Nieuwsbrief december 2009

Inhoud:

1-Wat drijft een puber? (2)
2-‘Goed zo’ is onvoldoende!
3-Boekentips voor de Kerstvakantie 

1-Wat drijft een puber? Deel 2

In 'Het Puberende Brein' (2008) schetst Eveline Crone de ontwikkeling van puberhersenen in 4 stadia:
   1-impulsieve stadium (8-11 jaar)
   2-zelfbeschermende stadium (12-14)
   3-conformistische stadium (14-16)
   4-zelfbewuste fase (16-22)
In de vorige nieuwsbrief stonden stadium 1 en 2 centraal, nu 3 en 4.
Egocentrisme maakt plaats voor sociaal wenselijk gedrag. De angst om er niet bij te horen is groot.
Wellicht herkent u die overheersende behoefte: scoren voor de groep!
Dat is vaak belangrijker dan een goede relatie met een leraar.
Dán maar straf, leerlingen batalen die prijs soms graag.
Tja, en dan fase 4 waarin leerlingen een grote vorm van eigenheid ontwikkelen.
Daar kiezen ze voor, ook als dat ten koste gaat van hun positie in de groep.
Leerlingen worden flexibeler en toleranter.
In zijn boek 'Orde houden in het VMBO' gaat René Kneyber in op de gevolgen van deze stadia voor de onderwijspraktijk. 

2-‘Goed zo’ is onvoldoende!

De titel van een workshop die ik (NK) volgde bij Frans Faber tijdens een studiedag van de beroepsvereniging voor SVIB. Intrigerende titel. Het ging over feedback geven aan je leerlingen.
Hoe doe je dat als docent? Vaak door directe aanwijzingen te geven.
Of je zegt alleen maar ‘Goed gedaan’. Je kunt ook vertellen wát je leerling goed deed. Leerprocesgerichte feedback.
Bijvoorbeeld: de juiste formule gehanteerd, het huiswerk gedaan zoals opgegeven, even teruggekeken omdat de juiste informatie nog niet paraat was.
Vooral om leerlingen weer op weg te helpen die worstelen met een negatief zelfbeeld (‘Ik kan het toch niet, ik haal alleen maar onvoldoendes voor dit vak’) is het de moeite waard om op deze manier het zelfvertrouwen weer op te bouwen zodat ze vertrouwen krijgen in de eigen kwaliteiten. Nadat je vertelt wat ze goed hebben gedaan ga je ze vervolgens bekrachtigen door de kwaliteit te benoemen: ‘Zie je hoe analytisch jij bent?’. Dán komt die kwaliteit binnen en kan het kind daarop vertrouwen. Het vergt een omslag en vraagt vakinhoudelijke kennis van de docent.
Als het je lukt, geeft het veel resultaat!
Citaten over feedback:
‘Negatieve feedback op de taak wordt door leerlingen maar al te vaak opgevat als negatieve feedback op de persoon.’ (Värlander 2008)
‘Feedback kan een positief en een negatief effect hebben op motivatie en eigenwaarde van leerlingen, omdat het invloed heeft op de manier waarop leerlingen over zichzelf denken.
En dat heeft weer invloed op wat en hoe ze leren.’
Modus
Wat ook aan de orde kwam in deze workshop is de modus waarin je 'staat' als je iets moet doen.
Kinderen met weinig zelfvertrouwen staan vaak in de modus; "ik kan het niet, ik heb geen zin, ik zie er tegenop" waardoor ze zichzelf weer negatief bevestigen. Voor docenten en ouders vaak een lastige klus om daar doorheen te breken. Als je dit merkt bij een leerling of bij je kind kun je dit ter sprake brengen. Samen praten over hoe je wilt samenwerken, hoe je je wilt voelen en hoe je daar zelf invloed op kunt uitoefenen. Je kunt elkaar daar weer op aanspreken bijv. "Ben je nog blij?" of "Waar zit je nu?"
"Ben je je aan het verzetten of kun je de overstap maken naar ik kán het of ik wíl het?"
"Wat heb jij nodig om daar te komen?" "Hoe kan ik jou daarbij helpen?" 

3-Boekentips voor de Kerstvakantie, gelezen en nog op de plank bij ons

'Taal is zeg maar echt mijn ding'     door Paulien Cornelisse
'Puberbrein binnenstebuiten'          door Huub Nelis en Yvonne van Sark, Kosmos
'Lesgeven voor Dummies'              door Sue Cowley, docent en gedragskundige
'Vier je leven, persoonlijk en professioneel' door Anne Teunis
'Voorbij het dikke-ik, bouwstenen voor een kritisch humanisme' door Harry Kunneman

Loft