22 januari 2014
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Beeldcoaching in beweging

Beeldcoaching in beweging

‘Beeldcoaching zet in beweging’, dit is de titel van een prachtig boek dat vorig jaar is verschenen onder redactie van Hans Jansen, Christine Brons en Frans Faber. Toen ik de opleiding deed in 2004 voor SVIB-er (School Video Interactie Begeleider), zoals dat toen werd genoemd, was er nog sprake van een strikt protocol dat gevolgd moest worden: eerst complimenteren, dan de leervragen, drie keer filmen, etc. Gaandeweg zie je dat er beweging komt doordat de SVIB’ers zelf gingen experimenteren, er nieuwe inzichten komen en we meer doen wat werkt. Zo heb ik een aantal jaren terug, geëxperimenteerd met het gebruik van filmbeelden tijdens de intake voor de Sociale Vaardigheidstrainigen in de brugklas en het gebruik van beelden tijdens overblijftrainingen. Carlos van Kan heeft de reflectie met storyboards ontwikkeld.

storyboards

Christine Bron is i.s.met anderen, gestart met de training ‘Krachtige lichaamstaal’.

Lang was het een taboe om over het beeld van de docent te praten. Ik weet nog dat ik tijdens de opleiding een docente inbracht die met ontblote navel voor de klas stond. Mocht ik daar iets van zeggen? Was ik niet teveel mijn eigen normen aan het opleggen? Een goed advies was toen: ‘Heb je een vraag of vind je er iets van?’ Zeg wat je ziet, volg je intuïtie en vraag aan de coachee; hoe zie jij dat?

Gisteravond was ik bij een bijeenkomst met beeldcoaches in Groningen met Christine Brons en Hans Jansen. We zagen maar een paar seconden beelden van docenten en de vraag werd gesteld: ‘Wat zie je?’ We zagen grijze muizen voor de klas, mensen met een bijzondere motoriek, mensen zonder krachtige lichaamstaal. En helaas gaat dat vaak samen met ordeproblemen voor de klas. Dat hoeft natuurlijk  niet. Ik weet ook nog wel van mijn middelbare schooltijd van docenten die altijd in dezelfde kleren (vaak wel mannen) en met veel te dikke buiken achter hun bureau hingen en toch geweldige lessen gaven. Hun motivatie en inspiratie won het van het beeld.

Maar toch; gisteravond werd het weer bevestigd. Welk beeld straal je uit? De docent is verantwoordelijk voor het beeld dat hij of zij uitstraalt!. Dus is het ook je taak als beeldcoach daar iets mee te doen als jij ziet of voelt dat daar iets wringt. Het kan net dat beetje meer zelfvertrouwen geven waardoor de docent professioneel kan groeien.

 

14 oktober 2013
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Behoud startende leraren door begeleiding!

Behoud startende leraren door begeleiding!

De Universiteit Groningen volgde drie jaar lang startende leraren op ruim zestig middelbare scholen. De conclusie? Als beginnende leraren intensiever worden begeleid, zal de uitval van leraren afnemen met misschien wel 40%. De uitval is op dit moment een probleem. Eén op de vijf startende leraren houdt er ergens in de eerste vijf jaar mee op.  De RUG heeft nu het plan (art. Dagblad van het Noorden, zat. 12 oktober) om in drie jaar tijd, 80% van deze beginners via een vakcoach en schoolopleider te begeleiden. Een prima initiatief waar Scholare al jaren voor pleit. De komende jaren schijnen veel docenten met pensioen te gaan waardoor veel nieuwe, meestal jongere docenten zullen worden aangenomen.

Onderstaande informatie is eerder gepubliceerd (te vinden in het gratis te downloaden boekje op onze site)  maar in dit verband weer actueel om onder de aandacht te brengen:

Fasen in de loopbaan van een docent

Jammer is dat, als bevlogen, enthousiast docenten het onderwijs voor gezien houden. Voor een aantal misschien een opluchting; zij hebben ontdekt dat het onderwijs niet bij hen past en zij niet bij het onderwijs. Het kan echter ook zo zijn dat een hele goede docent verloren gaat voor de leerlingen en voor de school. Vorige week zaterdag  (juni 2009) stond er een prachtige column van Hans Dorrestijn in Trouw. Hans was 7 jaar docent Nederlands, een kort citaat hieruit:

Het was een ramp, ik kon geen orde houden, als ik les gaf moesten de nabij liggende lokalen worden ontruimd, omdat de leerlingen hun docent niet konden verstaan.” Hij vertelt op hilarische wijze hoeveel moeite hij de eerste 2 jaar had met het lesgeven. Zijn rector bleef echter in hem geloven en zei iedere keer: “Nee, let maar op, deze man gaat heel goed lesgeven.” Ook dankzij zijn aardige collega’s bleef hij het proberen. “Ik dacht dat het hoorde bij de ellende die het bestaan is.” Tot hij na een zomervakantie van veel reizen het roer omgooit. “Ik wilde gaan doen wat ik goed kan.” Hij begint zijn eerste les met een gedicht op het bord. “En het was stil…Ik kon het opeens, ik had door hoe het werkte. Ik behandelde liedjes van cabaretiers en veel literatuur”.

Oftewel: hij deelde zijn passie met zijn leerlingen. Hij was echt en dat komt over!

Als docentencoach is het belangrijk om rekening te houden met de professionele ontwikkelingsfase van de docent; waar is jouw docent op dit moment en wat heeft hij of zij nodig? Dhr. J.C. Vonk onderscheidt in zijn boek ‘Begeleiding van beginnende docenten eerst 3 niveaus waarop de begeleiding moet zijn gericht:

Organisatorisch – Als nieuwe docent moet je te weten komen hoe een organisatie reilt en zeilt. Vaak zijn de ongeschreven regels het lastigst om te weten te komen en kost dit veel tijd en energie. Het is fijn als iemand binnen de school, tijd neemt om een nieuwe docent goed wegwijs te maken. Ook kan een boekje helpen waarin deze zaken helder worden uitgelegd.

Vakdidactisch  – Als beginnend docent moet je ingroeien in de vakdidactiek. Dit is het terrein van de vaksectie en die moet de nieuwe collega dan ook zo goed mogelijk daarover informeren en hierin begeleiden. Als bovenstaande 2 punten goed lopen dan krijgt men meer oog voor het volgende punt.

Pedagogisch-didactisch – Leren omgaan met algemeen pedagogische en didactische vaardigheden oftewel: de  grillige en wisselende leerlingen en klassen.

Dit is meer het terrein van de docentencoach.

Vonk noemt 4 fases in de professionele ontwikkeling van docenten:

1.De drempelperiode (eerste jaar)

2.De ingroeiperiode (0-5 jaar)

3.De professionele periode (5-10 jaar)

4.De periode van heroriëntatie (…)

Soms een geruststelling voor docenten als het nog niet zo gaat als zij willen; ik ben nog aan het leren! En dat mag ook.

Begeleiding van docenten, intern of extern?

Gelukkig hebben steeds meer scholen een doordachte begeleiding opgezet voor hun beginnende docenten en ook voor de meer ervaren leerkrachten. Steeds vaker worden intern docenten getraind voor coach of een beeldcoach. De voordelen hiervan zijn niet moeilijk te bedenken:

-De school maakt goed gebruik van de kwaliteiten binnen de school; samen werken aan het vergroten van de professionaliteit is goed voor de school

-Collega’s coachen elkaar, leren van elkaar (intervisie) en leren elkaar zo ook op een andere manier kennen.

-Wat kosten betreft kan het ook aantrekkelijk zijn.

Toch zijn er situaties te bedenken waarbij interne coaching of SVIB niet goed mogelijk is: bijvoorbeeld als de problematiek van een docent zodanig is dat hij of zij daarvoor geen collega kan of wil inschakelen. Het kan belemmerend werken als je gecoacht wordt door een collega. Soms is ook meer deskundigheid geboden en meer tijd. En vooral dat laatste punt wordt wel eens onderschat, vooral als het over een video-traject gaat. Een gemiddeld traject van 3 opnames kost al gauw een investering van 10 uur (zonder rapportage). Juist doordat je collega’s bent kan het lastig zijn om je af te grenzen of om een andere pet op te zetten.

Belemmerende en bevorderende factoren bij de begeleiding van docenten

Scholare heeft regelmatig contact met verschillende scholen en gelukkig is op de meeste scholen de begeleiding van docenten goed geregeld. Directies noemen als belemmerende factoren bij de begeleiding van docenten:

-Gebrek aan geld en tijd. Elke lesontheffing kost gemiddeld zo’n € 1400,= per jaar. Het valt niet altijd mee om de mensen die zijn toevertrouwd aan jouw zorg die ook te bieden. Door de tijd die organisatorische zaken vragen is deze zorg niet altijd even optimaal.

-Verliezen we als school niet de goede docenten vóór de klas door juist deze docenten in te zetten als coach áchter in de klas?

-Ook concluderen directies dat er in de verschillende secties verschillend met het beleid inzake begeleiding wordt omgegaan. Dit wordt verklaard uit het feit dat bijv. neerlandici en historici te boek staan als individualistisch en wis-, natuur- en scheikundigen, goed kunnen organiseren.

-Wat echt belemmerend werkt is als sectorleiders of afdelingsdirecteuren belast zijn met zowel de begeleiding als de beoordeling. Dat kan niet.

Als bevorderende factoren worden aangegeven:

-Meer geld van rijkswege voor begeleiding.

-Voor wat betreft het beleid wordt het invoeren van de normbetrekking genoemd; iedereen moet een niet lesgebonden deel invullen. Daarin kan ook coaching of intervisie worden gegeven.

-Het plan om weer een urenregistratie te gaan invoeren zal zowel belemmerend als bevorderend kunnen werken.

-Wat begeleiding makkelijker zou maken op persoonlijk gebied is dat mensen inzien dat het nuttig is, dat ze er wat van kunnen leren wat dus ook inhoudt meer openheid over het eigen functioneren.

Zoekt u een ervaren coach voor uw docenten? Ik ben beschikbaar!

 

 

 

Help, ik ben leraar

30 september 2013 door Nettie Kramer | Reacties uitgeschakeld voor Help, ik ben leraar

De filmpjes uit de serie ‘Help ik ben leraar’ zijn goed te gebruiken bij intervisie. Of de filmpjes realistisch zijn geven juist voer voor de dialoog tijdens intervisie!

26 september 2013
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Opvoeden tot gehoorzaamheid?

Opvoeden tot gehoorzaamheid?

In januari 2013 zegt minister Plasterk dat kinderen de leerkracht moeten respecteren én gehoorzamen. Hij vindt dat ouders kinderen beter moeten leren wat wel en niet mag. Tegelijkertijd klaagt het onderwijzend personeel dat ouders niet (meer) afdoende opvoeden. “Ouders stellen geen regels en grenzen en tonen geen respect voor de leerkracht “ (CN Onderwijs 16/12/2011). Op 25 januari 2013 kopt Trouw een artikel met: ‘Ouders van nu willen geen gehoorzaam kind!’

Hoe zit het nu? Wat wil de maatschappij: wel of geen gehoorzame kinderen?

Gehoorzaamheid

‘Gehoorzaamheid is de bereidheid en/of verplichting om gehoorzaam te zijn aan een persoon of instantie, dus om gehoor en zo goed mogelijk gevolg te geven aan diens instructies. Ze kan worden opgelegd of overeengekomen’. Bron: Wikipedia

Als we gehoorzaamheid in een meer historisch kader zetten dan werd er vóór de Tweede Wereld oorlog heel anders tegen gehoorzaamheid aangekeken dan ná de Tweede Wereldoorlog. Voor de Tweede Wereldoorlog was er het harmoniemodel d.w.z. dat je anderen, vooral je meerderen, de ouderen, waar onder ook je ouders, niet tegensprak. Je hoorde bij een bepaalde groep en volgde die regels, normen en waarden, opgesteld door je meerderen; je was het eens, samen eens! Onenigheid werd zoveel mogelijk genegeerd of ontkend. Zeker naar buiten toe werd geen vuile was uitgehangen. Dit alles leidde tot conflictvermijding. Alles wordt gedaan om een dreigend conflict bij voorbaat te elimineren. Dan barst er een gigantisch conflict los: de Tweede Wereldoorlog. De mate waarin de mens gehoorzaam wil zijn aan wat wordt ervaren als legitiem gezag is vooral na de Tweede Wereldoorlog onderzocht. De vraag hoe het mogelijk was dat zoveel mensen in staat waren gebleken om mee te werken aan de uitroeiing van hele bevolkingsgroepen was na de oorlog aanleiding voor diverse onderzoeken zoals het beroemde experiment van Milgram uit 1961. Waar de verwachting van collega’s van Milgram was dat slechts psychopaten in staat waren om tot het uiterste te gaan, bleek dat gehoorzaamheid voor zo’n twee derde van de proefpersonen dusdanig belangrijk was dat men in staat bleek een medemens te doden (het beruchte Befehl ist Befehl) bron: Wikipedia

Van conflictbeheersing naar conflicthantering

Na de Tweede Wereld oorlog ging men bestuderen hoe conflicten beheerst konden worden. Vrede was het doel. Door die studies kwam er een bredere kijk op de bron van conflicten en ging men over naar conflicthantering: het conflict analyseren en op het juiste niveau, door de juiste conflictstijl te hanteren, afhandelen.

Er werden 4 conflictstijlen omschreven:

1. Forceren: hoe dan ook, er gebeurt wat IK wil, Ik heb of eis de macht op,

2. Confronteren: laten we met elkaar in contact gaan en ieders standpunt toelichten,

3. Toedekken: zo erg is het niet, het komt allemaal wel goed (sussen),

4. Ontlopen: het maakt me niks uit, doe maar wat je wilt.

1 en 4 gaat ten koste van de relatie, deze wordt, voor dat moment, verbroken/verlaten.

Bij 2 en 3 wordt geprobeerd de relatie te behouden/te verbeteren.

Geen van de 4 conflictstijlen is zonder meer goed of slecht, de situatie én degene met de macht bepaalt welke stijl op zijn plek is, op dat moment, in die situatie en in die bepaalde relatie.

Macht en conflicten

Bij menselijke relaties speelt macht altijd een grote rol.

 1. Macht              onkwetsbaar

Macht kan je onkwetsbaar maken. Als je onkwetsbaar bent ben je vaak ook onbereikbaar,

ook voor conflicten.

2. Onmacht        kwetsbaarheid

Je voelt je niet in staat invloed uit te oefenen, zelfs niet op je eigen leven. Innerlijk beleef

je veel conflicten.

3. Onmacht        onkwetsbaar

Je bent in gevaar, onmacht gekoppeld aan onkwetsbaar daagt anderen uit, vaak worden

deze mensen gepest, zijn vaak slachtoffer. Of juist heel stoer, daders in opdracht van een meerdere of eigen angst. Een leven vol conflicten, dan wel in de rol van slachtoffer, dan wel in de rol van dader.

4.Macht               kwetsbaar

Macht/kwetsbaarheid gaat gepaard met keuzevrijheid. Je geeft je zelf niet op, je blijft je zelf trouw, je kent je grenzen en weet te incasseren. Je bent in staat het conflict te analyseren en op het juiste niveau af te handelen. Personen die zich de hele tijd zo voelen zijn vaak helden of heiligen.

Boy

De schrijver Roald Dahl heeft in zijn autobiografisch werk Boy: Verhalen van Kinderjaren beschreven op welke wijze onderwijzend personeel vóór de Tweede Wereldoorlog gehoorzaamheid afdwong. Er was tucht, kinderen werden gekleineerd, geslagen en vernederd. Het onderwijzend personeel had veel macht en was totaal onkwetsbaar

Op 4 januari 2011 verscheen er een filmpje op Youtube over een huidig onderwijsschandaal in Zuid- Korea. Het onderwijzend personeel dwingt gehoorzaamheid en respect af met dezelfde middelen als beschreven in het boek Boy. Het afdwingen van respect en gehoorzaamheid, door onder andere slaan, is in de Nederlandse maatschappij verleden tijd én verboden bij de wet. Daarnaast pikken ouders het niet meer als hun kinderen vernederd worden, gekleineerd, gepest of onvoldoende aandacht krijgen van het onderwijzend personeel. De ouders zijn mondiger en niet meer gehoorzaam aan hun ‘meerderen’ , de leerkracht. Ouders zijn ook geen ongeschoolde arbeiders meer. Dat betekent dat de leerkracht niet meer de macht of de overhand heeft omdat hij meer kennis of status heeft dan de ouder.

Opvoedingstaak

De huidige Nederlandse maatschappij wil zelfstandige, onafhankelijke, geschoolde volwassenen, die zelf kunnen nadenken en zelfstandig kunnen handelen. Volwassenen die zich verantwoordelijk voelen én zijn voor het eigen handelen. Kunnen reflecteren op het eigen handelen, staat als belangrijke vaardigheid genoemd in vrijwel iedere vacature. Zowel de ouders als het onderwijs draagt zorg voor de vorming van het kind, de jongere. Beiden zijn erop gericht jonge volwassenen af te leveren aan de huidige maatschappij. In de gezagscultuur werden kinderen en jongeren gevormd om hun meerderen te gehoorzamen. Ouders en school hadden de taak om kinderen op te voeden tot gehoorzame volwassenen, gehoorzame arbeiders die gehoorzaam waren aan hun meerderen. Nu wil de maatschappij geen gehoorzame arbeiders meer, maar zelfstandig, autonome, authentieke volwassenen, die creatief en innovatief zijn, flexibel en mee kunnen gaan in alle snelle technische ontwikkelingen.

Dat zou betekenen dat de opvoedingstaak van de ouders en school nu ook anders ligt, of toch niet?

 Anita Naus

26 september 2013
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Ja-maar en Bully

Ja-maar en Bully

Op een mooie, zeldzame zomeravond in juni, ging ik naar een lezing van Bertold Gunster in Groningen met als onderwerp: ‘Omgaan met lastige kinderen.’ Een zaal vol enthousiaste mensen (voornamelijk vrouwen) en een verdiend applaus aan het slot van Bertolds betoog. Zijn adviezen aan ouders die na de pauze een casus inbrachten, waren goed getroffen. Wel erg cognitief, maar toch…Dat omdenken heeft wel wat!

De casus die mij het meeste raakte, was die van een vader en zijn zoontje. Het deed mij denken aan de aangrijpende documentaire Bully die ik de avond ervoor had gezien. Ik moest mezelf dwingen te blijven kijken omdat de beelden zo heftig waren. Je ziet o.a. een erg kwetsbaar jongetje, zo’n jongetje waarvan ik als docent zou denken; zou die het wel redden hier op school, in mijn klas? Stijf kapsel, foute bril, vreemde lippen, geen hippe kleren, stijve motoriek, sociaal onhandig. Dit jongetje werd enorm gepest vooral door fysiek geweld. De beelden waren zo heftig dat de documentairemakers op een gegeven moment moesten stoppen met filmen en besloten deze beelden te laten zien aan de ouders en de schoolleiding. De moeder merkte terecht op dat het meest schokkend was dat haar zoon niet veilig was op school en in de schoolbus.

Wat me ook trof was hoe die ouders voor hun kinderen moesten opkomen en wat een jungle het voortgezet onderwijs kan zijn.

De vader die een casus inbracht bij Bertold, vertelde dat zijn zoontje niet goed voor zichzelf opkwam. Hij werd ook ‘gebullyd’ en de vader vond dat hij assertiever moest worden en had zelfs met hem geoefend hoe hij met fysiek geweld (‘een platte klap’) aan dat getreiter een eind kon maken. Bertold merkte terecht op dat de impliciete boodschap die de vader aan zijn zoontje gaf, was dat hij niet deugde zoals hij was. Hij moest meer dit, meer dat…Hij zei: ‘Als ik hier in de zaal zou vragen, voor wie is opkomen voor jezelf een issue, dan zou driekwart z’n hand opsteken.’

Toch bleef er iets bij mij knagen na deze avond; voorop gesteld: elk kind moet veilig zijn op school, elk kind moet mogen zijn zoals hij is. Maar wie ben je op die leeftijd? Je uiterlijk heb je niet voor het uitkiezen, je kleding wordt vaak bepaald door wat je ouders leuk vinden. Ik weet nog dat toen ik docent was ik soms kinderen en hun ouders wilde toeroepen: ‘Doe iets, ga naar een goeie kapper, koop een hippe spijkerbroek, …’ En ik wist ook dat daar juist geen antenne voor was.

Zelfvertrouwen is belangrijker voor het leren dan groepsdruk.

Mijn eerste, zelfverdiende LOIS spijkerbroek gaf mij meer zelfvertrouwen dan alle complimenten van mijn ouders bij elkaar. Kleding kan enorm helpen wil ik maar zeggen. Ik zou willen dat ouders daar meer oog voor hadden. Juist als je weet, hoort of ziet dat je kind niet goed in een groep ligt. En mentoren ook. Hoe dan? Heel concreet zou je een vriendenboekje kunnen laten rondgaan nadat de leerlingen in de brugklas elkaar wat beter hebben leren kennen. Daarin kunnen ze elkaar bijvoorbeeld een top en een tip geven. ‘En die tip mag van alles zijn, zelfs een tip over kleding.’ Natuurlijk moet de sfeer veilig zijn. Op deze website staan leuke tips om sfeer te creëren in de klas en op school. Dus eerst werken aan het zelfvertrouwen, niet alleen natuurlijk uiterlijk maar ook innerlijk, daarna kan een kind voor zichzelf opkomen en zich teweer stellen tegen groepsdruk.

 

23 mei 2013
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Als je me echt zou kennen…

Als je me echt zou kennen…

In het programma ‘Over de streep’ wordt deze zin vaak genoemd: ‘Als je me echt zou kennen zou je weten dat…’ Jongeren gaan letterlijk een streep over wanneer ze iets hebben meegemaakt wat genoemd wordt door de speaker. Bijvoorbeeld of ze wel eens zijn gepest of vernederd door iemand die in dezelfde ruimte staat. Na deze emotionele gang over de streep is er een vervolg in kleine groepjes waarin ze met elkaar in gesprek gaan met deze zin als leidraad: ‘Als je mij echt zou kennen dan zou je weten dat…’

Ik houd het nooit droog bij dit programma en ben iedere keer weer onder de indruk van de gebeurtenissen die jongeren meemaken en waarmee ze moeten ‘dealen’ in hun leven. Toen ik nog als docent werkte en als mentor de dossiers las van mijn klas, dacht ik vaak; ‘ Hoe is mogelijk dat deze jongeren nog in staat zijn om te functioneren op school.’ Ik ging anders kijken naar deze leerlingen en reageerde met meer begrip op hun gedrag. De jongeren in ‘Over de streep’ geven ons als kijker een inkijkje in hun leven, laten ons een blik werpen op wat er onder hun ‘ijsberg’ zit, waardoor er mededogen en begrip ontstaat bij hun medeleerlingen. Het geeft me als kijker ook een wat ongemakkelijk gevoel. Ongemak vanwege de kwetsbaarheid van deze jonge mensen en vanwege de openbaarheid hiervan. Terecht merkt een directeur van een VMBO op dat dit zijn weerstand ook was tegen het programma.

Stel; je bent docent. Als leerlingen jou echt zouden kennen, wat zouden ze dan weten? Als jij je leerlingen zou kennen, wat zou je dan weten?

We kennen de begrippen Relatie – Competentie – Autonomie. Relatie staat voorop. Wat vertel je aan het begin van het schooljaar aan je leerlingen? Wat mogen ze van jou weten? Hoe laat jij je kennen? Hoe laat jij je leerlingen met elkaar kennismaken? Hoe zorg je voor een fijne klas, wat is jouw inzet als docent, als mentor? Wat heb je hiervoor nodig van de school, van de ouders, van de collega’s?

Goed om hierover na te denken, voordat het nieuwe schooljaar begint!

Kijk hier naar de epilogen van een aflevering  Over de streep

download (5)

 

8 april 2013
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Pesten

Pesten

De afgelopen maanden was er veel aandacht voor pesten. De zelfdoding van Tim Ribberink, Fleur Bloemen en Anass Aouragh heeft veel losgemaakt, bij kinderen en volwassenen. Na veel media-aandacht volgde een Thema avond Dag tegen het pesten op tv 5 februari 2013. Uiteindelijk resulteerde die aandacht vanuit de overheid in een plan van aanpak tegen het pesten dat staatssecretaris Dekker samen met de nationale ombudsman, 25 maart presenteerde. Scholen worden hierin wettelijk verplicht om op effectieve wijze pesten tegen te gaan. De staatssecretaris en de Kinderombudsman vinden dat leraren hierbij een cruciale rol spelen. Leraren geven aan niet altijd goed zicht te hebben op wat er speelt tussen de leerlingen in hun klas en hoe te interveniëren bij ongewenst gedrag. Om leraren te helpen pesten beter aan te pakken, gaan lerarenopleidingen meer aandacht besteden aan pesten en wordt voor de huidige leraren een training ontwikkeld om hen bij te scholen.

Scholen hebben een pestprotocol maar dit biedt natuurlijk geen garantie. Scholen doen mee met ‘Over de streep’, met een anti-pestprogramma, ze organiseren ouderavonden, geven voorlichting. Heel goed!  Alleen hoor je docenten ook verzuchten dat hiermee het pesten niet wordt uitgebannen. Wellicht gebeurt dat ook nooit.

René Veenstra, hoogleraar sociologie in Groningen, zegt in Trouw dat de scholen het slecht doen:

“Ik vind dat er op de meeste scholen geen systematisch anti-pestbeleid is. Dat ze reageren op incidenten of pas in actie komen als het al te laat is. Of het veilig is in een klas, wordt vaak bepaald door die éne leraar met de juiste antenne. De meeste leerkrachten herkennen pestgedrag te weinig. Ze zijn onvoldoende geschoold: in het programma van de pabo zit ‘pesten’ maar voor een paar uurtjes.”

En: “De groep heeft hierin een sleutelrol. Die bepaalt namelijk of er gepest wordt, hoe hevig en door wie. “Zo kan een bazig meisje in een onveilige klas uitgroeien tot treiteraar, terwijl een sociale klas haar misschien in toom houdt”, aldus Trouw.

De overheid stelt geld beschikbaar en dit geld kan ook aangewend kunnen worden om te investeren in docenten. Alle docenten weten dat groepsdynamica een grote rol speelt als er gepest wordt. Niet alle docenten weten voldoende van groepsdynamica om hier op adequate wijze mee om te gaan in de klas. Ter informatie een artikel van het NJI (Nederlands Jeugd Instituut) over wat werkt tegen pesten. Een citaat hieruit: “Grote winst is te behalen wanneer op school een sfeer gecreëerd wordt waarin harmonie en respect centraal staan en pesten en ander agressief gedrag niet getolereerd worden (Lyznicki, McCaffree & Robinowitz, 2004). Uit een aantal studies blijkt dat ook het verbeteren van onderlinge relaties tussen leraren en leerlingen en tussen leerlingen onderling een positieve invloed kan hebben op het aantal leerlingen dat gepest wordt (Smith et al., 2003).”

Scholare helpt u ook graag verder!

4 februari 2013
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor WELKOM

WELKOM

Welkom op de website van Scholare

Scholare is al vanaf 2000 actief in het voortgezet onderwijs met beeldbegeleiding en trainingen voor docenten en scholieren.

Scholare sponsort Edukans; wereldwijd gaan 57 miljoen kinderen niet naar school. Onderwijs maakt weerbaar, geeft kinderen vaardigheden waar ze hun leven lang profijt van hebben. Daarom werkt Edukans aan meer scholen, schoolbanken, schoolborden, meer boeken en leraren in ontwikkelingslanden.

noname

31 januari 2013
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor 15 Tips voor effectief communiceren in de klas

15 Tips voor effectief communiceren in de klas

Tip 1: Praat liever over jezelf dan over de ander

Laat de ander weten hoe jíj tegen de situatie aankijkt, wat jij wilt, waar jij last van hebt, wat jouw belang is.
Dus ik-boodschappen i.p.v. jij-boodschappen:
Niet: “Je moet niet steeds door me heen zitten kletsen!”
Wel: “Ik zou willen dat je even je mond houdt terwijl ik praat, dan kan ik me beter concentreren.” 
Niet: “Jullie moeten eens wat rustiger binnenkomen.”
Wel: “Ik begrijp best dat jullie zoveel energie hebben (heel graag les van mij hebben ;-)) maar zoals jullie zojuist binnenkwamen vond ik wel erg druk, daar heb ik last van!”  

Tip 2: Neem liever een standpunt in dan vragen stellen

Niet: “Waarom doe je zo vervelend?” Hiermee sla je een stap over: je gaat er van uit dat jouw perceptie dé waarheid is, zonder dit te checken en bouwt daarop voort.
Wel: “Ik vind het erg vervelend zoals jij je nu gedraagt. Kun je je dat voorstellen?” of “Hoe ziet dat er voor jou uit?” 
Niet: “Waarom doe je zo onverschillig?”
Wel: “Je maakt op mij een nogal onverschillige indruk. Kun je je dat voorstellen? Klopt dat? Is er iets? Of vergis ik me?”  

Tip 3: Laat de ander liever over zichzelf praten dan gedachten lezen en bedoelingen interpreteren

Niet: “Jij probeert me alleen maar onderuit te halen met zo’n opmerking!”
Wel: “Wat bedoel je eigenlijk met die opmerking? Wat wil je precies zeggen?” 
Niet: “Jongens, het enige dat jullie willen is mijn les te verstoren en te verstieren. Hou daar nou eens mee op!”
Wel: “Op deze manier kan ik moeilijk les geven. Ik wil vandaag toch graag …… behandelen. Maar vertel eerst eens wat er precies aan de hand is.” 

Tip 4: Wees éénduidig: Zorg dat wat je zegt en wat je doet overeenstemt

Jij als docent: “Ik wil niet dat je door me heen praat”
Vervolgens praat je door het geroezemoes van de klas heen en probeert ze zelfs te overstemmen, uit angst dat het toch niet echt stil gaat worden.
“Ik wil dat je blijft zitten tot dat de bel gaat”
Vervolgens lopen leerlingen naar de deur en jij weet niet wat je daar mee moet, je laat het gebeuren.
De klas kan dan al snel denken: “Deze slag is ons! Ze zegt het één, maar doet iets anders.”
Wees dus óf zorgvuldiger in je eisen: zorg dat ze haalbaar zijn, óf eis dat ze zich 100% houden aan jouw regels!

Tip 5: Zorg dat je ‘verbale’ en ‘non-verbale’ boodschap met elkaar overeen stemmen

“Hou daar eens mee op!” met een vlak gezicht of zelfs glimlachend komt niet goed over!
Je boodschap wordt al véél duidelijker als je daar een passend streng gezicht bij trekt.
Enig acteertalent is soms gewenst, het gaat immers om het effect!
Nóg effectiever is natuurlijk de ‘ik-boodschap’ van Tip 1: “ik vind het vervelend (jouw gevoel) dat jullie steeds met elkaar praten (hun gedrag), daardoor kan ik me niet goed concentreren (gevolg van hun gedrag op jou) en worden anderen ook afgeleid. Ik wil graag dat je daarmee ophoudt! (gewenst gedrag)”

Tip 6: Wees niet te voorzichtig, stel eisen

Begrip tonen voor de individuele leerling of de hele klas is altijd goed. Je kunt daardoor krediet winnen, beter afstemmen en je programma aanpassen.
Toch kan het ook een valkuil zijn en je weerhouden van het stellen van eisen:
“Jongens (en meisjes), jullie hebben net gym gehad, het is vrijdagmiddag, vanavond is de avond4daagse, er is gisteren iets heel naars gebeurd met …, ik begrijp dat jullie daar erg mee bezig zijn. Ik wil daar best 10 minuten voor inruimen om erover te praten (of stoom af te blazen) maar daarna gaan we toch echt bezig met het mooiste vak van deze school namelijk: . . . . . ”
Wees dan ook helder, hou de tijd in de gaten en stel naast het begrip ook de eis van aandacht voor jouw les! 

Tip 7: Spreek liever je concrete gevoel uit i.p.v. generaliseren

“Jullie luisteren gewoon niet.” (= generaliseren)
Alternatief : “Ik vind het stomvervelend dat een aantal van jullie niet luisteren naar mijn instructie.
Dit is belangrijk en ik ben bang dat ik straks het hele verhaal nog een keer kan houden als het voor een paar niet duidelijk is.”
“Iedereen roept maar wat.” (=generaliseren)
Alternatief : “Ik ben heel blij dat jullie zo enthousiast zijn. Alleen erger ik me aan dat geroep van sommigen van jullie.” 

Tip 8: Beschrijf je eigen gevoel i.p.v. de ander te definiëren

“Je zit alleen maar naar buiten te kijken. Het interesseert je blijkbaar niets.” (=definiëren van de leerling)
Alternatief : “Ik zou het fijn vinden als jij ook naar mijn uitleg zou luisteren.”
“Je hebt alweer je huiswerk niet gemaakt. (=definiëren van de leerling)
Alternatief : “Ik maak me zorgen over je werkhouding. Ik ben bang dat je het op deze manier niet gaat redden.” 

Tip 9: Onderzoek wat wél mogelijk is i.p.v. het onmogelijke eisen

Eisen te stellen aan een klas en aan leerlingen is prima. Niveau bewaken en stimuleren.
Aan de andere kant is het goed om na te gaan of dát wat je verlangt ook haalbaar is.
Niemand heeft baat bij mislukkingen en teleurstellingen.
Dus soms een tandje lager, afstemmen.
Op andere momenten kun je je eisen weer opschroeven. 

Tip 10: Zeg wat je doet en doe wat je zegt

Laat je dus niet verleiden tot loze beloftes en heb je iets beloofd, maak het dan waar. 

Tip 11: Expliciteer!

Wanneer je iets als bekend veronderstelt kan dat ook onterecht zijn.
Dan komt het een heldere communicatie niet ten goede:
“Je weet best wel wat ik bedoel . . . ”
“Hou je maar niet van de domme.”
Meestal is het een kleine moeite om wél te zeggen wat je wél bedoelt. 

Tip 12: Laat merken dat de boodschap is overgekomen.

Soms is een knikje of “hm” voldoende, pas dán is de boodschap rond.
In communicatietermen heet dat een ontvangstbevestiging.
Wat kan het vervelend zijn als je tegen een leerling praat en hij kijkt je aan alsof hij oordopjes in heeft.
Maar ook leerlingen vinden het prettig als je als docent even laat merken dat je ze gehoord hebt.

Tip 13: Probeer de ander oprecht te begrijpen.

Zet je eigen oordeel en visie tijdelijk opzij.
Duik in de belevingswereld van de ander en luister écht, dat is iets anders dan gedachtelezen.

Tip 14: Check of je de boodschap hebt begrepen. Dat kan door herhalen:

“Bij natuurkunde begrijp ik nooit een bal van de uitleg!”
“Dus je begrijpt de uitleg bij natuurkunde niet.”
Probeer daarbij elke eigen interpretatie achterwege te laten.

Tip 15: Check of je de boodschap hebt begrepen. Dat kan door parafraseren:

Hierbij check je wél je eigen interpretatie door te herhalen in je eigen bewoordingen en af te sluiten met een vraagteken:
“Hoezo uitleg? Dat doet ze alleen voor die slimbo’s. En thuis begrijp ik er weer niets van, dan klap ik m’n boek en schrift snel weer dicht. En als ik in de klas mijn vinger opsteek . . . , dat ziet ze niet eens . . . Hoezo huiswerk niet af . . . ”
“Ok, dus als ik je goed begrijp wil je de uitleg bij natuurkunde wél snappen, maar dat lukt vaak niet en heb je ook niet het idee dat je met je vragen bij de docente terecht kan. Klopt dat?