Groepsdynamica in de klas
INLEIDING
Het onderwijs in Nederland is voor iedereen onder de 16 jaar verplicht. Hier is strijd voor geleverd. Gratis onderwijs krijgen is een groot voorrecht. Toch beleven veel jeugdigen het volgen van onderwijs als een plicht. De huidige leerling anno 2010 moét naar school ! Als je hebt gekozen voor het vak docent, lijkt je rol duidelijk: les geven. In de klas komen tijdens het les geven allerhande incidenten voor, wel of niet waargenomen door jou als docent. Leerlingen communiceren onderling en richting docent, waar je voor je gevoel wel of geen invloed op uit kunt oefenen. In dit artikel gaan we in op de betekenis van het leer-en leefklimaat in de klas is en hoe je dit als docent kunt beïnvloeden.
Leerklimaat en leefklimaat
Het hoofddoel van onderwijs is of lijkt de vorming van de cognitieve ontwikkeling. Op school heb je als docent een formeel doel: leerlingen op een goede wijze kennis bijbrengen: het leerklimaat. Onder het leerklimaat vallen ook de formele regels in de school, om vorming en onderwijs te bereiken. Deze regels worden bepaald door de schoolleiding. Daarnaast heb je de klassenregels; die worden bepaald door de docent en als het goed is, samen met de leerlingen vastgesteld aan het begin van het schooljaar.
De aandacht van het kind wordt óók in beslag genomen door zijn of haar eigen ontwikkeling en behoeften. Bij een kind, puber, adolescent gebeurt er naast de cognitieve vorming in de klas, zoveel meer:
• het lichaam groeit en bloeit,
• in de hersenen worden nog allerhande verbindingen aangemaakt, het puberbrein blijkt nog niet af te zijn,
• lichamelijke en sociale vaardigheden ontwikkelen zich,
• de emotionele ontwikkeling, hormonen bepalen veel van het gedrag.
Als de plicht om te leren, onvoldoende samenvalt met de eigen behoefte en ontwikkeling van de leerling, ontstaan er bij hem of haar meer aandacht voor een informeel doel met de daarbij passende gedragsregels: het leefklimaat. Onder het leefklimaat vallen de informele regels in de klas. Deze informele regels worden voornamelijk bepaald door de leerlingen. Als docent heb je zowel met het leerklimaat als met het leefklimaat te maken. De effectiviteit van het leerklimaat wordt grotendeels bepaald door het leefklimaat. Een docent die oog heeft voor, en invloed op het leefklimaat ( groepsdynamisch proces) bevordert het leerklimaat. Deze docent bevordert de cognitieve vorming van de leerling én de ontwikkeling van de leerling op andere gebieden.
Buiten de groep leerlingen (de klas) om heb je als docent te maken met:
• collega’s
• de visie van de school
• de ouders
• de maatschappelijke en politieke ontwikkelingen
• (nieuwe) inzichten van de wetenschap t.a.v. het zich ontwikkelende kind, de puber
• nieuwe inzichten, visies op het geven van onderwijs, omgaan met verschillende leerstijlen e.d.
• kinderen met rugzakjes oftewel kinderen met psychische, dan wel cognitieve problemen.
De docent heeft hierdoor met heel veel invloeden te maken. Invloeden die het leef- en leerklimaat mede vormen en het klimaat in de klas kan verstoren.
De docent
Als docent ben je het onderwijs in gestapt vanuit een eigen motivatie. Je hebt misschien allereerst voor een vak gekozen en vindt het daarnaast leuk om met kinderen, met groepen om te gaan, om te doceren, om samen te werken, noem maar op. Of de keuze is vanuit de liefde voor omgaan met kinderen gemaakt waarna je een keuze voor een vak heb gemaakt. Anderen rollen per toeval in het onderwijs door omstandigheden.
Als docent sta je dan voor je klas en blijkt de praktijk soms weerbarstig. Gelukkig mag je leren als docent en uit onderzoek is gebleken dat het ongeveer vijf jaar duurt voordat je een goede docent bent (J.H.C. Vonk- ‘Begeleiding van beginnende docenten’), oftewel vertrouwd bent met je eigen stijl van doceren. En dan nog blijf je leren want ieder jaar is je klas weer anders, zijn de kinderen anders en groei jij ook. Doordat je werkt met kinderen, met pubers, vraagt dit vak veel van je. Je bent een spiegel voor de klas; wat jij voelt, denkt, doet, krijg je meteen terug en daar reageer jij dan weer op. Dat valt in het begin niet mee. Plus dat je allerlei adviezen krijgt, van alles uitprobeert en dat het veel energie kost. Vaak zit er wel een klas bij waar de klik niet vanzelfsprekend is, waar je meer op je tenen loopt, waar een incident is geweest wat je voor de voeten blijft lopen. Daarnaast heb je ook te maken met je collega’s die aan diezelfde klas lesgeven, die het wellicht anders ervaren. Waar je mee moet overleggen. Met ouders van de kinderen uit jouw klas die je op gesprek krijgt.
Leerklimaat
Over het leerklimaat zoals welke leermethodes je gebruikt en welke toepassingen er zijn, wordt veel geschreven, nagedacht en gesproken in het onderwijs. Als docent wil je bij blijven en op zo’n manier lesgeven dat je leerlingen gemotiveerd aan de les meedoen en het ook zinvol vinden wat ze bij jou leren. Wat wel, wat niet, wat past bij jou als docent en wat past bij deze klas. Moet ik juist met activerende didactiek aan de slag bij deze leerlingen of zijn die meer gebaat bij rust en structuur? Hoe deel ik mijn klas in? Wanneer bied ik wat aan? Hoe ga ik om het digitale schoolbord in mijn les? Hoe pas ik dit in? Hoe speel ik in op de verschillende leerstijlen van mijn leerlingen? Deze vragen hebben allemaal te maken met het leerklimaat.
Groepsdynamiek
Met groepsdynamiek bedoelen wij die fases die het leef- én leerklimaat beïnvloeden: Het leefklimaat is lastig te beïnvloeden als docent en nog lastiger om te bespreken met de klas, ouders en collega’s. Je kan als docent goed les geven in die ene leuke klas, maar in die andere ‘lastige’ klas niet. In die andere klas zitten lastige leerlingen, ze luisteren niet, zijn niet gemotiveerd enz. In het leerklimaat spelen groepsnormen een grote rol. De groepsnormen probeer je als docent en als school te bepalen via de formele regels. Je tracht groepsnormen als het ware te doceren, maar zo werkt het niet. Een formele regel op schoolniveau kan zijn dat hoge cijfers gestimuleerd en gewaardeerd worden.
Een informele regel in een bepaalde klas kan zijn dat het halen van hoge cijfers ‘not done’ is. Groepsnormen zijn nauwelijks te veranderen, ook als ze negatief uitpakken voor de meerderheid van een groep: ‘Ze weten waar ze aan toe zijn, dan is de situatie leefbaar.’ De angst om voor gek gezet te worden in de klas of op het schoolplein kan zo sterk zijn dat de leerling zich ‘vrijwillig’ conformeert aan de informele regel in plaats van aan de formele regel. Het lijkt dan alsof je rol, je invloed, als docent is uitgespeeld. Verandering is pas mogelijk via een gecompliceerd proces, dat aangestuurd moet worden door de docent/mentor. In dit proces wordt het leefklimaat aangepakt. Het herkennen van groepsfases is in dit proces belangrijk. Een klas wordt op papier gevormd. Zodra de leerlingen elkaar in de klas daadwerkelijk ontmoeten ontstaan er de groepsfases:
Forming: oriëntatie, word ik gezien?
Storming: strijd om de invloed, word ik gehoord?
Norming: de informele regels, wat mag en wat mag niet?
Performing: productieve periode
Termination: de groep gaat uit elkaar.
In de vierde fase zal blijken of er tijd aandacht en ruimte is voor het leerklimaat of dat het leefklimaat alle aandacht blijft op eisen ten koste van het leerklimaat. Niet bij iedere docent doorloopt de klas de fases op eenzelfde wijze Dat betekent dat klas H1F bij docent Willems niet verder komt dan fase 3, terwijl bij docent van Bruggen klas H1F in fase 4 lekker aan het werk is. Er zijn ook klassen waar iedere docent moeite mee heeft of klassen die iedere docent leuk vindt. Klassen die op een prettige wijze de fases met elkaar doorlopen zijn de leuke klassen. Iedere docent wil in een leuke klas les geven en iedere leerling wil uiteindelijk in een leuke klas les krijgen. En toch gebeurt dat niet altijd. De groepsfases verlopen te snel en / of blijven hangen in één van de eerste drie fases. Hoe eerder een groepsfase stagneert hoe ‘lastiger’ de groep.
Als de fases goed doorlopen worden:
Hiërarchie in de samenwerking kenmerkt een positieve groep. Er is wel onderlinge concurrentie, maar die is vriendelijk en niet bedreigend. Er is een rangorde, dat betekent dat er bepaalde rollen worden opgevuld door leden van de groep, zoals de leider, de zwakste, de clown. In een positieve groep is er een rangorde vanuit positieve drive en zorg ontstaan.
Als de fases niet goed doorlopen worden:
Een negatieve groep komt niet tot een samenwerking en positieve rangorde. Er ontstaat een pikorde, waardoor de zwakste het vaak moet ontgelden. Niemand wilt de zwakste zijn en er is steeds strijd t.a.v. de leidersrol. De leider probeert zijn positie van macht zeker te stellen.
Zowel de positieve als de negatieve groep vraagt begeleiding van de mentor/docent. De leerlingen hebben een betrokken volwassene nodig, een docent die hen stimuleert en de wil en motivatie heeft om bij problemen óók de rol vanbegeleider op zich te willen nemen. Bij spanningen in een klas is het goed om eerst de situatie te analyseren voordat een begeleider in (re)actie gaat. Wie, wat, waar en hoe is het probleem ontstaan. Een open analyse van de situatie betekent dat er vooraf geen partij getrokken wordt, maar relevante informatie verzameld wordt. Vervolgens zal de begeleider een zekere mate van zelfkennis in huis moeten hebben t.a.v. zijn/haar eigen conflictstijl. En alle andere stijlen van conflicthantering kunnen hanteren. Dat vergt inzicht in de situatie, de analyse, en actie vanuit de ‘juiste’ stijl. Deze laatste stap bij conflicthantering vraagt vooral veel creativiteit, humor en een ware betrokkenheid bij ieder die en rol speelt in het probleem. De ene situatie zal een directief optreden van de begeleider vergen, de andere situatie een steunende rol. Als docent zal je niet te rolvast moeten zijn om in verschillende groepen en situaties andere posities, rollen, te kunnen kiezen. Dat kan je als docent het gevoel geven dat je een rol ‘speelt’.
Wij denken dat dit ook zo is. De vraag is: HOE SPEEL JIJ JE ROL(LEN) ALS DOCENT ?
Dat vraagt zelfkennis, kennis van groepsdynamiek én tools. Handvatten, vaardigheden die je als docent kan inzetten in het onderwijs, in zowel het leer- als leefklimaat, in verschillende situaties en met verschillende partijen.
Zaken waarover je na kunt denken tijdens onze training, kennis die je bewust kunt inzetten waardoor je vaardiger wordt in het herkennen, omgaan en begeleiden van groepsprocessen en waardoor je professioneler docent kunt zijn!
Voor aanmelding voor deze training, zowel individueel als in teamverband: nettiekramer@scholare.nl
