas? Meer groepswerk? Wellicht zelf een wat andere houding aannemen? Meer overleggen en leren van je collega’s?

Video is een uitstekend hulpmiddel om je professionaliteit en vakmanschap voor de klas te vergroten.

Ook kun je het goed inzetten voor intervisie bijvoorbeeld in de vorm van een leerwerkgemeenschap.

Een sterk begin

Tijdens je eerste lessen van het schooljaar krijg je de orde cadeau.

Zeker klassen of leerlingen die jou niet kennen, willen graag even aftasten wie je bent en wat ze van je kunnen verwachten. Ze houden zich gedeisd.

“Ze eten uit mijn hand, wat een makkelijke klassen, dat loopt prima” hoor ik minder ervaren docenten dan wel zeggen.

Toch zijn juist dit de lessen waarin je goed duidelijk kunt maken hoe jij het wilt hebben dit komende jaar. Ervaren leraren weten dat. Investeren in zowel een goede relatie met je nieuwe klassen als in de orde is juist nu belangrijk, je plukt er het hele jaar de vruchten van.

Terugdraaien is vaak een zware klus. Vooral wanneer de vervelende gewoontes gevormd zijn, zoals steeds maar de regels herhalen.

Schroom dus niet om de kleine overtredingen serieus te nemen en daarin op een vriendelijke toon flink duidelijk te zijn. Dan weten ze wat ze aan je hebben. Ook dat is investeren in een goede relatie met je klas.

Wat zou je doen?

Ook een mooi lied, deze keer van Marco Borsato. Soms gebeuren er dingen in je klas waarvan je denkt: En wat nu? Hoe reageer ik hier nu weer op?

Zo hoorde ik laatst een leuk voorbeeld op de radio; de Joep van Deudecolumn bij Giel Beelen: Joep is nu bekend als cabaretier bij NUHR maar was vroeger gymnastiekdocent. Hij vertelt hoe hij wist dat één van zijn leerlingen slimmer en brutaler was en dat deze leerling ook wist dat hij dat wist… , klinkt ingewikkeld en dat is het ook.

Op een dag moet hij hem uit de klas zetten wegens wangedrag en deze leerling lacht alleen maar en gaat niet. Joep spreekt dan de legendarische woorden waarvan elke docent weet dat je dan verloren hebt: “Ik kan wachten…” En wat moesten ze lang wachten!

Misschien herkenbaar? Hoe reageer je dan als docent? De strijd aangaan verlies je, ook Joep sleepte deze leerling uiteindelijk aan zijn voeten het lokaal uit…

Goed om bij uzelf na te gaan wat u zou zeggen of doen in zo’n geval.

Wij zijn benieuwd naar uw ervaringen en reacties!

Mail ze naar alfredvanderburgh@scholare.nl

Ga in mijn schoenen staan...

Misschien kent u dit lied van de Dijk, of gewoon de uitdrukking.

Laatst hoorde ik iemand vertellen over het effect van een opleiding ‘Kijken naar kinderen’ dat haar blik naar kinderen nooit meer hetzelfde zou zijn als daarvoor. Door die opleiding had ze de andere kant leren zien: die van het kind zelf.

Als je elke dag pubers tegenover je hebt, wil het zicht wel eens vertroebeld raken door gestolde beelden en irritaties over pubergedrag.

Als u merkt dat u daar ook last van hebt, kan het helpen om de kant van de puber weer eens te kiezen. Te beginnen met u af te vragen hoe u zelf ook weer was als puber: hoe voelde u zich toen? Hoe was uw middelbare schooltijd? Hoe ging u met huiswerk om? Hoe gedroeg u zich in de klas? Het kan ook helpen om, als u zelf kinderen hebt of in uw familie, te vragen om feedback. Onderaan deze brief staan nog wat titels van boeken die nuttige informatie geven over het leven van pubers.

SVIB-proeverij

            ‘the proof of the pudding is in the eating’

SVIB mag dan een bekend fenomeen zijn, nog niet alle scholen werken er mee.

Onbekend blijft dan wellicht onbemind en dat is jammer want School-Video-Interactiebegeleiding is een effectief hulpmiddel bij de begeleiding en professionalisering van docenten.

Scholare heeft voor u een leuk aanbod in de vorm van een voorlichting en meelooptraject .

Wilt u graag kennismaken met SVIB dan verzorgen wij voor u een SVIB-proeverij !

Wat houdt dit in? U krijgt van ons een gratis voorlichting waarin u beelden te zien krijgt van een SVIB-traject, u krijgt informatie over wat SVIB inhoudt en u kunt al uw vragen op ons afvuren en wij vertellen u wat mogelijk is.

Daarnaast gaat één van de docenten, bij voorkeur een docentencoach, zelf een SVIB-traject ondergaan. Zo ervaart hij of zij aan den lijve wat SVIB is. Daarna kan de coach beslissen of hij of zij verder geschoold wil worden hierin. Ook dit kan Scholare verzorgen.

Mogelijk is ook om een echt meelooptraject te volgen; wij filmen en de coach loopt met alle fasen mee; intake-gesprek, opname, montage en nabespreking. Uiteraard met toestemming van diegene die gefilmd wordt.

Heeft u hier belangstelling voor? Neem contact op met: nettiekramer@scholare.nl    Of kijk op onze website onder het kopje: Wat doet Scholare, voor meer informatie.

De afsluiter

Straks gaat de bel, het is dus tijd om af te ronden.

Als didacticus heb je de werkvorm inhoudelijk en procesmatig al afgesloten.

Nu nog een terugblik op de afgelopen les en afscheid nemen.

Wanneer je hier met je klas een herkenbaar ritueel van maakt, zal dat minder spanning geven.

Je evalueert je les: Wat hebben we gedaan, geleerd, ontdekt? Was het een lastig onderwerp? Ging dat je goed af, of niet? Waardoor kwam dat? Hoe ga je het de volgende keer aanpakken? Ook hierin kun je weer switchen tussen een klassikale en individuele benadering.

Voor de relatie met je klas is dit een belangrijk moment. Probeer tevredenheid uit te stralen, een compliment te geven waar mogelijk. Zorg dat de afspraken voor de volgende les, waaronder huiswerk, voor de leerlingen duidelijk zijn.

Maak daarnaast ook duidelijk wat je verwacht: ”Je mag nu rustig gaan opruimen, blijf nog wel even zitten tot dat de bel gaat en ik wil graag dat je je stoel aanschuift als je vertrekt.”

In deze laatste minuten komen de 4 eerder besproken rollen bij elkaar: gastheer, pedagoog, didacticus en presentator.

Timing bij het afsluiten is belangrijk: laat je niet overvallen door de bel, maar leerlingen die minutenlang met hun hand op de deurklink staan te wachten, kan ook een onrustig einde van de les geven.

Naar het boek 'Coachen op Contact' van Martie Slooter

Metaforen in het onderwijs

Ons leven zit vol metaforen, we maken er meer gebruik van dan we misschien weten, zowel in communicatie als in ons eigen denken. Het kan iets duidelijk maken over de manier waarop we naar dingen kijken. Bovendien kan het ook leuk en interessant zijn om over metaforen te praten en te denken.

Zo kan een docent het hebben over een kippenhok of over een slappe hap wanneer hij het over een klas of leerling heeft.

Maar ook het neusje van de zalm, een uitblinker of een orkest is een metafoor.

Een metafoor is eigenlijk een beeld uit een ander domein (orkest) dat je vergelijkt met een domein uit de ‘werkelijkheid’ (klas) omdat er meerdere overeenkomsten zijn tussen deze domeinen (samenspelen, harmonie, dissonant, dirigent, luisteren naar elkaar, afstemmen, doorzetten, … )

Zo ook bij het kippenhok: door elkaar heen praten (kakelen), ongestructureerd bezig zijn, onnozel gedrag, opgesloten binnen 4 muren, sterk reageren op prikkels uit de groep of van buitenaf, een verzorger die elk dag voer strooit en eieren raapt?

Een metafoor is erg persoonlijk en zelfs wanneer we over dezelfde metafoor praten, kunnen we daar verschillende eigenschappen mee bedoelen. Juist daarom kan het onderzoeken van je eigen beeld verhelderen hoe je in het onderwijs staat.

 

Nu zou ik graag een verzameling willen aanleggen van metaforen die betrekking hebben op het onderwijs (klas, leerling, school, docententeam) die ik bij het coachen en trainen kan gebruiken.

Mijn vraag is dan ook of je wel eens een metafoor gebruikt om je klas aan te spreken of op een beeldende manier naar je klas kijkt. Zo ja, zou je me deze dan via een mailtje willen toesturen?

Ik ben daarbij geïnteresseerd in de metafoor, liefst met een aantal overeenkomsten met de reële situatie en ook met jouw rol daarin.

Bij voorbaat hartelijk dank.

Complimentje op z'n tijd

“Wat zit je haar leuk.”

“Goed dat je bij me komt om dat te vragen.”

“Je hebt goed zitten werken vandaag.”

“Goed van je dat je dat wist.”

Veel docenten doen het van nature, af en toe een positieve opmerking, leerlingen vinden dat nooit vervelend, altijd wel prettig. Ze voelen zich gezien en gewaardeerd.

Toch zie ik als coach zo vaak docenten die graag een goede relatie met hun klas willen en dit stukje overslaan. Zodra er iets in de klas gebeurt dat stoort, reageren ze daarop. Ook belangrijk, maar leerlingen weten dan dat ze alleen je aandacht kunnen vangen door zich storend te gedragen. En die aandacht is belangrijk voor pubers! Daar hebben ze veel voor over, zelfs een uitbrander of straf.

In opvoedingssituaties komt kritiek gemiddeld 18x zo vaak voor als een complimentje!

“Maar complimentjes zijn zo overdreven, zo onecht.”

In mijn ogen is een positieve benadering van je leerlingen zo’n belangrijke bouwsteen voor een goede relatie met leerlingen dat het beter is om het toch maar eens te proberen, leerlingen vinden het maar zelden overdreven.

SoVa-Trainingen

SoVa staat voor sociale vaardigheden en is gelukkig een ingeburgerd begrip geworden. Juist in de kwetsbare puberteit is het zo belangrijk om sociaal vaardig te zijn en erbij te horen. SoVa-trainingen bieden leerlingen de kans om te oefenen en te experimenteren met ander gedrag in een veilige omgeving in interactie met anderen.

Vaak worden deze trainingen intern gegeven door docenten. Dat geeft voordelen: de docenten en de leerlingen kennen elkaar en kunnen zorgen voor een doorgaande lijn. Het voordeel om deze training extern te laten verzorgen kan de tijdsbesparing zijn die het oplevert voor de school.

Voor leerlingen kan het juist prettig zijn dat ze de trainers alleen zien tijdens de training en dat het daardoor extra veilig is. Een SoVa-training wordt door 2 trainers verzorgd en bestaat uit intakegesprekken met de leerlingen en 7-10 bijeenkomsten met de leerlingen.

Na afloop van de training kunnen gesprekken plaatsvinden met de ouders van de deelnemende leerlingen.

Scholare verzorgt ook algemene ouderavonden voor de school m.b.t. SoVaTrainingen.

Kwaliteit, valkuil en uitdaging

Verbazend hoe eenvoudig het soms is om met behulp van de Kernkwadranten van Daniel Ofman op een andere manier naar jezelf of naar een ander te kijken.

Een Kernkwadrant bestaat uit Kwaliteit, Valkuil, Uitdaging en Allergie, maar vaak is het al voldoende om te kijken naar een kwaliteit met als ‘te veel van het goede’: een valkuil en de uitdaging als een beheersing daarvan.

Geduld bijvoorbeeld, op zich een goede en prettige eigenschap van een docent, kan zomaar doorschieten in te laat optreden wanneer grenzen worden overschreden (valkuil). De uitdaging zou dan kunnen zijn om het geduld vast te houden en daarnaast alert te blijven op de eigen grenzen en deze te bewaken.

Zo kan duidelijkheid (kwaliteit) voor de klas ‘ontaarden’ in een vijandige houding tegenover leerlingen. De uitdaging zou hier kunnen zijn om op een vriendelijke manier duidelijk te zijn.

Ook in een relatie met een leerling of een collega kan het zinvol zijn om te onderzoeken welke kwaliteit er wellicht achter dat gedrag schuilgaat waar je je zo aan ergert. Wanneer je bemoeizucht (allergie, valkuil) kunt zien als doorgeschoten betrokkenheid (kwaliteit) ziet de relatie er vaak al heel anders uit. Zeker wanneer je de ander op een constructieve manier terug kunt geven dat je last hebt van dit gedrag.

In coaching een bruikbare techniek om door een andere bril op en positievere manier naar hetzelfde gedrag te kijken.

SVIB in de praktijk

SVIB, School Video Interactie Begeleiding, is gelukkig steeds meer een bekend begrip op scholen en er zijn weinig mensen die twijfelen aan de kracht van dit hulpmiddel op het gebied van coaching van docenten en ook van leerlingen.

De praktijk is vaak dat er één of meerdere docenten op een school een SVIB opleiding hebben gevolgd. Geweldig! In het gunstigste geval krijgen die docenten dan 2 uur per week om daadwerkelijk hun collega’s of leerlingen te kunnen begeleiden m.b.v. SVIB. Soms echter zijn hiervoor minder uren beschikbaar en wordt zo een dure opleiding sporadisch ingezet en onvoldoende benut. Als school is het belangrijk dat je vooraf helder hebt hoe je SVIB wilt en kunt inzetten.

Scholare traint ook docenten in SVIB en wil helpen bij de implementatie hiervan.

Om een goed beeld te krijgen van de tijd die zo’n traject kost en de effectiviteit hiervan is het ook mogelijk om een docent mee te laten lopen met een traject.

Zo kan de docent kijken of een opleiding tot SVIB’er geschikt is voor hem of haar en kan de school bezien of het effectief is om een of meerdere docenten zo’n opleiding te laten volgen.

Soms is het effectiever of goedkoper zijn om af en toe iemand in te huren voor een SVIB traject dan om een aantal docenten hiervoor op te leiden en hier structureel uren beschikbaar voor te stellen. Belangrijke afwegingen!

Zie voor meer informatie hierover onze website www.scholare.nl

SVIB voor beginners?

Het schooljaar is net van start, je bent weer fris begonnen met een aantal nieuwe klassen. Het loopt prima! De sfeer is ontspannen, de groep werkt goed mee, ze luistert goed tijdens je uitleg en alles loopt gesmeerd. Alleen merk je naarmate de tijd verstrijkt dat er iets verandert; de leerlingen raken gewend, ze worden vrijer, drukker zelfs. Nu al decembersfeer? Denk je misschien. Wat is het toch dat het me soms door de vingers glipt? Zit het in mezelf of in de groep? Misschien kan SVIB (schoolvideo interactiebegeleiding) je helpen bij het zoeken naar het antwoord.

Meekijken naar jezelf!

Kijk voor meer informatie over SVIB op onze site: www.scholare.nl onder het kopje: Wat doet Scholare?

Je les loopt...

De leerlingen zijn binnen (gastheer), je hebt hun aandacht (presentator), je bent bezig met lesgeven (didacticus). Wanneer je deze fasen hebt doorlopen, de rollen op een goede manier hebt ingevuld, komt de volgende vraag: hoe ga ik met mijn leerlingen om? (pedagoog)

Is er contact? Wederzijdse aandacht? Duidelijkheid? Veiligheid? Voorspelbaarheid?

Duidelijkheid over het verloop van je les, maar ook duidelijkheid over de regels? Positief geformuleerde verwachtingen nodigen leerlingen minder uit tot uitdagen dan het benoemen van ongewenst gedrag.

“Ik verwacht dat je naar mijn verhaal luistert en stil bent” klinkt anders dan: “Je mag niet door mij heen praten tijdens mijn uitleg.”

Leerlingen willen volwassen, positief en serieus benaderd worden. Ze hebben behoefte aan waardering en respect. Met deze ingrediënten behoud en versterk je de relatie met je leerlingen, een voorwaarde voor plezier in werken en leren.

Als docent heb je

1- je eigen grenzen bepaald, wat is voor mij wel/niet acceptabel?

2- deze grenzen (regels) benoemd in de klas

3- een scala aan reacties op grensovertredingen (negeren, non-verbaal, verbaal, fors verbaal)

Op kleine overtredingen reageer je met een kleine correctie, op een forse overtreding reageer je fors, je doet dit bewust en effectief.

Naar het boek 'Coachen op Contact' van Martie Slooter

De Roos van Leary

Een bekende uitspraak luidt: “Er is niets zo praktisch als een goeie theorie.”

Een goede theorie verschaft je inzicht en biedt je een handvat waardoor je op een andere manier naar je eigen situatie kunt kijken.

Een mooi voorbeeld hiervan is de Roos van Leary, een oude bekende, één van de vele modellen voor de interactie (de relatiewens) tussen mensen en erg toepasbaar in het onderwijs. Een belangrijk psychologisch basisprincipe hierbij is: gedrag lokt gedrag uit.

De ‘roos’ wordt verdeeld in Boven en Ondergedrag (verticaal) en Tegen en Samengedrag (horizontaal). Oftewel: leiden zal volgen uitlokken, aanvallen lokt verdedigen uit en omgekeerd. Samengedrag zal samengedrag uitlokken.

Als docent ben je vaak gewend om op een bepaalde manier te reageren op gedrag in de klas. Je eigen natuurlijke of aangeleerde manier. Het kan zijn dat dit gedrag niet het gewenste effect oplevert. Dan is het goed om met dit model aan de slag te gaan.

De kunst is om het initiatief om te draaien; jij kiest je eigen gedrag en de lastige persoon of groep zal volgen (volgens de theorie van Leary).

 

Meer weten? Mail naar nettiekramer@scholare.nl voor een reader over deze theorie en toepassingen voor intervisie m.b.v. de roos van Leary

Zie ook: www.2reflect.nl/roosvanleary.htm

Vakantielezen

Een van de grote voordelen van werken in het onderwijs wordt toch wel de lange vakantie genoemd. Inderdaad is dat zo. Ik zie dat veel docenten echt naar het einde toe hijgen en de lange vakantie nodig hebben om op te laden, los te laten, na te denken over hun werk, de werkplek op te ruimen, materiaal te archiveren, etc. Daarnaast blijft er gelukkig nog voldoende tijd over voor een heerlijke rustperiode. Een periode waarvan je ook een gedeelte kunt gebruiken voor echt een pas op de plaats. Bijvoorbeeld door een boek te lezen, er over te praten met je partner, je vrienden, je collega’s eventueel (die je in elke vakantie lijkt te ontmoeten).

Een paar leestips die vooral betrekking hebben op persoonlijke ontwikkeling, voor in de vakantiekoffer:

Stephan R. Covey heeft een aantal boeiende, leerzame en goed leesbare boeken geschreven. Ze zetten echt aan tot inzicht en verandering:

-Prioriteiten -   over effectieve keuzes in leven en werk

-De zeven eigenschappen van effectief leiderschap       

-De achtste eigenschap

Joseph Jaworski schreef een prachtig, inspirerend boek over leiderschap en illustreert dit aan zijn eigen ontwikkelingsgang: -Synchroniciteit

Parker J. Palmer wil met zijn boek 'Leraar met hart en ziel' over persoonlijke en professionele groei, docenten (terug)brengen naar de oorspronkelijke inspiratie. Hoe kan een leraar recht doen aan zijn leerlingen, zijn vakgebied en vooral aan zichzelf?

-Dromen, durven, denken, doen                                     Bert Tiggelaar

Het managen van de lastigste persoon op aarde: jezelf

-Te vroeg oud, te laat wijs                                               Gordon Livingstone

Dertig dingen die je nu zou moeten weten

Leuke boeken over pubers die je weer even helpen om je te verplaatsen:

-Van last tot lust  Tino van Grimhuizen ISBN 9066655119

Het opvoeden van pubers:

-Ik puber wat, begrijp je dat?  Irma Morelis   ISBN 9080805114

-Generatie Einstein  Jeroen Boschma&Inez Groen

Slimmer, sneller en socialer, communiceren met jongeren van de 21e eeuw

Een interessant boek over het brein van pubers is:

-Waarom doet mijn puber zo vreemd?  Barabara Strauch

Oorspronkelijke titel: The primal teen

Over groei en snoei van de hersens tijdens de pubertijd  

Een hand-out van dit boek kunt u gratis aanvragen bij: nettiekramer@scholare.nl

De les kan beginnen...

Je leerlingen zijn binnen (gastheer), jij hebt de aandacht (presentator) en dan .....?

Nu pak je de volgende rol, die van didacticus.

Hebben ze het opgegeven huiswerk gemaakt? Ga je dat controleren? Wat gebeurt er als je dat niet doet?

Je kunt de vorige les samenvatten, nieuwe stof uitleggen, de studieplanner doornemen, kortom: jij aan het woord of leerlingen aan het werk?

Hoe gaat de komende les er uit zien? Zet een globaal spoorboekje op het bord.

Vertel je leerlingen niet alleen wat ze gaan doen, maar ook hoe. Benoem het gewenste gedrag.

"Ik ga nu even iets vertellen over ..., iedereen let daarbij op, neem de voorbeelden over. Er wordt nu niet gepraat."

Of: "Jullie kunnen nu aan de slag met bladzijde 37 en 38, lees eerst het stukje boven aan de bladzijde, gebruik eventueel ... als hulpmiddel als je er zelf niet uitkomt. Wanneer je hiermee klaar bent, kun je alvast ... Je mag overleggen met degene die naast je zit. Ik wil niet dat je je daarbij omdraait of door de klas roept. Als je er helemaal niet uitkomt, kun je hier naar toe komen. Is er iets niet duidelijk?"

Daarmee controleer je of iedereen je boodschap heeft begrepen en doet wat jij hebt gezegd. Zo niet dan kun je onmiddellijk reageren, helpend of corrigerend.

Juist docenten die moeite hebben met orde en rust in de klas vergeten om pro-actief te zijn, vooraf nadenken over hoe je het hebben wilt en je positieve verwachtingen uitspreken.

Je voorkomt hiermee dat je alleen re-ageert op ongewenst gedrag.

Naar 'Coachen op Contact' van Martie Slooter.

Kan dat ook met S-VIB?

De toepassingsmogelijkheden van school-video-interactiebegeleiding beperken zich niet alleen tot opnames van docenten.

Wist u dat zelfs Job Cohen zijn vergaderingtechniek verbetert m.b.v. VIB?   Op scholen wordt veel vergaderd en het kan heel zinvol zijn om als leidinggevende jezelf terug te zien. De conclusie kan dan eventueel zijn dat er niet zo efficiënt vergaderd wordt en dat er winst te behalen is door bijv. andere werkvormen te gaan gebruiken.

Een andere mogelijkheid is het filmen van leerlingen. Sommige kinderen lijken maar niet uit een negatieve spiraal te komen op school; ze staan meer op de gang of zitten meer bij de sectorleider dan in de klas. Vaak lijkt het alsof ze wel willen maar de handvatten ontberen om hun wensen om te zetten in gedrag.

Dan kan SVIB ook helpen. Het is prachtig om te zien hoe zulke leerlingen opbloeien van gemeende complimenten en kijken naar hun eigen beelden; ‘Ben ik dat?’ ‘Kom ik zo over?’

Begeleiding van docenten, intern of extern?

Gelukkig hebben steeds meer scholen een doordachte begeleiding opgezet voor hun beginnende docenten en ook voor de meer ervaren leerkrachten.

Steeds vaker worden intern docenten getraind voor coach of SVIB’er.

De voordelen hiervan zijn niet moeilijk te bedenken:

-De school maakt goed gebruik van de kwaliteiten binnen de school; samen werken aan het vergroten van de professionaliteit is goed voor de school

-Collega’s coachen elkaar, leren van elkaar (intervisie) en leren elkaar zo ook op een andere manier kennen.

-Wat kosten betreft kan het ook aantrekkelijk zijn.

Toch zijn er situaties te bedenken waarbij interne coaching of SVIB niet goed mogelijk is:

Bijvoorbeeld als de problematiek van een docent zodanig is dat hij of zij daarvoor geen collega kan of wil inschakelen. Het kan belemmerend werken als je gecoacht wordt door een collega.

Soms is ook meer deskundigheid geboden en meer tijd. En vooral dat laatste punt wordt wel eens onderschat, vooral als het over een video-traject gaat. Een gemiddeld traject van 3 opnames kost al gauw een investering van 10 uur (zonder rapportage).

Juist doordat je collega’s bent kan het lastig zijn om je af te grenzen of om een andere pet op te zetten.

Meer lezen over dit onderwerp?  

'Begeleiding van beginnende docenten' JHC Vonk, ISBN90-5383-001-4

Over de professionele ontwikkeling van docenten in het voortgezet onderwijs, hun behoeften en begeleidingsmogelijkheden in elke fase.

Het is weer gelukt, je leerlingen zijn binnen

Spullen voor zich . . . . . . Veel aandacht voor elkaar. Voor de groep en voor de leerlingen is dit een belangrijk sociaal gebeuren!

Toch gaat er nu een les beginnen en dat geef jij als docent aan, niet te vroeg en niet te laat. Wel duidelijk en zelfverzekerd, vanuit een centrale plaats in het lokaal, een energievretend moment voor jou als docent. Met stevige stem en houding, verbaal en non-verbaal laat je geen twijfel: “Ik neem de leiding, ik bepaal wat er het komende uur gaat gebeuren.”

Je zult de aandacht moeten vangen van je leerlingen, dwingend, overtuig(en)d: “Wat ik nu te zeggen heb is erg belangrijk!”

Wat ga je doen deze les? Een beknopt ‘spoorboekje’ op het bord.

Wat verwacht je van je leerlingen aan zichtbaar gedrag? Benoem daarbij met name het gewenste gedrag en ga uit van positieve verwachtingen.

Bedenk ook alvast op welke manier je de eerste overtreder van jouw regels gaat corrigeren.

Als coach is het zinvol om aandacht te besteden aan deze punten tijdens de nabespreking van de les. Er is namelijk geen toverregel voor, geen vergulde wonderpil, was het maar waar, wel een paar aanwijzingen zoals hierboven beschreven.

Naar 'Coachen op Contact' van Martie Slooter, ISBN 90 6508 528 9.

De kracht van het beeld

Het is goed als je kunt praten over je werk met je collega’s en als je problemen ervaart, die te bespreken in intervisie of met bijvoorbeeld een coach.

Soms is praten alleen niet genoeg en kun je de kracht van het beeld gebruiken.

Wat is die kracht van het beeld? SVIB (school- video- interactie- begeleiding) draait om communicatie: communicatie van de docent met de individuele leerling, met de klas. Ook zie je goed hoe de klas is ingericht en hoe de docent lesgeeft.

Docenten zien vaak meteen wat niet goed gaat en wat beter moet. Daarin schuilt ook het gevaar van zo maar even een video-opname maken.

De kracht van een goed SVIB-traject is juist dat uitgegaan wordt van de sterke punten, van het positieve:

“Kijk eens hoe goed je dat doet?”

“Zie je hoe mooi je daar staat?”

“Kijk eens hoe goed de leerlingen hier naar jou luisteren.”

Iedereen krijgt graag een compliment en van gemeende complimenten groeit je zelfvertrouwen. En vanuit dat zelfvertrouwen kun je verder werken aan je professionalisering als docent.

Zie voor meer informatie over een SVIB-traject elders op onze site.

Terugvoeren, feedback geven

In het onderwijs is het geven van feedback geen orde van de dag. Ook weer wel. Als docent krijgen we voortdurend commentaar en kritiek over ons functioneren van onze leerlingen, collega’s, ouders en schoolleiders. Toch zit daar over het algemeen weinig structuur in. Willen we dat niet? Hebben docenten daar geen behoefte aan of willen ze het liever niet horen. Je kunt er zo van groeien!

Het wordt steeds gebruikelijker dat docenten regelmatig worden beoordeeld of begeleid, o.a. door vakcollega’s. De ene school is daarin meer of minder vooruitstrevend en de ene docent meer of minder toegankelijk dan de ander.

Vakcollega’s zijn meestal geen coaches en weten niet altijd hoe ze na een lesbezoek hun bevindingen met hun collega’s moeten bespreken. Daar zijn een paar handige regels voor, de feedbackregels:

1-noem eerst de positieve punten die je zijn opgevallen, daarna de verbeterpunten

2-benoem vooral de punten waar de ander iets mee kan (die verbeterd kunnen worden)

3-blijf bij “ik zag dat je . . . “, “ik heb het idee dat . . . “ of “ik vond . . . “ i.p.v. “jij moet . . . “ of “jij kunt niet . . . “

4-beperk je tot feiten, zonder oordelen en interpretaties (wat zag je, wat dacht je?)

5-richt feedback op gedrag of prestaties en niet op de persoon, karakter, uiterlijke kenmerken

In de spiegel gaan je ogen open

Gewoon meekijken in een les. Openstaan voor wat je opvalt en dat teruggeven.

“Ik zie dat je veel heen en weer loopt, je maakt daardoor een onrustige indruk, klopt dat?”

“Goh, als je dat zo zegt, nooit zo bij stilgestaan . . . . . . . . . . “

“Je bent nogal veel zelf aan het woord. Hoe zou jij dat als leerling ervaren? Heeft dat er misschien iets mee te maken dat je de controle graag vast wil houden? Hoe zou het zijn om je leerlingen meer inbreng te geven in je les? Meer interactie?”

“Ik zie dat je wat fel reageert op die groep meiden rechts vooraan, ben je geïrriteerd door hun gedrag of houding? Is dat wat je wilt uitstralen?”

“Jeetje, dan zullen zij dat ook wel zo voelen, ik wil ze er juist zo graag bij betrekken . . . . . . “

Steeds weer verbaas ik me er als docentencoach over dat de gewoonste observaties veel kunnen opleveren. In een veilige sfeer, met veilige feedback, soms een beetje confronteren, zijn docenten zeer bereid om te kijken naar hun eigen functioneren.

Een goed begin...

De les begint bij de deur. Daar vindt je eerste contact plaats. Ontvangst door een enthousiast gastheer doet iedereen goed, ook uw leerlingen. Kleine blijkjes van aandacht:

“Nieuwe schoenen?”

“Het was weer niets met Ajax gisterenavond”

“Wat zit je haar leuk”

Een klein beetje toneelspelen mag best, het is namelijk erg belangrijk voor leerlingen om gezien te worden.

Een open deur? Tja . . . . . . . .

Toch hebben docenten met ordeproblemen de neiging om juist in die eerste minuten van de les, bij het binnenkomen van hun leerlingen, weg te duiken. Ze zien op tegen deze les, tegen deze klas en stellen het moment van het eerste contact, het ‘echte begin’ van de les uit. Jammer, een gemiste kans om je rol als gastheer uit te buiten, leerlingen te sturen, duidelijk te maken wie de regie heeft en hopelijk ook voor jezelf een positief begin van je les te creëren.

Uit 'Coachen op Contact' van Martie Slooter, ISBN 90 6508 528 9.

Loft