1 oktober 2014
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Fasen in de ontwikkeling van een docent

Fasen in de ontwikkeling van een docent

Een kwart van de  startende docenten is na een paar jaar uit het onderwijs verdwenen. Zonde en kapitaalvernietiging. Lees het boek of de interviews maar die vorige week verschenen met meester Mark ( ‘Meester Mark draait door‘) en je vraagt je vertwijfeld af; wat gebeurt hier?

Gerwin van der Werf beschrijft vandaag in een mooie column in Trouw zijn eerste jaar als muziekdocent in het VMBO, hoe hij te meegaand, te onzeker, op het bange af was. ‘Met leerdoelen was ik niet zo bezig.’ En: ‘Zelden ben ik eenzamer geweest dan dat jaar. Ik heb het jaar afgemaakt op die school, en ben toen weggegaan. Ik leek op meester Mark, denk ik. Een verschil: ik gaf het niet op. Ik begon opnieuw, op de school waar ik nu werk. Ergens opnieuw beginnen is soms een beter idee dan stoppen.’ Zijn conclusie: ‘In je eerste jaar voel je je de grootste klungel aller tijden en ben je voortdurend uitgeput. In je tweede ook nog. En het derde. Daarna gaat het beter.

In mijn begeleiding van docenten speelt de fase van hun loopbaan een belangrijke rol. Startende docenten vertel ik dat het ongeveer vijf jaar (ja, vijf jaar!) duurt voordat je een professionele docent bent. Vaak lucht dat enorm op. Als je van school die tijd ook krijgt met daarnaast coaching, draagt dat enorm bij aan het zelfvertrouwen en je professionele ontwikkeling als docent.  Niet onbelangrijk; het scheelt de school geld.

Voor docenten die wat verder in hun loopbaan zijn, spelen soms andere problemen. Hieronder een korte samenvatting uit het boek  ‘Begeleiding van beginnende docenten’ door J.C. Vonk.  Hij benoemt 4 fasen in de professionele ontwikkeling van docenten:

1. De drempelperiode

Het eerste dienstjaar. Het handelen is voornamelijk gericht op overleven en het inwerken in de diverse aspecten van het beroep. Ook ben je in deze fase erg gericht op erkenning van je rol van onderwijsgevende door leerlingen, collega’s en directie. Problemen die kunnen voorkomen tijdens deze periode: orde, organisatie van onderwijs- en leeractiviteiten, leerstof en leermaterialen, motivatie van leerlingen, omgaan met verschillen tussen leerlingen, toetsing, relatie met ouders, omgaan met leerlingen die probleemgedrag vertonen.

Ervaren docenten die in een nieuwe werkomgeving terecht komen ondervinden soortgelijke problemen, maar zijn door hun ervaring meestal in staat deze snel en adequaat op te lossen. De begeleiding die je in deze fase als docent nodig hebt is een persoonlijke mentor die je wegwijs maakt in de school, inwijdt in de schoolregels (geschreven en ongeschreven, dit kan iemand zijn binnen je sectie. Daarnaast is regelmatig bezoek van een docentcoach die je pedagogisch-didactisch ondersteunt van belang. Ook video-opnames kunnen goed helpen om je als docent zicht te laten krijgen op je eigen handelen. Intervisie en supervisie worden als steunend ervaren.

2. De ingroeiperiode

Het inwerken is achter de rug. Je hebt een heel jaar lesgegeven met een bepaalde methode en je hebt al een zekere naam en faam opgebouwd. Die faam kan negatief zijn als er veel ordeproblemen waren. Ze zeggen dan wel eens dat je pas na drie of vier jaar (als er weer een nieuwe lichting leerlingen is) echt opnieuw kunt beginnen. Of je kunt van school veranderen zoals Gerwin van der Werf deed.

Na het eerste jaar is er de ruimte om je te richten op verbetering en/of de uitbreiding van het handelingsrepertoire. Veel docenten staan juist in deze periode van hun beroepsloopbaan open voor nascholingsactiviteiten. Ze weten vaak goed wat ze willen leren en willen ook graag leren! Daarnaast zie je dat een aantal docenten angstvallig vasthoudt aan eenmaal verworven inzichten en vaardigheden. Zij staan niet of nauwelijks open voor veranderingen omdat zij de gevoelens van onzekerheid als gevolg van het mogelijkerwijs opnieuw ontstaan van ordeproblemen vrezen die in de nieuwe situatie kunnen optreden. Deze groep docenten vraagt in het kader van de begeleiding bijzondere aandacht. Vooral als er in het eerste jaar veel problemen zijn geweest. Juist dan is het belangrijk om in het tweede jaar de goede toon te zetten door meteen vanaf het begin coaching of video-training in te zetten. Ook intervisie of supervisie kan een goed middel zijn voor deze groep.

3. De tweede professionele periode en de periode van afbouw ‘Kostbaar is de wijsheid die door ervaring wordt verkregen.’ R. Ascham

Na de eerste 10 jaar in het onderwijs kun je spreken van een tweede professionele periode: In de voorgaande periode van heroriëntatie hebben de meeste leraren zich erbij neergelegd dat er geen beroepsalternatief is. Er zijn in principe twee manieren van reageren mogelijk: bitter, cynisch, pessimistisch en teleurgesteld (vastgeroest) of actief zoeken naar mogelijke nieuwe perspectieven en of uitdagingen binnen of buiten het beroep.

Het ontbreken van een beroepsalternatief wordt vaak als negatief gezien in het onderwijs. Word je leraar, dan ben je dat voor de rest van de je beroepsleven. Als je hart ligt bij het vak waarin je lesgeeft en je geniet van het lesgeven dan is het jammer dat deze professionals verloren gaan voor het onderwijs. Daarom is het van belang dat ze voor de school behouden blijven! Door goede functioneringsgesprekken en coaching kan samen gezocht worden naar een blijvende voortzetting van de loopbaan in het onderwijs. Vooral deze ervaren professionals kunnen goed ingezet worden bij de begeleiding van beginnende docenten. Van hen kan wijsheid, rust en ervaring uitgaan die juist starters zo nodig hebben.

4. Periode van afbouw van de loopbaan

In deze periode bereiden docenten zich erop voor dat zij met pensioen gaan. Voor sommigen is dat een plezierig vooruitzicht, terwijl anderen zich aan de kant geschoven kunnen voelen. Zij genieten nog volop van het lesgeven. Vervroegd uittreden behoort  inmiddels tot het verleden; docenten konden tot eind vorige eeuw door regelingen, stoppen met hun 57e (!). Veel docenten moeten nu doorwerken tot 67 of 68 jaar. Niet iedereen zit daar op te wachten. Een aantal zal het prima vinden en ook kunnen. Een aantal is het onderwijs geven moe en verlangt naar stoppen. Voor deze categorie geldt dat je als leidinggevende moet voorkomen dat zij uitgeblust of vastgeroest de laatste jaren ‘uitzitten’.

Gelukkig heb ik collega’s meegemaakt die moeite hadden met stoppen, genoten van het contact met pubers en collega’s en benieuwd bleven naar nieuwe denkbeelden. Een deel van deze docenten zou prima ingezet kunnen worden als docentcoach omdat ze een schat aan ervaring hebben. Daarnaast kan het ook heerlijk zijn dat je kunt toeleven naar een nieuwe fase. Het onderwijs brengt veel werkdruk met zich mee en dat kan een last worden naarmate je ouder wordt.

Het is goed je als docent maar ook als coach of leidinggevende te beseffen in welke fase jij of je docent zit en welke begeleiding deze fase vraagt.

 

29 september 2014
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Een inspirerende studiedag

Een inspirerende studiedag

Als het doel van de studiedag is dat de docenten elkaar beter leren kennen en geïnspireerd naar huis gaan, denk dan eens na over deze vorm: zomer-, herfst-, winter of lentegasten (al naar gelang het seizoen). Vraag een of meerdere docenten of zij drie  favoriete filmpjes over onderwijs, hobby’s of passies, met jullie willen delen. Uiteraard vertellen ze hierbij over hun motivatie. Met behulp van een goede interviewer/ presentator vang je zo twee vliegen in een klap: een leuke studiedag, docenten die iets van zichzelf laten zien, collega’s die elkaar beter leren kennen en de mogelijkheid tot dialoog over het onderwijs.

Deze werkvorm is ook erg geschikt als start van een studiedag of bij de opening van het nieuwe schooljaar. En natuurlijk ben ik graag behulpzaam bij het voorbereiden of uitvoeren.

29 september 2014
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor ‘Als ik groot ben, wil ik minister van onderwijs worden’

‘Als ik groot ben, wil ik minister van onderwijs worden’

Mooi, ontroerend, goed interview met Peter Heerschop op de Fontys Hogeschool Kind en Educatie, toekomstige leraren. Je moet er even voor gaan zitten maar beslist de moeite waard om bijvoorbeeld eens te bekijken met collega’s in het onderwijs.

Peter is cabaretier, columnist en voetballiefhebber, maar in zijn hart nog steeds en vooral een leraar en een betrokken onderwijsmens.Peter zegt in de eerste minuten dat hij nooit heeft vergeten hoe een gymnastiekmeester hem bij zijn naam noemde en hem iets liet voordoen. Dat hij daarna het gevoel had dat hij iets kon.
Een leuke vraag uit het publiek is wat het verschil is tussen cabaretier zijn, voor een zaal staan met voor een klas staan. ‘Met een klas ben je voortdurend in gesprek, in dialoog en dat is de reden dat ik wel eens terug verlang naar de klas.’Zijn oude rector zegt van hem dat er een ontzettend goede docent verloren is gegaan voor het onderwijs. Ik herinner mij ook mijn eerste rector toen ik docent was. Als ik weer eens kwam klagen of uithuilen in zijn kamer, keek ik naar het bordje achter hem dat als strekking had dat doceren leek op toneelspelen.

‘Ik erger mij ook aan heel veel dingen in het onderwijs, ik wilde niet meer deel zijn van het systeem.’En omdat hij het lesgeven toch heel erg miste, is hij weer les gaan geven. Van mij mag hij minister van Onderwijs worden!

Mis vooral de grappige lieve Peters niet van leerlingen. Messcherp.

15 september 2014
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor De kracht van feedback

De kracht van feedback

feedback

Wij zijn als gasten aanwezig bij de eindpresentatie van tien trainees, één van hen is onze dochter. Om de beurt vertellen zij over hun proces van het afgelopen jaar en hun ontwikkelpunten. Zonder PowerPoint of Prezi, het gaat om het praatje, niet om het plaatje. Mooi hoe iedereen zijn eigen creatieve werkvorm kiest en dat die ook weer veelzeggend is.

Wat mij opvalt is hoe lovend elke trainee is over wat vooral de feedback van de groep met hen heeft gedaan. Eigenlijk hebben ze daar het meest aan gehad! Wat is het toch waardevol dat je zo’n kans krijgt; in een veilige omgeving horen hoe je overkomt. Je eigen blinde vlekken ontdekken en daar aan werken. Mijn dochter vertelt dat ze nu veel beter met kritiek om kan gaan, dat had ze nooit goed geleerd. Ja, waar leer je dat? Meestal niet op school helaas. Een partner van iemand vertelt in een reactie dat hij erg blij is dat groep de feedback gaf aan zijn vriendin, van hem wilde of kon ze het niet aannemen. Erg herkenbaar…

Een andere trainee zegt heel treffend dat zij op haar werk het meest wordt aangesproken op haar  ‘soft-skills’ (hoe ze bijvoorbeeld communiceert) en veel minder op haar hard-skills (de inhoud van haar werk).

Ik moet denken aan het onderwijs; wat zou het toch goed zijn als docenten meer aan intervisie doen en elkaar feedback geven; daar groei je het meest van in je werk en als persoon: het durven geven van feedback en omgaan met gekregen feedback.

Intervisie is niet alleen voor beginnende docenten. Die misvatting kom ik nog wel eens tegen op scholen als ik vraag of ze intervisiegroepen hebben.  Zelf heb ik ooit op mijn eerste school intervisie opgezet, puur uit behoefte. Daar heb ik veel van geleerd. Nu zit ik al een aantal jaren in verschillende intervisiegroepen. Iedere keer leer ik nog weer bij en ga ik geïnspireerd en enthousiast naar huis.

Hoe is dat op jouw school geregeld: is er geregeld intervisie, heb je daar weleens aan deelgenomen?  Nee? Regel het zelf of bel mij. Ook door beeldcoaching krijg je waardevolle feedback: je ziet zelf hoe je overkomt.

nettiekramer@scholare.nl

0612797669

5 september 2014
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Ouders in school

Ouders in school

Alles buiten de school is anders geworden, de school lijkt hetzelfde gebleven. Onder het mom dat we kinderen voorbereiden op de toekomst, houden we ze vast in het verleden.’ 

Een citaat uit een interview met Maurice de Hond.  Nogal een gewaagde uitspraak. Klopt het wat hij beweert?  Onderwijs is altijd in beweging alleen het lijkt zo langzaam te gaan en daar heeft Maurice de Hond wel een punt. Als je heel lang geen school van binnen hebt gezien en je loopt daar nu rond dan zie je nog steeds klaslokalen met leerlingen, vaak in rijen van twee en een docent voor de klas. OK, er hangt nu wel een digibord en er zijn wat computers in de klas. Is dat onderwijs anno nu?
Met bovenstaande typering doe ik het onderwijs tekort. Er is wel degelijk verandering en er wordt volop geëxperimenteerd: nieuwe lesmethodes, moderne ruimtes op nieuwe scholen waar leerlingen zelfstandig of in groepjes kunnen werken, meer aandacht voor behoeften van individuele leerlingen.

Kijk maar eens naar dit fimpje. Mooi dat de directeur van deze school benoemt dat hij zo trots is op de goede samenwerking in zijn team.

samenwerken op schoolOok in het voortgezet onderwijs, bijvoorbeeld in het VMBO, zijn mooie voorbeelden van vernieuwing: prachtige, moderne praktijklokalen waar leerlingen, onder begeleiding en zelfstandig, kunnen oefenen. Afgelopen week zag ik vier docenten Latijn heel trots een eigen geschreven methode presenteren.

En er is passend onderwijs sinds augustus 2014; misschien wel de belangrijkste veranderingen sinds jaren. Hoe dat uit gaat pakken in de praktijk is voor iedereen heel spannend, niet alleen voor docenten maar ook voor ouders!

Verwachtingen

Niet alleen de scholen maar ook ouders veranderen natuurlijk. Ouders van nu zijn heel andere ouders dan die van pakweg 20 jaar geleden. En ondanks al die veranderingen, blijven ouders onmisbaar als bijvoorbeeld vinger aan de pols, de broodnodige hulp, die kritische noot en als onmisbare bron van informatie over hun kinderen.

Maar wat verwachten ouders nu van school en wat verwacht school van de ouders? Wederzijdse erkenning van elkaars verantwoordelijkheden staat denk ik, bovenaan. Ouders zijn de eerste verantwoordelijke voor hun kind. Docenten zijn verantwoordelijk voor een goede sfeer in de klas en het goed overdragen van de lesstof. Dat ouders  en docenten dit erkennen en bevestigen, is  enorm belangrijk. Ik heb eens wat rondgevraagd in mijn omgeving bij ouders en docenten en kwam hier op uit:

Ouders

Ouders willen dat hun kind bij een lieve en ook goede docent in de klas zit, dat hun kind met plezier naar school gaat en daar ook zinvolle dingen leert. Ze willen goed en tijdig worden geïnformeerd als er iets is en de meeste ouders willen ook als er niets is, wel contact met de school. Ze vinden het fijn als de docent hun kind kent en positieve dingen kan vertellen over hun kind. Als het niet goed gaat willen ze graag goede, concrete adviezen en soms ook hulp en tips. Ze willen erkend worden als eerste opvoeder. En als opvoeden niet goed gaat, hebben ze behoefte aan iemand die naast hen staat.

Lees hier ons aanbod voor ouderbijeenkomsten

Docenten

Docenten willen heel graag weten wie het kind is; wat kan het goed, welke talenten zijn er, waar moeten ze op letten, hoe is het kind thuis? Maar ze willen ook een goede samenwerking met ouders op het gebied van afspraken ten aanzien van huiswerk, aanwezigheid en opdrachten. Daarbij zijn korte lijnen belangrijk: dat ouders de school informeren over de reden van afwezigheid,  over de gezinssituatie als die wijzigt wanneer dat van belang is. Docenten verwachten support van de ouders richting de leerling en hulp bij het plannen van het huiswerk zoals overhoren, controleren en herinneren van afspraken. Daarnaast is aanwezigheid van ouders bij ouderavonden en rapportbesprekingen, samen met hun kind, heel belangrijk. En dat ouders regelmatig inloggen op de site van de school. Docenten vinden het belangrijk erkend te worden in hun deskundigheid op hun vakgebied.

Lees hier ons aanbod voor docenten en -teams

Scholare biedt producten aan ouders in school en aan docenten en -teams.

Lees verder

1 september 2014
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor You are a VIP!

You are a VIP!

vip

Mijn nichtje studeert in Groningen communicatie en  studeert nu een half jaar in Amerika . Via een blog kunnen wij als familie en vrienden meegenieten van haar ervaringen. Uit haar tweede blog een citaat:

Woensdag begon de drie dagen durende introductieweek en dat was best heftig. De wekker ging om 7 uur en vervolgens zaten we tot 17:00 in de Newton hall waar allemaal mensen langskwamen met praatjes. Wat te doen als je zwanger bent? Wanneer mag je alcohol drinken? Hoe gebruik je een computer? Hoe maak je vrienden?????? De helft was allang duidelijk, maar toch. Het was allemaal ontzettend serieus en het draait eigenlijk allemaal om een paar dingen. Het is ontzettend belangrijk dat je ‘personal initiative’ toont. Leraren willen dat je actief meedoet in de les en echt met je mening durft te komen. Daar moet ik dus echt aan wennen… Ook waren er een aantal typisch Amerikaanse toespraken van professoren, waarin dingen werden geroepen als ‘Stay happy, you have incredible values!’ ‘You are the V.I.P’s!’ ‘You are a superstar, you can reach for the sky!’ Ik moet eerlijk bekennen dat het stiekem wel motiverend werkt. ‘

Uit haar volgende blog een ander citaat:

‘Tot nu toe heb ik in elke les ‘personal initiative’ getoond! Ook al vind ik dat altijd eng, ik merk dat de leraren het echt waarderen. Zo heb ik bij Intercultural Communication over Thailand verteld, bij American Public Address Michelle Obama’s speech genoemd en bij Human Sexual Behavior naar MTV (16 and pregnant, teen mom) verwezen toen de leraar vroeg hoe het kwam dat tienerzwangerschappen waren verminderd.’

Stiekem werkt het wel motiverend

Wat een effect al! Wie wil nu geen Very Important Person zijn? Toen mijn kinderen naar de universiteit gingen werd ze tijdens de introductie verteld dat ze goed om zich heen moesten kijken omdat een kwart van hen af zou vallen het eerste half jaar! Hoezo stimuleren en motiveren? Of leraren die bij de start van het examenjaar kinderen inprenten dat erg moeilijk is! We weten dat je het beste leert als de relatie met de docent goed is en als het veilig is. Je mag er als docent van uitgaan dat de kinderen die bij jou in de klas zitten, het kunnen. Neem dat vertrouwen als uitgangspunt bij het begin van het schooljaar. Misschien past het Amerikaanse niet zo bij ons nuchtere Nederlanders maar een beetje ervan is al goed. En stimuleer persoonlijk initiatief, bijvoorbeeld zoals Robin Williams dat zo mooi liet zien in de film ‘Dead Poets Society‘: ‘Fout antwoord, maar bedankt voor het meedoen!’

Een goed, succesvol nieuw schooljaar toegewenst

 

 

 

 

18 juni 2014
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Waar is de leraar die mij enthousiast maakt voor zijn vak?

Waar is de leraar die mij enthousiast maakt voor zijn vak?

Geef ons een lesje interpreteren, betoogt Iris Oosterhoorn (16)

Er wordt vaak gedaan alsof leerlingen op de middelbare school alleen maar leren de lesstof te reproduceren. Maar naarmate de schoolperiode van een leerling vordert, komt de nadruk juist veel meer te liggen op vaardigheden als interpreteren, analyseren en evalueren. Leerling Iris Oosterhoorn (16) schreef er een column over.

BLUT UND EISEN!’ De bulderende stem moet te horen zijn geweest op alle vier de verdiepingen van mijn school. Terwijl het Zaanlands Lyceum nog sidderde op zijn grondvesten, zaten wij op het puntje van onze stoel: Otto von Bismarck had zojuist aangekondigd hoe hij de Duitse eenwording wilde bewerkstelligen.

De rol van Bismarck werd tijdens deze tachtig minuten durende real-life geschiedenisdocumentaire vertolkt door mijn geschiedenisdocent, een succesvolle verteller die al eerder Caesar, Adolf Hitler en Leni Riefenstahl speelde.

Ook veegde hij die les, al vertellend, zijn lokaal.

Ja, natuurlijk vat de tekst het goed samen, maar waar is de leraar die mij enthousiast maakt voor zijn vak?

Een goede docent houdt iedere les de spreekbeurt van zijn leven. En een spreekbeurt is fijn om naar te luisteren wanneer iemand niet opleest uit een boek, niet al te veel hakkelt en vooral overtuigd is van zijn eigen verhaal. Een bevlogen ‘lezing’ tijdens Nederlands over Hermans en Freud doet mij simpelweg meer dan het zinnetje ‘Nou, lees maar even wat er in paragraaf 3.1 staat.’ en ‘Ja, de tekst vat het wel goed samen.’ Ja, natuurlijk vat de tekst het goed samen, maar waar is de leraar die mij enthousiast maakt voor zijn vak?

Of vragen waar ik de volgende les het antwoord op zal hébben.Een docent doet het naar mijn idee goed wanneer ik het klaslokaal binnen kan lopen met het idee dat ik het komende lesuur geboeid en uitgedaagd zal worden. Ik wil naar hem luisteren, nieuwsgierig worden en het lokaal verlaten met een stapel vragen waar ik de volgende les antwoord op zal krijgen.

Deze antwoorden hoef ik namelijk echt niet altijd op een presenteerblaadje te krijgen. Sterker nog, ik vind het erg fijn als een docent mij zijn vak toevertrouwt en mij door zijn lessen aan het denken zet. Antwoorden vinden op m’n vragen is dan belangrijker dan de zeven regels Grieks die ik nog moet vertalen. Een goede docent boeit me langer dan die veertig minuten les en maakt dat ik het niet erg vind Wikipedia na te trekken om de antwoorden te vinden waar ik naar zoek. Een les die vervolgens gebaseerd is op onze vragen boeit des te meer.

Zo zijn we onze lessen over het doodgedebatteerde onderwerp ‘privacy’ begonnen met ónze vragen. Er ontstonden kleine groepjes en we hadden het over de vragen die ons bezighielden en probeerden zo tot nieuwe inzichten en antwoorden te komen. De les werd niet alleen door ons actief bijgewoond, maar ook de docent liet zijn latte macchiato even staan en luisterde naar wat ons zoal bezighield.

Volgens de twitterbio van mijn geschiedenisdocent heeft hij al vakantie sinds mei 1972, mijn docent Nederlands stelt dat hij geen zes weken vakantie nodig heeft. Een docent die niet van vakantie tot vakantie leeft, maakt dat ik niet van toets tot toets leef.

Iris Oosterhoorn (17) droeg deze column ook voor op de slotmiddag van De Balie leert.

Een videoregistratie van die middag is hier te vinden.

 

 

19 mei 2014
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Tijd voor verandering

Tijd voor verandering

Ik heb tien jaar, naast Scholare, ook bij OUDERS & COO als trainer en ontwikkelaar gewerkt. Nu wordt het tijd om die bakens te verzetten! OUDERS & COO is gestopt en ik ga verder. Als ik op mijn werk terugkijk zijn het steeds periodes van zo’n tien jaar geweest waarna ik mij weer op iets anders ging richten. Wel altijd in opvoeding en onderwijs: tien jaar als opvoeder en vrijwilliger, tien jaar als docent Nederlands en tien jaar als trainer en ontwikkelaar.
SCHOLARE broedt! Een andere weg? Of een vernieuwd aanbod? Ik sta open voor suggesties. Ik houd u in elk geval op de hoogte.

Broedende-Kip1

afbeelding: Hermansmith.nl/broedende kip

22 januari 2014
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Beeldcoaching in beweging

Beeldcoaching in beweging

‘Beeldcoaching zet in beweging’, dit is de titel van een prachtig boek dat vorig jaar is verschenen onder redactie van Hans Jansen, Christine Brons en Frans Faber. Toen ik de opleiding deed in 2004 voor SVIB-er (School Video Interactie Begeleider), zoals dat toen werd genoemd, was er nog sprake van een strikt protocol dat gevolgd moest worden: eerst complimenteren, dan de leervragen, drie keer filmen, etc. Gaandeweg zie je dat er beweging komt doordat de SVIB’ers zelf gingen experimenteren, er nieuwe inzichten komen en we meer doen wat werkt. Zo heb ik een aantal jaren terug, geëxperimenteerd met het gebruik van filmbeelden tijdens de intake voor de Sociale Vaardigheidstrainigen in de brugklas en het gebruik van beelden tijdens overblijftrainingen. Carlos van Kan heeft de reflectie met storyboards ontwikkeld.

storyboards

Christine Bron is i.s.met anderen, gestart met de training ‘Krachtige lichaamstaal’.

Lang was het een taboe om over het beeld van de docent te praten. Ik weet nog dat ik tijdens de opleiding een docente inbracht die met ontblote navel voor de klas stond. Mocht ik daar iets van zeggen? Was ik niet teveel mijn eigen normen aan het opleggen? Een goed advies was toen: ‘Heb je een vraag of vind je er iets van?’ Zeg wat je ziet, volg je intuïtie en vraag aan de coachee; hoe zie jij dat?

Gisteravond was ik bij een bijeenkomst met beeldcoaches in Groningen met Christine Brons en Hans Jansen. We zagen maar een paar seconden beelden van docenten en de vraag werd gesteld: ‘Wat zie je?’ We zagen grijze muizen voor de klas, mensen met een bijzondere motoriek, mensen zonder krachtige lichaamstaal. En helaas gaat dat vaak samen met ordeproblemen voor de klas. Dat hoeft natuurlijk  niet. Ik weet ook nog wel van mijn middelbare schooltijd van docenten die altijd in dezelfde kleren (vaak wel mannen) en met veel te dikke buiken achter hun bureau hingen en toch geweldige lessen gaven. Hun motivatie en inspiratie won het van het beeld.

Maar toch; gisteravond werd het weer bevestigd. Welk beeld straal je uit? De docent is verantwoordelijk voor het beeld dat hij of zij uitstraalt!. Dus is het ook je taak als beeldcoach daar iets mee te doen als jij ziet of voelt dat daar iets wringt. Het kan net dat beetje meer zelfvertrouwen geven waardoor de docent professioneel kan groeien.

 

14 oktober 2013
door Nettie Kramer
Reacties uitgeschakeld voor Behoud startende leraren door begeleiding!

Behoud startende leraren door begeleiding!

De Universiteit Groningen volgde drie jaar lang startende leraren op ruim zestig middelbare scholen. De conclusie? Als beginnende leraren intensiever worden begeleid, zal de uitval van leraren afnemen met misschien wel 40%. De uitval is op dit moment een probleem. Eén op de vijf startende leraren houdt er ergens in de eerste vijf jaar mee op.  De RUG heeft nu het plan (art. Dagblad van het Noorden, zat. 12 oktober) om in drie jaar tijd, 80% van deze beginners via een vakcoach en schoolopleider te begeleiden. Een prima initiatief waar Scholare al jaren voor pleit. De komende jaren schijnen veel docenten met pensioen te gaan waardoor veel nieuwe, meestal jongere docenten zullen worden aangenomen.

Onderstaande informatie is eerder gepubliceerd (te vinden in het gratis te downloaden boekje op onze site)  maar in dit verband weer actueel om onder de aandacht te brengen:

Fasen in de loopbaan van een docent

Jammer is dat, als bevlogen, enthousiast docenten het onderwijs voor gezien houden. Voor een aantal misschien een opluchting; zij hebben ontdekt dat het onderwijs niet bij hen past en zij niet bij het onderwijs. Het kan echter ook zo zijn dat een hele goede docent verloren gaat voor de leerlingen en voor de school. Vorige week zaterdag  (juni 2009) stond er een prachtige column van Hans Dorrestijn in Trouw. Hans was 7 jaar docent Nederlands, een kort citaat hieruit:

Het was een ramp, ik kon geen orde houden, als ik les gaf moesten de nabij liggende lokalen worden ontruimd, omdat de leerlingen hun docent niet konden verstaan.” Hij vertelt op hilarische wijze hoeveel moeite hij de eerste 2 jaar had met het lesgeven. Zijn rector bleef echter in hem geloven en zei iedere keer: “Nee, let maar op, deze man gaat heel goed lesgeven.” Ook dankzij zijn aardige collega’s bleef hij het proberen. “Ik dacht dat het hoorde bij de ellende die het bestaan is.” Tot hij na een zomervakantie van veel reizen het roer omgooit. “Ik wilde gaan doen wat ik goed kan.” Hij begint zijn eerste les met een gedicht op het bord. “En het was stil…Ik kon het opeens, ik had door hoe het werkte. Ik behandelde liedjes van cabaretiers en veel literatuur”.

Oftewel: hij deelde zijn passie met zijn leerlingen. Hij was echt en dat komt over!

Als docentencoach is het belangrijk om rekening te houden met de professionele ontwikkelingsfase van de docent; waar is jouw docent op dit moment en wat heeft hij of zij nodig? Dhr. J.C. Vonk onderscheidt in zijn boek ‘Begeleiding van beginnende docenten eerst 3 niveaus waarop de begeleiding moet zijn gericht:

Organisatorisch – Als nieuwe docent moet je te weten komen hoe een organisatie reilt en zeilt. Vaak zijn de ongeschreven regels het lastigst om te weten te komen en kost dit veel tijd en energie. Het is fijn als iemand binnen de school, tijd neemt om een nieuwe docent goed wegwijs te maken. Ook kan een boekje helpen waarin deze zaken helder worden uitgelegd.

Vakdidactisch  – Als beginnend docent moet je ingroeien in de vakdidactiek. Dit is het terrein van de vaksectie en die moet de nieuwe collega dan ook zo goed mogelijk daarover informeren en hierin begeleiden. Als bovenstaande 2 punten goed lopen dan krijgt men meer oog voor het volgende punt.

Pedagogisch-didactisch – Leren omgaan met algemeen pedagogische en didactische vaardigheden oftewel: de  grillige en wisselende leerlingen en klassen.

Dit is meer het terrein van de docentencoach.

Vonk noemt 4 fases in de professionele ontwikkeling van docenten:

1.De drempelperiode (eerste jaar)

2.De ingroeiperiode (0-5 jaar)

3.De professionele periode (5-10 jaar)

4.De periode van heroriëntatie (…)

Soms een geruststelling voor docenten als het nog niet zo gaat als zij willen; ik ben nog aan het leren! En dat mag ook.

Begeleiding van docenten, intern of extern?

Gelukkig hebben steeds meer scholen een doordachte begeleiding opgezet voor hun beginnende docenten en ook voor de meer ervaren leerkrachten. Steeds vaker worden intern docenten getraind voor coach of een beeldcoach. De voordelen hiervan zijn niet moeilijk te bedenken:

-De school maakt goed gebruik van de kwaliteiten binnen de school; samen werken aan het vergroten van de professionaliteit is goed voor de school

-Collega’s coachen elkaar, leren van elkaar (intervisie) en leren elkaar zo ook op een andere manier kennen.

-Wat kosten betreft kan het ook aantrekkelijk zijn.

Toch zijn er situaties te bedenken waarbij interne coaching of SVIB niet goed mogelijk is: bijvoorbeeld als de problematiek van een docent zodanig is dat hij of zij daarvoor geen collega kan of wil inschakelen. Het kan belemmerend werken als je gecoacht wordt door een collega. Soms is ook meer deskundigheid geboden en meer tijd. En vooral dat laatste punt wordt wel eens onderschat, vooral als het over een video-traject gaat. Een gemiddeld traject van 3 opnames kost al gauw een investering van 10 uur (zonder rapportage). Juist doordat je collega’s bent kan het lastig zijn om je af te grenzen of om een andere pet op te zetten.

Belemmerende en bevorderende factoren bij de begeleiding van docenten

Scholare heeft regelmatig contact met verschillende scholen en gelukkig is op de meeste scholen de begeleiding van docenten goed geregeld. Directies noemen als belemmerende factoren bij de begeleiding van docenten:

-Gebrek aan geld en tijd. Elke lesontheffing kost gemiddeld zo’n € 1400,= per jaar. Het valt niet altijd mee om de mensen die zijn toevertrouwd aan jouw zorg die ook te bieden. Door de tijd die organisatorische zaken vragen is deze zorg niet altijd even optimaal.

-Verliezen we als school niet de goede docenten vóór de klas door juist deze docenten in te zetten als coach áchter in de klas?

-Ook concluderen directies dat er in de verschillende secties verschillend met het beleid inzake begeleiding wordt omgegaan. Dit wordt verklaard uit het feit dat bijv. neerlandici en historici te boek staan als individualistisch en wis-, natuur- en scheikundigen, goed kunnen organiseren.

-Wat echt belemmerend werkt is als sectorleiders of afdelingsdirecteuren belast zijn met zowel de begeleiding als de beoordeling. Dat kan niet.

Als bevorderende factoren worden aangegeven:

-Meer geld van rijkswege voor begeleiding.

-Voor wat betreft het beleid wordt het invoeren van de normbetrekking genoemd; iedereen moet een niet lesgebonden deel invullen. Daarin kan ook coaching of intervisie worden gegeven.

-Het plan om weer een urenregistratie te gaan invoeren zal zowel belemmerend als bevorderend kunnen werken.

-Wat begeleiding makkelijker zou maken op persoonlijk gebied is dat mensen inzien dat het nuttig is, dat ze er wat van kunnen leren wat dus ook inhoudt meer openheid over het eigen functioneren.

Zoekt u een ervaren coach voor uw docenten? Ik ben beschikbaar!