6 februari 2015
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Het onderwijs van nu en straks

Het onderwijs van nu en straks

Als het onderwijs je vak is, mag je deze documentaire van Tegenlicht niet missen.  In ‘De onderwijzer aan de macht’ werpt Tegenlicht een blik op drie scholen waar men de vaste waarden van het onderwijs ter discussie stelt. Hopelijk inspireert het kijken hiernaar tot een dialoog binnen scholen over hoe het onderwijs in deze tijd kan worden vormgegeven.

 

2 februari 2015
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Klaar voor de start? Stem af!

Klaar voor de start? Stem af!

De docent heeft om stilte gevraagd, de klas luistert en nu? Ik zie docenten daarna vaak te snel de overstap naar de inhoud  van de les maken zonder eerst goed af te stemmen. Vergeet je dit dan blijven er storingen komen. Bijvoorbeeld een leerling die je tijdens je huiswerkbespreking onderbreekt dat zij haar boek is vergeten, of geen schrift heeft of helemaal nog haar spullen niet op tafel heeft, etc. Zaken waar jij als docent wel op moet reageren waardoor er weer onrust ontstaat.

Hoe kun je dit nu voorkomen? Door én goeie afspraken te maken met je klas én door goed af te stemmen na de start!

Het begint met bedenken hoe jij het wilt hebben in de les en dit goed communiceren met je klas. Bijvoorbeeld wat doe je als je leerlingen hun boek vergeten, hun huiswerk niet hebben gemaakt? Ik vertelde mijn leerlingen dat ik wilde dat ze, voordat de les begon, het bij mij meldden dat ze hun boek hadden vergeten of het huiswerk niet hadden gemaakt.  Niet dat ze dan straf kregen maar ik wilde het gewoon weten zodat ik niet voor verrassingen kwam te staan. (‘Kijk dan bij je buurman’). Ik heb het ook wel eens genoteerd als het de spuigaten uitliep maar het was wel een hele administratie…met als sanctie bijvoorbeeld na 3x je boek vergeten, de klas trakteren. Dat vonden ze niet leuk.

En dan komt het afstemmen: zoeken zoals vroeger op een radio tot je op de goeie golflengte zit zonder overbodige ruis.

‘Ok klas, fijn dat jullie er zijn. Ik wil graag beginnen met de les. Wat gaan we doen?’ Het ‘spoorboekje’ van de les staat op het bord (of  je doet dit vertellende wijs). Je haalt nog even op waar het de vorige keer over ging, wat je deze les wilt bereiken en hoe jullie dit gaan doen. Als je wilt dat leerlingen hun boek voor zich hebben en hun schrift open op tafel, moet je echt goed kijken of dat zo is. Neem daarvoor de tijd. Loop bijvoorbeeld al pratende weg door het lokaal, vertel  ondertussen zinvolle informatie, houd de aandacht vast en kijk goed of iedereen de juiste pagina voor zich heeft, schrift erbij, pen in de aanslag, mobiel in de tas of juist erbij als dat de bedoeling is. Begin niet eerder met de inhoud van de les, voordat deze praktische zaken in orde zijn.

Een goede start en afstemmen is het halve werk!

3 november 2014
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Iedereen zijn eigen weg; van MAVO tot Harvard

Iedereen zijn eigen weg; van MAVO tot Harvard

Toen ik nog Nederlands gaf op de MAVO, zo’n tien jaar geleden, viel het mij op dat mijn leerlingen vaak zo’n negatief zelfbeeld hadden, al dan niet gevoed door de omgeving. ‘Die heeft maar MAVO’, of ‘alleen maar een MAVO-tje vroeger gedaan’. Die tendens heeft zich helaas voortgezet; VMBO-leerlingen hebben vaak een laag zelfbeeld doordat ze het idee hebben op de onderste ladder van het onderwijs zitten en ouders willen graag een ander advies voor hun kind dan VMBO.

De Vrijbuiter

Ik woon vlakbij Roden, een dorp in de kop van Drenthe. Mensen kennen Roden vaak door de Vrijbuiter, een grote campingwinkel waar je altijd veel te veel koopt, net als bij IKEA. In die tijd, en ik praat nu over zo’n 15 jaar geleden, stond er een groot interview in het Dagblad van het Noorden, met de oprichter van de Vrijbuiter, Jaap van Zuijlekom. Opvallend was zijn carrière; met ‘alleen maar MAVO’ had hij het tot kampeermiljonair geschopt! Ik nam het artikel mee en las het voor in de klas. Een aardige discussie volgde over wel of niet een vervolgopleiding, hoe kijk je tegen jezelf aan, opvoeding, vooroordelen, normen, enzovoort.

Aan deze ervaring moest ik denken toen ik afgelopen zaterdag een interview in Trouw las met Peter Riezebos over zijn boek ‘Van MAVO tot Harvard’. Hij vertelt over zijn schoolervaringen:” In een wanhopige poging onderdeel uit te maken van het sociale festijn vroeg ik voortduren om negatieve aandacht. De basisschool verliet ik met een emotionele achterstand’, zo liet mijn meester aan mijn ouders weten. De periode daarna verliep nauwelijks beter. Ik rookte regelmatig een joint, soms zelf voor schooltijd, ik liet opvallende tatoeages zetten en mijn toekomstplannen strekten niet verder dan de tosti’s die ik ’s middags voor mezelf zou klaarmaken. Ik was me niet bewust van mijn afglijden. Dat begon pas tot me door te dringen toen ik op mijn 22e werd opgenomen in een kliniek. Daar kreeg ik diagnoses variërend van ADHD, het syndroom van Asperger en ernstige depressies tot trekken van een borderline persoonlijkheidsstoornis.

Van MAVO tot Harvard

Niet bepaald een hoopvol beeld. Toch schopt hij het na een lange, bizarre weg, tot Harvard! Hij vervolgt in dit interview: “Tijdens intensieve therapieën verwierf ik kleine beetjes zelfinzicht. Ik ving een glimp op van wat er mogelijk is als je jezelf begrijpt en omarmt als een mens met talenten. De afgelopen negen jaar werkte ik aan mijn ontwikkeling. Ik studeerde psychologie, communicatiewetenschappen, bedrijfskunde en wijsbegeerte en reisde vijf keer naar East China Normal University in Shanghai om onderzoek te doen. Het afstudeeronderzoek voor mijn studie psychologie deed ik aan Harvard University. Vooral Harvard maakte veel los. Niet langer was ik die irritante wervelwind, maar bleek ik een creatief talent, een gedisciplineerd, gemotiveerd en zelfs begaafd mens.

Trots

Het interview besluit met: “Als ik dit heb meegemaakt, wat moeten mijn ouders dan hebben doorstaan? Ik vraag het me geregeld af. Dolblij was ik, toen ik mijn moeder kon meenemen naar een barbecue bij mijn hoogleraar op Harvard thuis – met dezelfde moeder die in groep zeven van de basisschool met tranen in de ogen aan mijn meester vroeg: ‘Maar is er dan helemaal niets positiefs over die jongen te zeggen?’

Uitzonderingen bevestigen de regel

Niet iedereen hoeft natuurlijk naar Harvard. Peters verhaal kan wel een inspiratiebron zijn voor leerlingen met een laag zelfbeeld. Kom het niet nu dan straks misschien en doorzetten helpt. Ook als je volwassen bent zijn er nog genoeg ontwikkelingsmogelijkheden. Iedereen zijn eigen weg. Soms een rechte, een lange, een kronkel, maar hoe dan ook; je komt er!

1 oktober 2014
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Fasen in de ontwikkeling van een docent

Fasen in de ontwikkeling van een docent

Een kwart van de  startende docenten is na een paar jaar uit het onderwijs verdwenen. Zonde en kapitaalvernietiging. Lees het boek of de interviews maar die vorige week verschenen met meester Mark ( ‘Meester Mark draait door‘) en je vraag je vertwijfeld af; wat gebeurt hier?

Gerwin van der Werf beschrijft vandaag in een mooie column in Trouw zijn eerste jaar als muziekdocent in het VMBO, hoe hij te meegaand, te onzeker, op het bange af was. ‘Met leerdoelen was ik niet zo bezig.’ En: ‘Zelden ben ik eenzamer geweest dan dat jaar. Ik heb het jaar afgemaakt op die school, en ben toen weggegaan. Ik leek op meester Mark, denk ik. Een verschil: ik gaf het niet op. Ik begon opnieuw, op de school waar ik nu werk. Ergens opnieuw beginnen is soms een beter idee dan stoppen.’ Zijn conclusie: ‘In je eerste jaar voel je je de grootste klungel aller tijden en ben je voortdurend uitgeput. In je tweede ook nog. En het derde. Daarna gaat het beter.

In mijn begeleiding van docenten speelt de fase van hun loopbaan een belangrijke rol. Startende docenten vertel ik dat het ongeveer vijf jaar (ja, vijf jaar!) duurt voordat je een professionele docent bent. Vaak lucht dat enorm op. Als je van school die tijd ook krijgt met daarnaast coaching, draagt dat enorm bij aan het zelfvertrouwen en je professionele ontwikkeling als docent.  Niet onbelangrijk; het scheelt de school geld.

Voor docenten die wat verder in hun loopbaan zijn, spelen soms andere problemen. Hieronder een korte samenvatting uit het boek  ‘Begeleiding van beginnende docenten’ door J.C. Vonk.  Hij benoemt 4 fasen in de professionele ontwikkeling van docenten:

1. De drempelperiode

Het eerste dienstjaar. Het handelen is voornamelijk gericht op overleven en het inwerken in de diverse aspecten van het beroep. Ook ben je in deze fase erg gericht op erkenning van je rol van onderwijsgevende door leerlingen, collega’s en directie. Problemen die kunnen voorkomen tijdens deze periode: orde, organisatie van onderwijs- en leeractiviteiten, leerstof en leermaterialen, motivatie van leerlingen, omgaan met verschillen tussen leerlingen, toetsing, relatie met ouders, omgaan met leerlingen die probleemgedrag vertonen. Ervaren docenten die in een nieuwe werkomgeving terecht komen ondervinden soortgelijke problemen, maar zijn door hun ervaring meestal in staat deze snel en adequaat op te lossen. De begeleiding die je in deze fase als docent nodig hebt is een persoonlijke mentor die je wegwijs maakt in de school, inwijdt in de schoolregels (geschreven en ongeschreven). Dit kan iemand zijn binnen je sectie. Daarnaast is regelmatig bezoek van een docentcoach die je pedagogisch-didactisch ondersteunt van belang. Ook video-opnames kunnen goed helpen om je als docent zicht te laten krijgen op je eigen handelen. Intervisie en supervisie worden als steunend ervaren.

2. De ingroeiperiode

Het inwerken is achter de rug. Je hebt een heel jaar lesgegeven met een bepaalde methode en je hebt al een zekere naam en faam opgebouwd. Die faam kan negatief zijn als er veel ordeproblemen waren. Ze zeggen dan wel eens dat je pas na drie of vier jaar (als er weer een nieuwe lichting leerlingen is) echt opnieuw kunt beginnen. Of je kunt van school veranderen zoals Gerwin van der Werf deed. Na het eerste jaar is er de ruimte om je te richten op verbetering en/of de uitbreiding van het handelingsrepertoire. Veel docenten staan juist in deze periode van hun beroepsloopbaan open voor nascholingsactiviteiten. Ze weten vaak goed wat ze willen leren en willen ook graag leren! Daarnaast zie je dat een aantal docenten angstvallig vasthoudt aan eenmaal verworven inzichten en vaardigheden. Zij staan niet of nauwelijks open voor veranderingen omdat zij de gevoelens van onzekerheid als gevolg van het mogelijkerwijs opnieuw ontstaan van ordeproblemen vrezen die in de nieuwe situatie kunnen optreden. Deze groep docenten vraagt in het kader van de begeleiding bijzondere aandacht. Vooral als er in het eerste jaar veel problemen zijn geweest. Juist dan is het belangrijk om in het tweede jaar de goede toon te zetten door meteen vanaf het begin coaching of video-training in te zetten. Ook intervisie of supervisie kan een goed middel zijn voor deze groep.

3. De tweede professionele periode en de periode van afbouw ‘Kostbaar is de wijsheid die door ervaring wordt verkregen.’ R. Ascham

Na de eerste 10 jaar in het onderwijs kun je spreken van een tweede professionele periode: In de voorgaande periode van heroriëntatie hebben de meeste leraren zich erbij neergelegd dat er geen beroepsalternatief is. Er zijn in principe twee manieren van reageren mogelijk: bitter, cynisch, pessimistisch en teleurgesteld (vastgeroest) of actief zoeken naar mogelijke nieuwe perspectieven en of uitdagingen binnen of buiten het beroep. Het ontbreken van een beroepsalternatief wordt vaak als negatief gezien in het onderwijs. Word je leraar dan ben je dat voor de rest van de je beroepsleven. Als je hart ligt bij het vak waarin je lesgeeft en je geniet van het lesgeven dan is het jammer dat deze professionals verloren gaan voor het onderwijs. Daarom is het van belang dat ze voor de school behouden blijven! Door goede functioneringsgesprekken en coaching kan samen gezocht worden naar een blijvende voortzetting van de loopbaan in het onderwijs. Vooral deze ervaren professionals kunnen goed ingezet worden bij de begeleiding van beginnende docenten. Van hen kan wijsheid, rust en ervaring uitgaan die juist starters zo nodig hebben.

4. Periode van afbouw van de loopbaan

In deze periode bereiden docenten zich erop voor dat zij met de VUT of met pensioen gaan. Voor sommigen is dat een plezierig vooruitzicht, terwijl anderen zich aan de kant geschoven voelen door de verplichte (vervroegde) uittreding. Dit laatste kan dan bitter stemmen. Vervroegd uittreden zal waarschijnlijk straks tot het verleden behoren. Daardoor is juist goed om deze categorie goed te begeleiden; hoe voorkom je als leidinggevende dat deze docenten uitgeblust of vastgeroest de laatste jaren ‘uitzit’? Gelukkig heb ik ook collega’s meegemaakt die moeite hadden met stoppen, genoten van het contact met pubers en collega’s en benieuwd bleven naar nieuwe denkbeelden. Daarnaast is het ook heerlijk dat je kunt toeleven naar een nieuwe fase. Het onderwijs brengt ook veel werkdruk met zich mee en dat kan een last worden naarmate je ouder wordt.

 

29 september 2014
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Een inspirerende studiedag

Een inspirerende studiedag

Als het doel van de studiedag is dat de docenten elkaar beter leren kennen en geïnspireerd naar huis gaan, denk dan eens na over deze vorm: zomer-, herfst-, winter of lentegasten (al naar gelang het seizoen). Vraag een of meerdere docenten of zij drie  favoriete filmpjes over onderwijs, hobby’s of passies, met jullie willen delen. Uiteraard vertellen ze hierbij over hun motivatie. Met behulp van een goede interviewer/ presentator vang je zo twee vliegen in een klap: een leuke studiedag, docenten die iets van zichzelf laten zien, collega’s die elkaar beter leren kennen en de mogelijkheid tot dialoog over het onderwijs.

Deze werkvorm is ook erg geschikt als start van een studiedag of bij de opening van het nieuwe schooljaar. En natuurlijk ben ik graag behulpzaam bij het voorbereiden of uitvoeren.

29 september 2014
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor ‘Als ik groot ben, wil ik minister van onderwijs worden’

‘Als ik groot ben, wil ik minister van onderwijs worden’

Mooi, ontroerend, goed interview met Peter Heerschop op de Fontys Hogeschool Kind en Educatie, toekomstige leraren. Je moet er even voor gaan zitten maar beslist de moeite waard om bijvoorbeeld eens te bekijken met collega’s in het onderwijs.

Peter is cabaretier, columnist en voetballiefhebber, maar in zijn hart nog steeds en vooral een leraar en een betrokken onderwijsmens.Peter zegt in de eerste minuten dat hij nooit heeft vergeten hoe een gymnastiekmeester hem bij zijn naam noemde en hem iets liet voordoen. Dat hij daarna het gevoel had dat hij iets kon.
Een leuke vraag uit het publiek is wat het verschil is tussen cabaretier zijn, voor een zaal staan met voor een klas staan. ‘Met een klas ben je voortdurend in gesprek, in dialoog en dat is de reden dat ik wel eens terug verlang naar de klas.’Zijn oude rector zegt van hem dat er een ontzettend goede docent verloren is gegaan voor het onderwijs. Ik herinner mij ook mijn eerste rector toen ik docent was. Als ik weer eens kwam klagen of uithuilen in zijn kamer, keek ik naar het bordje achter hem dat als strekking had dat doceren leek op toneelspelen.

‘Ik erger mij ook aan heel veel dingen in het onderwijs, ik wilde niet meer deel zijn van het systeem.’En omdat hij het lesgeven toch heel erg miste, is hij weer les gaan geven. Van mij mag hij minister van Onderwijs worden!

Mis vooral de grappige lieve Peters niet van leerlingen. Messcherp.

15 september 2014
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor De kracht van feedback

De kracht van feedback

feedback

Wij zijn als gasten aanwezig bij de eindpresentatie van tien trainees, één van hen is onze dochter. Om de beurt vertellen zij over hun proces van het afgelopen jaar en hun ontwikkelpunten. Zonder PowerPoint of Prezi, het gaat om het praatje, niet om het plaatje. Mooi hoe iedereen zijn eigen creatieve werkvorm kiest en dat die ook weer veelzeggend is.

Wat mij opvalt is hoe lovend elke trainee is over wat vooral de feedback van de groep met hen heeft gedaan. Eigenlijk hebben ze daar het meest aan gehad! Wat is het toch waardevol dat je zo’n kans krijgt; in een veilige omgeving horen hoe je overkomt. Je eigen blinde vlekken ontdekken en daar aan werken. Mijn dochter vertelt dat ze nu veel beter met kritiek om kan gaan, dat had ze nooit goed geleerd. Ja, waar leer je dat? Meestal niet op school helaas. Een partner van iemand vertelt in een reactie dat hij erg blij is dat groep de feedback gaf aan zijn vriendin, van hem wilde of kon ze het niet aannemen. Erg herkenbaar…

Een andere trainee zegt heel treffend dat zij op haar werk het meest wordt aangesproken op haar  ‘soft-skills’ (hoe ze bijvoorbeeld communiceert) en veel minder op haar hard-skills (de inhoud van haar werk).

Ik moet denken aan het onderwijs; wat zou het toch goed zijn als docenten meer aan intervisie doen en elkaar feedback geven; daar groei je het meest van in je werk en als persoon: het durven geven van feedback en omgaan met gekregen feedback.

Intervisie is niet alleen voor beginnende docenten. Die misvatting kom ik nog wel eens tegen op scholen als ik vraag of ze intervisiegroepen hebben.  Zelf heb ik ooit op mijn eerste school intervisie opgezet, puur uit behoefte. Daar heb ik veel van geleerd. Nu zit ik al een aantal jaren in verschillende intervisiegroepen. Iedere keer leer ik nog weer bij en ga ik geïnspireerd en enthousiast naar huis.

Hoe is dat op jouw school geregeld: is er geregeld intervisie, heb je daar weleens aan deelgenomen?  Nee? Regel het zelf of bel mij. Ook door beeldcoaching krijg je waardevolle feedback: je ziet zelf hoe je overkomt.

nettiekramer@scholare.nl

0612797669

5 september 2014
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Ouders in school

Ouders in school

Alles buiten de school is anders geworden, de school lijkt hetzelfde gebleven. Onder het mom dat we kinderen voorbereiden op de toekomst, houden we ze vast in het verleden.’ 

Een citaat uit een interview met Maurice de Hond.  Nogal een gewaagde uitspraak. Klopt het wat hij beweert?  Onderwijs is altijd in beweging alleen het lijkt zo langzaam te gaan en daar heeft Maurice de Hond wel een punt. Als je heel lang geen school van binnen hebt gezien en je loopt daar nu rond dan zie je nog steeds klaslokalen met leerlingen, vaak in rijen van twee en een docent voor de klas. OK, er hangt nu wel een digibord en er zijn wat computers in de klas. Is dat onderwijs anno nu?
Met bovenstaande typering doe ik het onderwijs tekort. Er is wel degelijk verandering en er wordt volop geëxperimenteerd: nieuwe lesmethodes, moderne ruimtes op nieuwe scholen waar leerlingen zelfstandig of in groepjes kunnen werken, meer aandacht voor behoeften van individuele leerlingen.

Kijk maar eens naar dit fimpje. Mooi dat de directeur van deze school benoemt dat hij zo trots is op de goede samenwerking in zijn team.

samenwerken op schoolOok in het voortgezet onderwijs, bijvoorbeeld in het VMBO, zijn mooie voorbeelden van vernieuwing: prachtige, moderne praktijklokalen waar leerlingen, onder begeleiding en zelfstandig, kunnen oefenen. Afgelopen week zag ik vier docenten Latijn heel trots een eigen geschreven methode presenteren.

En er is passend onderwijs sinds augustus 2014; misschien wel de belangrijkste veranderingen sinds jaren. Hoe dat uit gaat pakken in de praktijk is voor iedereen heel spannend, niet alleen voor docenten maar ook voor ouders!

Verwachtingen

Niet alleen de scholen maar ook ouders veranderen natuurlijk. Ouders van nu zijn heel andere ouders dan die van pakweg 20 jaar geleden. En ondanks al die veranderingen, blijven ouders onmisbaar als bijvoorbeeld vinger aan de pols, de broodnodige hulp, die kritische noot en als onmisbare bron van informatie over hun kinderen.

Maar wat verwachten ouders nu van school en wat verwacht school van de ouders? Wederzijdse erkenning van elkaars verantwoordelijkheden staat denk ik, bovenaan. Ouders zijn de eerste verantwoordelijke voor hun kind. Docenten zijn verantwoordelijk voor een goede sfeer in de klas en het goed overdragen van de lesstof. Dat ouders  en docenten dit erkennen en bevestigen, is  enorm belangrijk. Ik heb eens wat rondgevraagd in mijn omgeving bij ouders en docenten en kwam hier op uit:

Ouders

Ouders willen dat hun kind bij een lieve en ook goede docent in de klas zit, dat hun kind met plezier naar school gaat en daar ook zinvolle dingen leert. Ze willen goed en tijdig worden geïnformeerd als er iets is en de meeste ouders willen ook als er niets is, wel contact met de school. Ze vinden het fijn als de docent hun kind kent en positieve dingen kan vertellen over hun kind. Als het niet goed gaat willen ze graag goede, concrete adviezen en soms ook hulp en tips. Ze willen erkend worden als eerste opvoeder. En als opvoeden niet goed gaat, hebben ze behoefte aan iemand die naast hen staat.

Lees hier ons aanbod voor ouderbijeenkomsten

Docenten

Docenten willen heel graag weten wie het kind is; wat kan het goed, welke talenten zijn er, waar moeten ze op letten, hoe is het kind thuis? Maar ze willen ook een goede samenwerking met ouders op het gebied van afspraken ten aanzien van huiswerk, aanwezigheid en opdrachten. Daarbij zijn korte lijnen belangrijk: dat ouders de school informeren over de reden van afwezigheid,  over de gezinssituatie als die wijzigt wanneer dat van belang is. Docenten verwachten support van de ouders richting de leerling en hulp bij het plannen van het huiswerk zoals overhoren, controleren en herinneren van afspraken. Daarnaast is aanwezigheid van ouders bij ouderavonden en rapportbesprekingen, samen met hun kind, heel belangrijk. En dat ouders regelmatig inloggen op de site van de school. Docenten vinden het belangrijk erkend te worden in hun deskundigheid op hun vakgebied.

Lees hier ons aanbod voor docenten en -teams

Scholare biedt producten aan ouders in school en aan docenten en -teams.

Lees verder

1 september 2014
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor You are a VIP!

You are a VIP!

vip

Mijn nichtje studeert in Groningen communicatie en  studeert nu een half jaar in Amerika . Via een blog kunnen wij als familie en vrienden meegenieten van haar ervaringen. Uit haar tweede blog een citaat:

Woensdag begon de drie dagen durende introductieweek en dat was best heftig. De wekker ging om 7 uur en vervolgens zaten we tot 17:00 in de Newton hall waar allemaal mensen langskwamen met praatjes. Wat te doen als je zwanger bent? Wanneer mag je alcohol drinken? Hoe gebruik je een computer? Hoe maak je vrienden?????? De helft was allang duidelijk, maar toch. Het was allemaal ontzettend serieus en het draait eigenlijk allemaal om een paar dingen. Het is ontzettend belangrijk dat je ‘personal initiative’ toont. Leraren willen dat je actief meedoet in de les en echt met je mening durft te komen. Daar moet ik dus echt aan wennen… Ook waren er een aantal typisch Amerikaanse toespraken van professoren, waarin dingen werden geroepen als ‘Stay happy, you have incredible values!’ ‘You are the V.I.P’s!’ ‘You are a superstar, you can reach for the sky!’ Ik moet eerlijk bekennen dat het stiekem wel motiverend werkt. ‘

Uit haar volgende blog een ander citaat:

‘Tot nu toe heb ik in elke les ‘personal initiative’ getoond! Ook al vind ik dat altijd eng, ik merk dat de leraren het echt waarderen. Zo heb ik bij Intercultural Communication over Thailand verteld, bij American Public Address Michelle Obama’s speech genoemd en bij Human Sexual Behavior naar MTV (16 and pregnant, teen mom) verwezen toen de leraar vroeg hoe het kwam dat tienerzwangerschappen waren verminderd.’

Stiekem werkt het wel motiverend

Wat een effect al! Wie wil nu geen Very Important Person zijn? Toen mijn kinderen naar de universiteit gingen werd ze tijdens de introductie verteld dat ze goed om zich heen moesten kijken omdat een kwart van hen af zou vallen het eerste half jaar! Hoezo stimuleren en motiveren? Of leraren die bij de start van het examenjaar kinderen inprenten dat erg moeilijk is! We weten dat je het beste leert als de relatie met de docent goed is en als het veilig is. Je mag er als docent van uitgaan dat de kinderen die bij jou in de klas zitten, het kunnen. Neem dat vertrouwen als uitgangspunt bij het begin van het schooljaar. Misschien past het Amerikaanse niet zo bij ons nuchtere Nederlanders maar een beetje ervan is al goed. En stimuleer persoonlijk initiatief, bijvoorbeeld zoals Robin Williams dat zo mooi liet zien in de film ‘Dead Poets Society‘: ‘Fout antwoord, maar bedankt voor het meedoen!’

Een goed, succesvol nieuw schooljaar toegewenst

 

 

 

 

18 juni 2014
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Waar is de leraar die mij enthousiast maakt voor zijn vak?

Waar is de leraar die mij enthousiast maakt voor zijn vak?

Geef ons een lesje interpreteren, betoogt Iris Oosterhoorn (16)

Er wordt vaak gedaan alsof leerlingen op de middelbare school alleen maar leren de lesstof te reproduceren. Maar naarmate de schoolperiode van een leerling vordert, komt de nadruk juist veel meer te liggen op vaardigheden als interpreteren, analyseren en evalueren. Leerling Iris Oosterhoorn (16) schreef er een column over.

BLUT UND EISEN!’ De bulderende stem moet te horen zijn geweest op alle vier de verdiepingen van mijn school. Terwijl het Zaanlands Lyceum nog sidderde op zijn grondvesten, zaten wij op het puntje van onze stoel: Otto von Bismarck had zojuist aangekondigd hoe hij de Duitse eenwording wilde bewerkstelligen.

De rol van Bismarck werd tijdens deze tachtig minuten durende real-life geschiedenisdocumentaire vertolkt door mijn geschiedenisdocent, een succesvolle verteller die al eerder Caesar, Adolf Hitler en Leni Riefenstahl speelde.

Ook veegde hij die les, al vertellend, zijn lokaal.

Ja, natuurlijk vat de tekst het goed samen, maar waar is de leraar die mij enthousiast maakt voor zijn vak?

Een goede docent houdt iedere les de spreekbeurt van zijn leven. En een spreekbeurt is fijn om naar te luisteren wanneer iemand niet opleest uit een boek, niet al te veel hakkelt en vooral overtuigd is van zijn eigen verhaal. Een bevlogen ‘lezing’ tijdens Nederlands over Hermans en Freud doet mij simpelweg meer dan het zinnetje ‘Nou, lees maar even wat er in paragraaf 3.1 staat.’ en ‘Ja, de tekst vat het wel goed samen.’ Ja, natuurlijk vat de tekst het goed samen, maar waar is de leraar die mij enthousiast maakt voor zijn vak?

Of vragen waar ik de volgende les het antwoord op zal hébben.Een docent doet het naar mijn idee goed wanneer ik het klaslokaal binnen kan lopen met het idee dat ik het komende lesuur geboeid en uitgedaagd zal worden. Ik wil naar hem luisteren, nieuwsgierig worden en het lokaal verlaten met een stapel vragen waar ik de volgende les antwoord op zal krijgen.

Deze antwoorden hoef ik namelijk echt niet altijd op een presenteerblaadje te krijgen. Sterker nog, ik vind het erg fijn als een docent mij zijn vak toevertrouwt en mij door zijn lessen aan het denken zet. Antwoorden vinden op m’n vragen is dan belangrijker dan de zeven regels Grieks die ik nog moet vertalen. Een goede docent boeit me langer dan die veertig minuten les en maakt dat ik het niet erg vind Wikipedia na te trekken om de antwoorden te vinden waar ik naar zoek. Een les die vervolgens gebaseerd is op onze vragen boeit des te meer.

Zo zijn we onze lessen over het doodgedebatteerde onderwerp ‘privacy’ begonnen met ónze vragen. Er ontstonden kleine groepjes en we hadden het over de vragen die ons bezighielden en probeerden zo tot nieuwe inzichten en antwoorden te komen. De les werd niet alleen door ons actief bijgewoond, maar ook de docent liet zijn latte macchiato even staan en luisterde naar wat ons zoal bezighield.

Volgens de twitterbio van mijn geschiedenisdocent heeft hij al vakantie sinds mei 1972, mijn docent Nederlands stelt dat hij geen zes weken vakantie nodig heeft. Een docent die niet van vakantie tot vakantie leeft, maakt dat ik niet van toets tot toets leef.

Iris Oosterhoorn (17) droeg deze column ook voor op de slotmiddag van De Balie leert.

Een videoregistratie van die middag is hier te vinden.