22 april 2015
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Andere schooltijden & de overblijf

Andere schooltijden & de overblijf

Op dit moment zindert het in de samenleving als het gaat over onderwijs; niet alleen inhoudelijk maar ook wanneer, op welke tijden. Scholen voeren andere roosters in of experimenteren eerst met andere tijden. Waarom willen scholen dit? Welke modellen zijn er. Tijdens overblijfcursussen komen hier vragen over: mag dit zo maar worden ingevoerd? Wat betekent dit voor het overblijven, welke positie neem wij in als overblijfteam en kun je ook invloed uitoefenen?

Waarom andere schooltijden?

Uit onderzoek uit 2013 blijkt dat  de vraag om verandering van schooltijden vooral is ingegeven  vanuit trends in de samenleving of vanuit ontevredenheid over de huidige situatie. De schooltijden sluiten bijvoorbeeld niet meer goed aan bij de werktijden en bij de behoeften van ouders en kinderen.  Vanuit de school kan de vraag om andere tijden ingegeven zijn  doordat er een nieuwe school wordt gebouwd, de overblijf moeilijk loopt of dat er geen ouders of andere vrijwilligers meer te vinden zijn die de  overblijf  willen doen. Meer rust en regelmaat is ook vaak een argument van scholen.

Welke modellen zijn er?

Globaal gezien zijn er 4 schooltijdmodellen  die gebruikt worden in Nederland:

Het agrarisch of traditionele model: van 08.30 – 15.15 u. met pauze van 12.00 u. – 13.00 u. /13.15 u. Voor veel kinderen betekent dit BSO voor en na school en TSO tussen de middag.

Het vijf gelijke dagen model: van 08.30 u. – 14.00 u., dus ook op woensdagmiddag school .

Het continurooster: kortere schooldagen meestal tot 14.45 u. en wel een vrije woensdagmiddag maar kortere lunchtijd, vaak een half uur. De precieze tijden kunnen verschillen per school of per plaats.

Het 7-7 model: kinderen zijn binnen één gebouw de hele dag onder de pannen; voor BSO en school. Ouders kunnen flexibel vakantie opnemen en zelf de tijd indelen. Een aantal scholen experimenteert hier nu mee.

Verder heb je nog het bioritmemodel, het Hoornsmodel en scholen die zelf een model bedenken. Als Scholen hebben sinds 2006 veel meer vrijheid gekregen om hun eigen schooltijden te kiezen, mits ze het aantal lesuren van 940 uur per jaar maar halen .

Onze directeur wil een andere schooltijden invoeren m.i.v. volgend schooljaar, mag dat zo maar?

Nee, dat mag niet zo maar en het zal ook niet zo maar worden ingevoerd. Hier gaat een heel traject aan vooraf dat wel twee jaar in beslag neemt. Het begint met een vraag, oriënteren (welke mogelijkheden zijn er), informeren (wat zijn de voor- en nadelen van de modellen), overleggen met het team, de MR en natuurlijk ook de ouders informeren en raadplegen, proberen overeenstemming te krijgen d.m.v. bijvoorbeeld een enquête . De oudergeleding van de MR  heeft  uiteindelijk instemmingsrecht als het gaat om het invoeren van andere schooltijden.

 Invloed van ouders

Ouders hebben echt een belangrijke stem en moeten die laten horen. Laat je dus in elk geval goed informeren over de voor- en nadelen van een ander schooltijdenmodel. Dat kan ook tijdens een overblijfcursus of tijdens een overleg. Overblijfadviseurs kunnen dit. Vraag naar argumenten; waarom wil de school of de vereniging dit? Wat zijn de motieven van de school, van de ouders? Welke voordelen denken zij dat het oplevert? Informeer ook bij andere scholen naar hun ervaringen.

Wiens belang

Als de vraag is ingegeven door de ouders of de leerkrachten is het goed om ook naar de belangen van de kinderen te kijken. Wat zijn hun behoeften en hoe kan daaraan voldaan worden tijdens de pauze? Kinderen kunnen ook hun mening geven!

MR

Het is altijd handig als iemand van het overblijfteam in de MR zitting heeft. Zo houd je een korte lijn. De MR heeft ook instemmingsrecht over de begroting van de school (en dus ook over het financiële gedeelte van de overblijf).

Nieuwe CAO

Met de invoering van de nieuwe CAO voor het basisonderwijs m.i.v. volgend jaar lijkt het invoeren van nieuwe schooltijden problematischer te worden. Docenten hebben recht op een half uur onafgebroken pauze. Er rouleren echter al genoeg ideeën om dit op te lossen, al vergt het wel enige creativiteit.

Goede overblijf

De beste tactiek die de wind uit de zeilen kan nemen: zorg voor een overblijf die loopt als een trein! Als de kinderen, de school en de ouders tevreden zijn, zal de roep om andere schooltijden niet zo hard klinken. Als de school wel andere tijden wil, kom dan als ouders en overblijf op voor de belangen van de kinderen!

* Evaluatie TSO van de stichting LOS, 2013 onder 700 schoolleiders (AVS)

17 maart 2015
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Rodermarkt en ouderbetrokkenheid 3.0

Rodermarkt en ouderbetrokkenheid 3.0

Vorige week was ik bij een regiobijeenkomst van de Landelijke Beroepsgroep Begeleiding in het Onderwijs (LBBO) in Groningen waar Peter de Vries van het CPS sprak over ouderbetrokkenheid 3.0. Echt contact en betrokkenheid tussen ouders en school realiseren. Eén advies was bijvoorbeeld om een nieuwjaarsreceptie voor ouders in september te organiseren zodat ouders elkaar leren kennen.  Ik moest opeens aan onze Rodermarktwagens denken op de basisschool van mijn kinderen, De CBS de Haven, 1989.

Toen mijn oudste dochter naar deze basisschool in Roden ging, was het voor mij als moeder ook helemaal nieuw. Ik woonde daar al wel 6 jaar maar was nog niet bekend met de scholen, laat staan met de ouders. Ik weet nog dat ik met mijn dochter de bassischool ging bekijken en we vonden het allebei net zo spannend.

Het fenomeen waar wij als kersverse schoolouders meteen mee te maken kreeg toen ze in augustus naar school ging, was de Rodermarktwagen. De vierde dinsdag in september is al jaren Rodermarkt en de zaterdag daarvoor is er optocht in het dorp met versierde wagens. Alle kleuterouders  van groep 1 en 2 werden geacht daaraan mee te bouwen en ieder gezin werd ingedeeld  om koffie te brengen bij de wagenbouw. Ik kreeg een tas met heel veel thermosflessen in mijn hand geduwd, een adres van een boerderijschuur ergens achteraf met het verzoek of daar om acht uur ’s avonds met  koffie en koek te verschijnen.  Het was daar een gezellige drukte en al gauw gingen ook wij ons steentje bijdragen aan de wagenbouw met als thema ‘Scheveningen.’ Er bleek een bouwgroep, een naaigroep, een lasgroep en een verfgroep en een bloemengroep te zijn. En dit functioneerde alle kleuterjaren zo. Er ontstonden vriendschappen voor het leven en wij stroomden na de kleuterklassen van onze kinderen, moeiteloos door in commissies; werden leesouder, luizenouder, zaten in OR, MR en bestuur van de school.

Om een lang verhaal nog langer te maken; na 30 jaar hebben wij nog steeds contact met ouders uit die tijd. Onze groep heet ‘De Havenstappers’ en organiseert één keer per jaar een reünie. We zijn nog steeds dol op ‘onze’kleuterjuf (inmiddels met pensioen),  informeren naar het wel en wee van onze kinderen en vinden elkaar ook nog steeds leuk.

Als dat geen ouderbetrokkenheid 3.0 is

OUDERS IN SCHOOL

23 februari 2015
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Veiligheid en vertrouwen

Veiligheid en vertrouwen

Juf Trudy Coenen die in 2011 leraar van het jaar werd, houdt in onderstaand artikel een warm pleidooi voor een echte relatie met je leerlingen. Die begint met het bieden van veiligheid en vertrouwen. Ze vertelt openhartig over haar eigen twijfels en zorgen na de aanslag op Charlie Hebdo, over de negatieve reacties van haar moslim VMBO-leerlingen. Haar motto: ‘Haal eruit wat erin zit’geeft ze nu ook weer handen en voeten in dit mooie artikel dat vandaag (23 februari) in Trouw stond.

Ik ben fan van Trudy en hoop dat haar voorbeeld andere docenten mag inspireren.

10371353_1174975382557024_7069762481993434027_n

 

 

 

 

 

 

 

 

In dit filmpje uit 2011, gemaakt door haar leerlingen geeft ze haar visie op het onderwijs:

6 februari 2015
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Het onderwijs van nu en straks

Het onderwijs van nu en straks

Als het onderwijs je vak is, mag je deze documentaire van Tegenlicht niet missen.  In ‘De onderwijzer aan de macht’ werpt Tegenlicht een blik op drie scholen waar men de vaste waarden van het onderwijs ter discussie stelt. Hopelijk inspireert het kijken hiernaar tot een dialoog binnen scholen over hoe het onderwijs in deze tijd kan worden vormgegeven.

 

2 februari 2015
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Klaar voor de start? Stem af!

Klaar voor de start? Stem af!

De docent heeft om stilte gevraagd, de klas luistert en nu? Ik zie docenten daarna vaak te snel de overstap naar de inhoud  van de les maken zonder eerst goed af te stemmen. Vergeet je dit dan blijven er storingen komen. Bijvoorbeeld een leerling die je tijdens je huiswerkbespreking onderbreekt dat zij haar boek is vergeten, of geen schrift heeft of helemaal nog haar spullen niet op tafel heeft, etc. Zaken waar jij als docent wel op moet reageren waardoor er weer onrust ontstaat.

Hoe kun je dit nu voorkomen? Door én goeie afspraken te maken met je klas én door goed af te stemmen na de start!

Het begint met bedenken hoe jij het wilt hebben in de les en dit goed communiceren met je klas. Bijvoorbeeld wat doe je als je leerlingen hun boek vergeten, hun huiswerk niet hebben gemaakt? Ik vertelde mijn leerlingen dat ik wilde dat ze, voordat de les begon, het bij mij meldden dat ze hun boek hadden vergeten of het huiswerk niet hadden gemaakt.  Niet dat ze dan straf kregen maar ik wilde het gewoon weten zodat ik niet voor verrassingen kwam te staan. (‘Kijk dan bij je buurman’). Ik heb het ook wel eens genoteerd als het de spuigaten uitliep maar het was wel een hele administratie…met als sanctie bijvoorbeeld na 3x je boek vergeten, de klas trakteren. Dat vonden ze niet leuk.

En dan komt het afstemmen: zoeken zoals vroeger op een radio tot je op de goeie golflengte zit zonder overbodige ruis.

‘Ok klas, fijn dat jullie er zijn. Ik wil graag beginnen met de les. Wat gaan we doen?’ Het ‘spoorboekje’ van de les staat op het bord (of  je doet dit vertellende wijs). Je haalt nog even op waar het de vorige keer over ging, wat je deze les wilt bereiken en hoe jullie dit gaan doen. Als je wilt dat leerlingen hun boek voor zich hebben en hun schrift open op tafel, moet je echt goed kijken of dat zo is. Neem daarvoor de tijd. Loop bijvoorbeeld al pratende weg door het lokaal, vertel  ondertussen zinvolle informatie, houd de aandacht vast en kijk goed of iedereen de juiste pagina voor zich heeft, schrift erbij, pen in de aanslag, mobiel in de tas of juist erbij als dat de bedoeling is. Begin niet eerder met de inhoud van de les, voordat deze praktische zaken in orde zijn.

Een goede start en afstemmen is het halve werk!

3 november 2014
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Iedereen zijn eigen weg; van MAVO tot Harvard

Iedereen zijn eigen weg; van MAVO tot Harvard

Toen ik nog Nederlands gaf op de MAVO, zo’n tien jaar geleden, viel het mij op dat mijn leerlingen vaak zo’n negatief zelfbeeld hadden, al dan niet gevoed door de omgeving. ‘Die heeft maar MAVO’, of ‘alleen maar een MAVO-tje vroeger gedaan’. Die tendens heeft zich helaas voortgezet; VMBO-leerlingen hebben vaak een laag zelfbeeld doordat ze het idee hebben op de onderste ladder van het onderwijs zitten en ouders willen graag een ander advies voor hun kind dan VMBO.

De Vrijbuiter

Ik woon vlakbij Roden, een dorp in de kop van Drenthe. Mensen kennen Roden vaak door de Vrijbuiter, een grote campingwinkel waar je altijd veel te veel koopt, net als bij IKEA. In die tijd, en ik praat nu over zo’n 15 jaar geleden, stond er een groot interview in het Dagblad van het Noorden, met de oprichter van de Vrijbuiter, Jaap van Zuijlekom. Opvallend was zijn carrière; met ‘alleen maar MAVO’ had hij het tot kampeermiljonair geschopt! Ik nam het artikel mee en las het voor in de klas. Een aardige discussie volgde over wel of niet een vervolgopleiding, hoe kijk je tegen jezelf aan, opvoeding, vooroordelen, normen, enzovoort.

Aan deze ervaring moest ik denken toen ik afgelopen zaterdag een interview in Trouw las met Peter Riezebos over zijn boek ‘Van MAVO tot Harvard’. Hij vertelt over zijn schoolervaringen:” In een wanhopige poging onderdeel uit te maken van het sociale festijn vroeg ik voortduren om negatieve aandacht. De basisschool verliet ik met een emotionele achterstand’, zo liet mijn meester aan mijn ouders weten. De periode daarna verliep nauwelijks beter. Ik rookte regelmatig een joint, soms zelf voor schooltijd, ik liet opvallende tatoeages zetten en mijn toekomstplannen strekten niet verder dan de tosti’s die ik ’s middags voor mezelf zou klaarmaken. Ik was me niet bewust van mijn afglijden. Dat begon pas tot me door te dringen toen ik op mijn 22e werd opgenomen in een kliniek. Daar kreeg ik diagnoses variërend van ADHD, het syndroom van Asperger en ernstige depressies tot trekken van een borderline persoonlijkheidsstoornis.

Van MAVO tot Harvard

Niet bepaald een hoopvol beeld. Toch schopt hij het na een lange, bizarre weg, tot Harvard! Hij vervolgt in dit interview: “Tijdens intensieve therapieën verwierf ik kleine beetjes zelfinzicht. Ik ving een glimp op van wat er mogelijk is als je jezelf begrijpt en omarmt als een mens met talenten. De afgelopen negen jaar werkte ik aan mijn ontwikkeling. Ik studeerde psychologie, communicatiewetenschappen, bedrijfskunde en wijsbegeerte en reisde vijf keer naar East China Normal University in Shanghai om onderzoek te doen. Het afstudeeronderzoek voor mijn studie psychologie deed ik aan Harvard University. Vooral Harvard maakte veel los. Niet langer was ik die irritante wervelwind, maar bleek ik een creatief talent, een gedisciplineerd, gemotiveerd en zelfs begaafd mens.

Trots

Het interview besluit met: “Als ik dit heb meegemaakt, wat moeten mijn ouders dan hebben doorstaan? Ik vraag het me geregeld af. Dolblij was ik, toen ik mijn moeder kon meenemen naar een barbecue bij mijn hoogleraar op Harvard thuis – met dezelfde moeder die in groep zeven van de basisschool met tranen in de ogen aan mijn meester vroeg: ‘Maar is er dan helemaal niets positiefs over die jongen te zeggen?’

Uitzonderingen bevestigen de regel

Niet iedereen hoeft natuurlijk naar Harvard. Peters verhaal kan wel een inspiratiebron zijn voor leerlingen met een laag zelfbeeld. Kom het niet nu dan straks misschien en doorzetten helpt. Ook als je volwassen bent zijn er nog genoeg ontwikkelingsmogelijkheden. Iedereen zijn eigen weg. Soms een rechte, een lange, een kronkel, maar hoe dan ook; je komt er!

1 oktober 2014
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Fasen in de ontwikkeling van een docent

Fasen in de ontwikkeling van een docent

Een kwart van de  startende docenten is na een paar jaar uit het onderwijs verdwenen. Zonde en kapitaalvernietiging. Lees het boek of de interviews maar die vorige week verschenen met meester Mark ( ‘Meester Mark draait door‘) en je vraagt je vertwijfeld af; wat gebeurt hier?

Gerwin van der Werf beschrijft vandaag in een mooie column in Trouw zijn eerste jaar als muziekdocent in het VMBO, hoe hij te meegaand, te onzeker, op het bange af was. ‘Met leerdoelen was ik niet zo bezig.’ En: ‘Zelden ben ik eenzamer geweest dan dat jaar. Ik heb het jaar afgemaakt op die school, en ben toen weggegaan. Ik leek op meester Mark, denk ik. Een verschil: ik gaf het niet op. Ik begon opnieuw, op de school waar ik nu werk. Ergens opnieuw beginnen is soms een beter idee dan stoppen.’ Zijn conclusie: ‘In je eerste jaar voel je je de grootste klungel aller tijden en ben je voortdurend uitgeput. In je tweede ook nog. En het derde. Daarna gaat het beter.

In mijn begeleiding van docenten speelt de fase van hun loopbaan een belangrijke rol. Startende docenten vertel ik dat het ongeveer vijf jaar (ja, vijf jaar!) duurt voordat je een professionele docent bent. Vaak lucht dat enorm op. Als je van school die tijd ook krijgt met daarnaast coaching, draagt dat enorm bij aan het zelfvertrouwen en je professionele ontwikkeling als docent.  Niet onbelangrijk; het scheelt de school geld.

Voor docenten die wat verder in hun loopbaan zijn, spelen soms andere problemen. Hieronder een korte samenvatting uit het boek  ‘Begeleiding van beginnende docenten’ door J.C. Vonk.  Hij benoemt 4 fasen in de professionele ontwikkeling van docenten:

1. De drempelperiode

Het eerste dienstjaar. Het handelen is voornamelijk gericht op overleven en het inwerken in de diverse aspecten van het beroep. Ook ben je in deze fase erg gericht op erkenning van je rol van onderwijsgevende door leerlingen, collega’s en directie. Problemen die kunnen voorkomen tijdens deze periode: orde, organisatie van onderwijs- en leeractiviteiten, leerstof en leermaterialen, motivatie van leerlingen, omgaan met verschillen tussen leerlingen, toetsing, relatie met ouders, omgaan met leerlingen die probleemgedrag vertonen.

Ervaren docenten die in een nieuwe werkomgeving terecht komen ondervinden soortgelijke problemen, maar zijn door hun ervaring meestal in staat deze snel en adequaat op te lossen. De begeleiding die je in deze fase als docent nodig hebt is een persoonlijke mentor die je wegwijs maakt in de school, inwijdt in de schoolregels (geschreven en ongeschreven, dit kan iemand zijn binnen je sectie. Daarnaast is regelmatig bezoek van een docentcoach die je pedagogisch-didactisch ondersteunt van belang. Ook video-opnames kunnen goed helpen om je als docent zicht te laten krijgen op je eigen handelen. Intervisie en supervisie worden als steunend ervaren.

2. De ingroeiperiode

Het inwerken is achter de rug. Je hebt een heel jaar lesgegeven met een bepaalde methode en je hebt al een zekere naam en faam opgebouwd. Die faam kan negatief zijn als er veel ordeproblemen waren. Ze zeggen dan wel eens dat je pas na drie of vier jaar (als er weer een nieuwe lichting leerlingen is) echt opnieuw kunt beginnen. Of je kunt van school veranderen zoals Gerwin van der Werf deed.

Na het eerste jaar is er de ruimte om je te richten op verbetering en/of de uitbreiding van het handelingsrepertoire. Veel docenten staan juist in deze periode van hun beroepsloopbaan open voor nascholingsactiviteiten. Ze weten vaak goed wat ze willen leren en willen ook graag leren! Daarnaast zie je dat een aantal docenten angstvallig vasthoudt aan eenmaal verworven inzichten en vaardigheden. Zij staan niet of nauwelijks open voor veranderingen omdat zij de gevoelens van onzekerheid als gevolg van het mogelijkerwijs opnieuw ontstaan van ordeproblemen vrezen die in de nieuwe situatie kunnen optreden. Deze groep docenten vraagt in het kader van de begeleiding bijzondere aandacht. Vooral als er in het eerste jaar veel problemen zijn geweest. Juist dan is het belangrijk om in het tweede jaar de goede toon te zetten door meteen vanaf het begin coaching of video-training in te zetten. Ook intervisie of supervisie kan een goed middel zijn voor deze groep.

3. De tweede professionele periode en de periode van afbouw ‘Kostbaar is de wijsheid die door ervaring wordt verkregen.’ R. Ascham

Na de eerste 10 jaar in het onderwijs kun je spreken van een tweede professionele periode: In de voorgaande periode van heroriëntatie hebben de meeste leraren zich erbij neergelegd dat er geen beroepsalternatief is. Er zijn in principe twee manieren van reageren mogelijk: bitter, cynisch, pessimistisch en teleurgesteld (vastgeroest) of actief zoeken naar mogelijke nieuwe perspectieven en of uitdagingen binnen of buiten het beroep.

Het ontbreken van een beroepsalternatief wordt vaak als negatief gezien in het onderwijs. Word je leraar, dan ben je dat voor de rest van de je beroepsleven. Als je hart ligt bij het vak waarin je lesgeeft en je geniet van het lesgeven dan is het jammer dat deze professionals verloren gaan voor het onderwijs. Daarom is het van belang dat ze voor de school behouden blijven! Door goede functioneringsgesprekken en coaching kan samen gezocht worden naar een blijvende voortzetting van de loopbaan in het onderwijs. Vooral deze ervaren professionals kunnen goed ingezet worden bij de begeleiding van beginnende docenten. Van hen kan wijsheid, rust en ervaring uitgaan die juist starters zo nodig hebben.

4. Periode van afbouw van de loopbaan

In deze periode bereiden docenten zich erop voor dat zij met pensioen gaan. Voor sommigen is dat een plezierig vooruitzicht, terwijl anderen zich aan de kant geschoven kunnen voelen. Zij genieten nog volop van het lesgeven. Vervroegd uittreden behoort  inmiddels tot het verleden; docenten konden tot eind vorige eeuw door regelingen, stoppen met hun 57e (!). Veel docenten moeten nu doorwerken tot 67 of 68 jaar. Niet iedereen zit daar op te wachten. Een aantal zal het prima vinden en ook kunnen. Een aantal is het onderwijs geven moe en verlangt naar stoppen. Voor deze categorie geldt dat je als leidinggevende moet voorkomen dat zij uitgeblust of vastgeroest de laatste jaren ‘uitzitten’.

Gelukkig heb ik collega’s meegemaakt die moeite hadden met stoppen, genoten van het contact met pubers en collega’s en benieuwd bleven naar nieuwe denkbeelden. Een deel van deze docenten zou prima ingezet kunnen worden als docentcoach omdat ze een schat aan ervaring hebben. Daarnaast kan het ook heerlijk zijn dat je kunt toeleven naar een nieuwe fase. Het onderwijs brengt veel werkdruk met zich mee en dat kan een last worden naarmate je ouder wordt.

Het is goed je als docent maar ook als coach of leidinggevende te beseffen in welke fase jij of je docent zit en welke begeleiding deze fase vraagt.

 

29 september 2014
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Een inspirerende studiedag

Een inspirerende studiedag

Als het doel van de studiedag is dat de docenten elkaar beter leren kennen en geïnspireerd naar huis gaan, denk dan eens na over deze vorm: zomer-, herfst-, winter of lentegasten (al naar gelang het seizoen). Vraag een of meerdere docenten of zij drie  favoriete filmpjes over onderwijs, hobby’s of passies, met jullie willen delen. Uiteraard vertellen ze hierbij over hun motivatie. Met behulp van een goede interviewer/ presentator vang je zo twee vliegen in een klap: een leuke studiedag, docenten die iets van zichzelf laten zien, collega’s die elkaar beter leren kennen en de mogelijkheid tot dialoog over het onderwijs.

Deze werkvorm is ook erg geschikt als start van een studiedag of bij de opening van het nieuwe schooljaar. En natuurlijk ben ik graag behulpzaam bij het voorbereiden of uitvoeren.

29 september 2014
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor ‘Als ik groot ben, wil ik minister van onderwijs worden’

‘Als ik groot ben, wil ik minister van onderwijs worden’

Mooi, ontroerend, goed interview met Peter Heerschop op de Fontys Hogeschool Kind en Educatie, toekomstige leraren. Je moet er even voor gaan zitten maar beslist de moeite waard om bijvoorbeeld eens te bekijken met collega’s in het onderwijs.

Peter is cabaretier, columnist en voetballiefhebber, maar in zijn hart nog steeds en vooral een leraar en een betrokken onderwijsmens.Peter zegt in de eerste minuten dat hij nooit heeft vergeten hoe een gymnastiekmeester hem bij zijn naam noemde en hem iets liet voordoen. Dat hij daarna het gevoel had dat hij iets kon.
Een leuke vraag uit het publiek is wat het verschil is tussen cabaretier zijn, voor een zaal staan met voor een klas staan. ‘Met een klas ben je voortdurend in gesprek, in dialoog en dat is de reden dat ik wel eens terug verlang naar de klas.’Zijn oude rector zegt van hem dat er een ontzettend goede docent verloren is gegaan voor het onderwijs. Ik herinner mij ook mijn eerste rector toen ik docent was. Als ik weer eens kwam klagen of uithuilen in zijn kamer, keek ik naar het bordje achter hem dat als strekking had dat doceren leek op toneelspelen.

‘Ik erger mij ook aan heel veel dingen in het onderwijs, ik wilde niet meer deel zijn van het systeem.’En omdat hij het lesgeven toch heel erg miste, is hij weer les gaan geven. Van mij mag hij minister van Onderwijs worden!

Mis vooral de grappige lieve Peters niet van leerlingen. Messcherp.

15 september 2014
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor De kracht van feedback

De kracht van feedback

feedback

Wij zijn als gasten aanwezig bij de eindpresentatie van tien trainees, één van hen is onze dochter. Om de beurt vertellen zij over hun proces van het afgelopen jaar en hun ontwikkelpunten. Zonder PowerPoint of Prezi, het gaat om het praatje, niet om het plaatje. Mooi hoe iedereen zijn eigen creatieve werkvorm kiest en dat die ook weer veelzeggend is.

Wat mij opvalt is hoe lovend elke trainee is over wat vooral de feedback van de groep met hen heeft gedaan. Eigenlijk hebben ze daar het meest aan gehad! Wat is het toch waardevol dat je zo’n kans krijgt; in een veilige omgeving horen hoe je overkomt. Je eigen blinde vlekken ontdekken en daar aan werken. Mijn dochter vertelt dat ze nu veel beter met kritiek om kan gaan, dat had ze nooit goed geleerd. Ja, waar leer je dat? Meestal niet op school helaas. Een partner van iemand vertelt in een reactie dat hij erg blij is dat groep de feedback gaf aan zijn vriendin, van hem wilde of kon ze het niet aannemen. Erg herkenbaar…

Een andere trainee zegt heel treffend dat zij op haar werk het meest wordt aangesproken op haar  ‘soft-skills’ (hoe ze bijvoorbeeld communiceert) en veel minder op haar hard-skills (de inhoud van haar werk).

Ik moet denken aan het onderwijs; wat zou het toch goed zijn als docenten meer aan intervisie doen en elkaar feedback geven; daar groei je het meest van in je werk en als persoon: het durven geven van feedback en omgaan met gekregen feedback.

Intervisie is niet alleen voor beginnende docenten. Die misvatting kom ik nog wel eens tegen op scholen als ik vraag of ze intervisiegroepen hebben.  Zelf heb ik ooit op mijn eerste school intervisie opgezet, puur uit behoefte. Daar heb ik veel van geleerd. Nu zit ik al een aantal jaren in verschillende intervisiegroepen. Iedere keer leer ik nog weer bij en ga ik geïnspireerd en enthousiast naar huis.

Hoe is dat op jouw school geregeld: is er geregeld intervisie, heb je daar weleens aan deelgenomen?  Nee? Regel het zelf of bel mij. Ook door beeldcoaching krijg je waardevolle feedback: je ziet zelf hoe je overkomt.

nettiekramer@scholare.nl

0612797669