Interactie!

Voor het overdragen van informatie is de monoloog nog altijd een zeer geschikte werkvorm. Je hebt als docent volledig de controle over inhoud en tijdsduur, grote voordelen.

Maar komt je informatie ook over bij je toehoorders? Hoe kun je daar meer greep op krijgen?

Door gericht vragen te stellen.

Tijdens lesbezoeken zie ik docenten daar soepel mee spelen: interactie, betrokkenheid, geintje, leerlingen met mooie persoonlijke antwoorden op het puntje van hun stoel. Kortom: in een prettige sfeer zie ik de lesstof als het ware landen in de hoofden van leerlingen.

Andere docenten zie ik er mee worstelen. Ze stellen wel een vraag, maar als er iets geroepen wordt, zijn ze al snel blij en gaan vervolgens over tot de zo vertrouwde monoloog, en de bedoeling was toch echt anders.

Als ik in de nabespreking dan nog eens de voordelen van interactief lesgeven op een rijtje zet (betrekken en activeren van je leerlingen, dwingen tot nadenken, controle of de stof wel is overgekomen, checken van hun denkniveau, leren formuleren en naar elkaar te luisteren, stimuleren, motiveren), is het antwoord vaak: “Maar ze doen gewoon niet mee.”

Tja, en dan krijgen we het over de invloed die jij als docent hebt op het gedrag van je leerlingen. In de psychologie heet dat ‘systeemdenken’: actor en reactor beïnvloeden elkaar wederzijds zodanig dat ze samen een hecht systeem vormen met vaste patronen die maar moeilijk te veranderen zijn.

Als docent kun je je leerlingen consumptief gedrag aanleren door na halve antwoorden weer te gaan monologen. Je kunt ze ook leren dat je niet verder gaat met je verhaal als zij zich niet willen inzetten om hun kennis en inzichten met elkaar te delen. Daar hoort natuurlijk wel een goede vraagstrategie bij: hoofdvragen, doorvragen, prikkelen, juiste stapgrootte.

Loft