Je les loopt...
De leerlingen zijn binnen (gastheer), je hebt hun aandacht (presentator), je bent bezig met lesgeven (didacticus). Wanneer je deze fasen hebt doorlopen, de rollen op een goede manier hebt ingevuld, komt de volgende vraag: hoe ga ik met mijn leerlingen om? (pedagoog)
Is er contact? Wederzijdse aandacht? Duidelijkheid? Veiligheid? Voorspelbaarheid?
Duidelijkheid over het verloop van je les, maar ook duidelijkheid over de regels? Positief geformuleerde verwachtingen nodigen leerlingen minder uit tot uitdagen dan het benoemen van ongewenst gedrag.
“Ik verwacht dat je naar mijn verhaal luistert en stil bent” klinkt anders dan: “Je mag niet door mij heen praten tijdens mijn uitleg.”
Leerlingen willen volwassen, positief en serieus benaderd worden. Ze hebben behoefte aan waardering en respect. Met deze ingrediënten behoud en versterk je de relatie met je leerlingen, een voorwaarde voor plezier in werken en leren.
Als docent heb je
1- je eigen grenzen bepaald, wat is voor mij wel/niet acceptabel?
2- deze grenzen (regels) benoemd in de klas
3- een scala aan reacties op grensovertredingen (negeren, non-verbaal, verbaal, fors verbaal)
Op kleine overtredingen reageer je met een kleine correctie, op een forse overtreding reageer je fors, je doet dit bewust en effectief.
Naar het boek 'Coachen op Contact' van Martie Slooter

terug